
Vrijheid verbindt: ‘De Duitsers hadden een groot kanon op ons erf geplaatst’
17 april 2025 om 14:00 Achtergrond Vrijheid VerbindtNIJKERK Het project ‘Vrijheid Verbindt’ richt zich op het vastleggen van de verhalen van inwoners van de gemeente Nijkerk die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt en veteranen uit Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken. We delen deze verhalen met een breed publiek. ‘Vrijheid verbindt’ is een initiatief van de Stad Nijkerk, de Bibliotheken in de gemeente Nijkerk, Oranjevereniging Nijkerkerveen en Historisch Hoeflake en documentairemaker Olaf Koelewijn, die van zes van deze portretten een documentaire maakt. Dit project kwam tot stand dankzij een subsidie van de gemeente Nijkerk.
Van evacuatie naar een Harderwijks appartement op twee hoog tot Duitse artilleriebeschietingen vanaf het boerenerf van haar ouderlijk huis. Voor de 92-jarige Ger van de Pol-van der Hart uit Nijkerk was de Tweede Wereldoorlog een periode van ‘geleidelijke gewenning’ waarin ze vooral in de laatste jaren angstige momenten heeft gekend.
Door Job van der Mark
Ger van de Pol woonde in mei 1940 met haar ouders in een boerderij aan de Strijlandseweg, in een deel van Nijkerk dat inmiddels volledig bebouwd is. Ze was zeven jaar oud, volgde basisonderwijs in de Eben Haëzerschool aan de Spoorstraat. De meeste Nijkerkers kennen deze school als ‘de Poppeschool’. ,,Het is tachtig jaar geleden, dat is een hele tijd”, zegt ze glimlachend als ze terugdenkt aan de oorlogsjaren in Nijkerk. ,,Geleidelijk aan word je erin gezogen… Ik weet dat mijn ouders bang waren voor vorderingen. Mijn moeder bewaarde haar fiets achter het gordijn. Op een dag kwamen de Duitsers op het erf om het paard van mijn vader te vorderen. Net daarvoor had hij een spijker in de hoef van dat dier geslagen, zodat hij niet goed kon lopen. ‘Hij is krank’, zei hij toen tegen de Duitse soldaten. Het hielp wel, want ze namen het dier niet mee. Toen ze goed en wel weg waren, trok mijn vader die spijker zo weer uit de hoef.”
Veehandel
De vader van Ger van de Pol was veehandelaar in hart en nieren. Die handel ging gewoon door in de jaren 1940-1945. Van de Pol hielp haar vader als dat nodig was en haar broer Toon hielp daarbij. ,,Als mijn vader geen tijd had, bracht ik met Toon onze koeien naar de veemarkt in Nijkerk. In de oorlogsjaren ging het er daar wel anders aan toe. Het kwam regelmatig voor dat de dieren niet direct opgehaald werden. Dan moesten ze daar een nacht blijven, bijvoorbeeld om te wachten op treinvervoer de volgende dag. Dat was dramatisch voor die dieren: ze kregen weinig of helemaal geen eten en ze werden niet gemolken. Waar ze uiteindelijk naartoe gingen, daar had ik geen idee van.”
Net als bijna alle andere Nijkerkers werden Ger, haar ouders en broers en zussen, gedwongen om te evacueren aan het begin van de oorlog. Door artilleriebeschietingen was het te gevaarlijk voor burgers in de regio. ,,We gingen naar Harderwijk. Ik weet het adres nog precies: Stadsdennenlaan 28. Een appartement op twee hoog. Mijn vader had zijn paard meegenomen en vastgeknoopt aan een boom in de straat. Daar waren we niet op onze plek. Het waren chique mensen, die man werkte op het gemeentehuis. Ik weet nog dat ik daar naar het toilet ging. Kwam terug, vroeg die mevrouw aan mij: ‘Meisje, wat heb je gedaan? Een grote of een kleine? Anders moet je trekken.’ Ik had geen idee waar ze het over had. Thuis hadden we een gat in een plank, in een hok achter op het erf. De inhoud werd af en toe geleegd op het land door mijn broer. Dus ik naar mijn moeder: ‘Moe, wat bedoelt ze toch met een grote of een kleine? En trekken?’ Later ben ik daar regelmatig mee geplaagd door mijn broers en zussen.”
