Jentien van de Brug
Jentien van de Brug Kees van den Heuvel
Zomergasten

Juf Jentien van de Brug kijkt terug op 45 jaar onderwijs: ‘Je moet je plek vinden’

28 juli 2026 om 08:55 Mensen

NIJKERK Jentien van de Brug laat zich niet makkelijk vangen in één rol of titel. Ze is leerkracht op de Maranathaschool, ouderling in haar kerk en maker van textielkunst, maar zelf ziet ze dat als onderdelen van één geheel. ,,Eigenlijk loopt alles een beetje door elkaar heen. Ik vind het vooral belangrijk dat je er bent voor een ander.”

door Peter Pos

Jentien van de Brug werkt al 45 jaar op de Maranathaschool. Ze begon er als stagiaire en is er nooit meer weggegaan. „Vanaf mijn negentiende loop ik hier rond.” Het onderwijs bleek de rode draad in haar leven, al liep die geregeld langs andere interesses. Creativiteit, zorg voor anderen en haar geloof kregen allemaal een plek, maar steeds weer vanuit dezelfde basis: de school.

„Ik wilde eigenlijk nooit juf worden”, vertelt ze lachend. „Als kind wilde ik het liefst iets creatiefs gaan doen. Wat nu activiteitenbegeleiding heet. Creatieve dingen doen met mensen om ze verder te helpen. Maar die opleidingen zaten in Rotterdam en Breda. Dan moest ik op kamers en dat zag mijn moeder niet zitten.” Ze groeide op in een gezin met tien kinderen in Bunschoten-Spakenburg.

Mijn moeder stimuleerde ons altijd om dingen te maken

Dat creativiteit een belangrijke plek in haar leven zou krijgen, was al vroeg zichtbaar. „Mijn moeder stimuleerde ons altijd om dingen te maken. In de vakanties kwam er van alles op tafel: papier, lapjes, draadjes. Dan zaten we met z’n allen te knutselen.” Een herinnering staat haar nog helder voor de geest. „Ik zat in de hoogste klas van de basisschool en had een dag vrij. Mijn moeder zei: kom, we gaan leren naaien. Ik mocht achter de naaimachine. Nou, je maakte mij niet gelukkiger. Dat vond ik geweldig.”

Vanaf haar veertiende maakte ze kleding voor haar broers en zussen. „Aan het eind van de vakantie hielden we een modeshow. Dat soort dingen.” Toch koos ze uiteindelijk voor de opleiding aan de kleuterleidstersschool in Amersfoort. „Ik ben gegaan omdat mijn moeder zei: daar zit ook creativiteit in. Achteraf ben ik daar heel blij mee. In het derde jaar liep ik stage op de Maranathaschool. Dat was een fijne school. Toen er een baan vrijkwam, ben ik gebleven.”

Ze moest wel groeien in haar rol. „Ik vond het in het begin helemaal niet vanzelfsprekend om voor een groep te staan. Tegen de kinderen zei ik: je hoeft geen juf te zeggen hoor, noem me maar Jentien. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Je moet je plek vinden. Je moet leren hoe je leiding geeft.”

ONTDEKKEN EN ERVAREN

 „Ik vind onderwijs ook creatief. Onderwijs ontwerpen, lessen maken, thema’s uitwerken. Dat vind ik ontzettend leuk.” Nog altijd zoekt ze naar manieren om kinderen nieuwsgierig te maken. „Ik probeer altijd iets creatiefs toe te voegen. Kinderen onthouden dingen beter als ze zelf ontdekken en ervaren.”

In de klas begint alles voor haar met aandacht. „Ik begin altijd bij de kinderen zelf. Hoe zitten ze erbij, wat hebben ze nodig, hoe is hun dag. Je ziet het wel aan hoe ze binnenkomen. Aan hun ogen. Dan weet je al heel veel. Ik ben wel heel van: zo gaan we het doen. Dat werkt het beste. Maar ik zie ook hoe kwetsbaar sommige kinderen zijn. Dan moet je goed kijken én luisteren. ”

RODE DRAAD

Luisteren loopt als een rode draad door haar verhaal. Ook in haar werk als ouderling. „Het mooie is dat mensen je toelaten in hun leven en ze hun verhaal delen. Dat je samen mag zoeken naar wat belangrijk is. Ik ben ervan overtuigd dat je alleen vanuit kwetsbaarheid een echt gesprek kunt voeren. Als je zelf niets van jezelf laat zien, blijft het oppervlakkig.”