Van de Pol vermoedt dat zij met haar gezin één of twee nachten heeft doorgebracht bij het Harderwijkse gezin. Daarna gingen ze door naar een boer in Hierden, enkele kilometers verderop. Haar vader kende die man goed. Daar zijn ze nog vier op vijf nachten gebleven, waarna ze weer terug konden keren naar huis in Nijkerk. ,,Ik weet nog goed dat we daar aankwamen. Die man Drees en zijn vrouw Janet stonden voor hun huis ons op te wachten. Zij weende en wees naar de kerktoren van Harderwijk. Daar was even daarvoor de Nazi-vlag gehesen. ‘Nu is alles écht voorbij’, zei ze.”
Raus! Aufmachen!
De oorlogsjaren passeerden, ook voor dit Nijkerkse gezin. Van de Pol kan zich niet herinneren dat ze in de eerste jaren voor écht hachelijke momenten heeft gestaan. Dat veranderde tegen het einde van de oorlog. ,,De Duitsers hadden een groot kanon bij ons op het erf geplaatst. Volgens mij schoten ze daarmee richting Arnhem. En er werd teruggeschoten, maar gelukkig is onze boerderij nooit geraakt. We verbleven destijds tijdelijk bij Van Beek, die achter ons woonde. Ik kan me nog een beeld herinneren van grote koperen stukken munitie, naast een heleboel handgranaten. De Duitsers waren snauwerig naar ons toe. ‘Raus! Aufmachen!’ Dat soort dingen schreeuwden ze als we buiten kwamen. Op een dag ging ik met mijn moeder naar bakker Van Dijk om brood te halen. Het was gevaarlijk op straat, overal waren explosies. Onderweg gingen de luiken van een kelderdeur open. ‘Lotje, Lotje, kom gauw!’ riep de persoon die uit de deuropening kwam naar mijn moeder. Daar hebben we geschuild tot het ergste gevaar voorbij was. Op straat, waar we even daarvoor liepen, zagen we daarna drie dode mensen liggen.”
De Duitse artillerie-eenheid vertrok vlak voor de bevrijding weer van het erf. Daarna waren er nog twee Duitse soldaten tijdelijk ingekwartierd bij de familie Van der Hart. Niet snel daarna vertrokken die ook weer. ,,Die soldaten sliepen niet in ons woondeel, maar in een schuur. Voordat ze definitief wegliepen, hebben ze hun gordel met uitrusting bij ons op het land gegooid. Daaraan zaten allerlei attributen: steelpannetje, schep, dat soort dingen. Blijkbaar vonden ze dat die ons toebehoorden.”
(De tekst gaat verder onder de foto)
![]()
Ger van de Pol weet nog veel te vertellen over haar belevenissen. - Mathilde Dusol
Bevrijding
In april van het jaar 1945 wisten Nijkerkers dat de bevrijding aanstaande was. Vanuit Barneveld hadden de Canadezen Slichtenhorst al bereikt, dus het kon niet lang meer duren. Van de Pol: ,,Groot feest natuurlijk! Dat weet ik nog wel. Ik kreeg een chocoladereep van een Canadese soldaat. Onvergetelijk voor een kind. Ik kan me ook nog herinneren dat enkele Canadese soldaten bij ons in de hooischuur op enorme schommels zaten die mijn broer daar had gemaakt. Het liefst met een leuke meid uit de buurt op schoot, dat ook natuurlijk.”
Van de Pol kan zich nog andere details herinneren van het eerste écht bevrijdingsfeest dat losbarstte in Nijkerk in 1945. ,,We gingen met zijn allen naar het centrum van Niekark. Hupsen, dansen, zingen. Ik weet nog dat we op de Bagijnenstraat stil moesten zijn van een paar oudere jongens. ‘Sst, hier is net iemand doodgegaan’, zeiden ze. Dus dat deden we, maar vervolgens ging het feest wel verder. In de avond gingen we allemaal naar de Eierhal, daar werd iets georganiseerd. Mooie herinneringen zijn dat…”
Zes weken lang verschijnt in de Stad Nijkerk een artikel dat telkens iemand portretteert die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt en een interview met een veteraan die in dienst van Defensie in een recent conflict heeft gediend.

