Naast het onderwijs bleef haar creatieve kant trekken. Eerst via schilderlessen. „Ik kwam terecht bij iemand die veel ruimte gaf. Het hoefde niet allemaal precies echt te zijn. Dat vond ik heerlijk.” Later ontdekte ze het quilten. „Ik begon met traditioneel quilten. Patronen natekenen, alles precies uitvoeren. Maar na een jaar dacht ik: dit ga ik nooit zo doen.” Ze zocht haar eigen weg en vond die in experimentele textielkunst. Via een groep in Meppel werkt ze nog altijd met andere vrouwen rond thema’s en woorden. „Dan krijg je één woord en mag je zelf bedenken wat je ermee doet. Dat vind ik mooi. Iedereen maakt iets anders. Daarna geef je elkaar feedback en leer je van elkaar. Ik hou ervan als er ruimte ontstaat om iets net anders te doen. Dat zit denk ik wel in mij.”

Ik hou ervan als er ruimte ontstaat om iets net anders te doen. Dat zit wel in mij

Die zoektocht naar betekenis komt ook terug in haar kunst. Voor een tentoonstelling rond tachtig jaar bevrijding maakte ze werk dat geïnspireerd was op de bevrijdingsrok. „Wat mij raakte, was het idee dat je van restjes iets nieuws maakt. Dat je vanuit beschadiging toch weer iets moois kunt creëren.” Ze gebruikte jeansstof en feloranje stiksels. „Als kleine lichtpuntjes. Dat er altijd weer iets van hoop blijft.”

Daarbij komt ze vanzelf uit bij haar geloof. „Ik ben streng opgevoed. Als kind droeg ik alleen rokken. Veel dingen hoorden zoals ze hoorden. Misschien komt daar ook wel mijn behoefte vandaan om soms net even anders te kijken. Geloof is altijd belangrijk geweest. Vroeger hoorde het erbij. Later werd het persoonlijker.” Vooral in moeilijke periodes vond ze daar houvast. „Toen heeft God mijn hart geraakt. Dat klinkt misschien groot, maar zo ervaar ik het wel. Hij liet me zien: ik ben er. Dat gaf rust. Dat gaf ruimte.” Die overtuiging klinkt ook door in haar werk als ouderling. „Het gaat niet om grote woorden. Het gaat om aanwezig zijn. Om luisteren. Om naast iemand te staan. Dat is voor mij ook Jezus volgen. Omzien naar anderen.” Diezelfde betrokkenheid klinkt door wanneer ze vertelt over cultuuronderwijs. Op school is ze cultuurcoördinator en werkt ze samen met Museum Nijkerk. „Ik vind het belangrijk dat kinderen hun eigen omgeving leren kennen. Als ze weten wat de verhalen uit hun woonplaats zijn, dan gaan ze er ook beter voor zorgen. Als een kind zegt: hé, dat heb ik gezien, dat ken ik, dan gebeurt er iets.”

KWETSBAAR

Volgend jaar bereikt ze een bijzonder moment: 45 jaar onderwijs. Pensioen lonkt voorzichtig aan de horizon, al weet ze nog niet precies wanneer ze stopt. Wel weet ze dat ze actief wil blijven. „Ik zou graag iets doen in het museum. Rond educatie bijvoorbeeld. En ik zou graag iets creatiefs doen met mensen die kwetsbaar zijn. Creativiteit combineren met iets betekenen voor anderen. Dat lijkt me mooi.”

Als ze terugkijkt op haar leven, ziet ze geen grote gemiste kansen. „Nee hoor. Het leven gaat zoals het gaat. Iedereen heeft zijn eigen geschiedenis. Iedereen moet daarin zijn weg zoeken. Ik heb geleerd om meer voor mezelf te kiezen en te staan voor wat ik belangrijk vind. Maar verder denk ik vooral: het is goed zoals het is gegaan.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie