Surinaamse geschiedenis staat centraal in expositie van Museum Nijkerk.
Surinaamse geschiedenis staat centraal in expositie van Museum Nijkerk. Gerrit van de Veen

Bert Paasman illustreert geschiedenis van Suriname en Antillen in Museum Nijkerk: ‘Liedjes vertellen hoe Nederland ooit naar ‘de West’ keek’

14 maart 2026 om 11:21 Historie

NIJKERK Liedjes zeggen vaak meer over een tijdperk dan dikke geschiedenisboeken. Dat laat emeritus-hoogleraar Bert Paasman op maandag 23 maart zien tijdens de voorjaarsbijeenkomst van Museum Nijkerk. In zijn lezing ‘Kun je nog zingen over ‘de West’?’ gebruikt hij oude liedjes om te laten zien hoe Nederlanders vroeger naar Suriname en de Antillen keken.

door Peter Pos

Paasman, die in Putten woont, houdt zich al tientallen jaren bezig met koloniale en postkoloniale cultuur- en literatuurgeschiedenis. ,,Ik kom uit een onderwijsfamilie. Ik ben geboren in Drenthe, in de turf in Hoogeveen en vanaf mijn zesde op de Veluwe opgegroeid. Na mijn studie ben ik in Putten komen wonen.’’


Bert Paasman - Eigen foto

Zijn interesse voor het koloniale verleden ontstond tijdens zijn studie. ,,Ik begon als specialist in de verlichting, de achttiende eeuw, de tijd van rationalisme en imperialisme. Toen kwam ik een roman uit die eeuw tegen, geschreven door een vrouw die zich tegen slavernij uitsprak. Dat was voor mij het scharnierpunt om verder uit te zoeken hoe het zat met de koloniale geschiedenis.’’

Sinds 1975 geeft Paasman colleges over koloniale onderwerpen, vooral over cultuur en literatuur. Daarbij ontdekte hij dat liedjes een bijzondere bron vormen. ,,Liedjes zijn zo interessant, zeker in een tijd dat veel mensen analfabeet waren. Liedjes konden ze wel onthouden. Ze zijn vaak volstrekt helder over de vooroordelen van die tijd. Je kon niet verwachten dat mensen daarin erg genuanceerd waren.’’

Tijdens zijn lezing laat hij zien hoe die liedjes het beeld van verre koloniën vormden. Daarbij maakt hij ook een vergelijking met liedjes over Nederlands-Indië. ,,Over Oost-Indië ging het vaak over producten en over hoe mooi de vrouwen daar waren. De reis erheen duurde tien maanden en de helft van de mensen kwam niet terug. Er was dus propaganda nodig. Er werd gesuggereerd dat het goud er op straat lag.’’


Voor Suriname en de Antillen was dat anders. ,,De reis naar Suriname duurde vijf à zes weken. De Indianen kwamen ze niet tegen, die zaten in het binnenland. De mensen die ze zagen waren vooral zwarte slaven. Daar werd anders over gedacht.’’

Opvallend is volgens Paasman dat slavernij in veel liedjes nauwelijks voorkomt. ,,Over de slavernij werd meestal niet geschreven. Maar soms kom je een liedje tegen waarin slavernij wordt afgekeurd. Dat zijn de krenten in de pap. Dan zie je dat er toen ook al mensen waren die slavernij afwezen.’’

De lezing sluit aan bij de tentoonstelling Suriname: mijn geschiedenis, jouw geschiedenis in Museum Nijkerk, die nog tot 31 oktober te zien is. In de expositie zijn ook bruiklenen uit de collectie van Paasman opgenomen, waaronder een bijzondere kaart van Suriname uit circa 1700.

De voorjaarsbijeenkomst begint om 19.30 uur in De Schakel in Nijkerk (inloop vanaf 19.00 uur). De toegang is gratis voor Vrienden van Museum Nijkerk, anderen betalen 8,50 euro aan de deur. Na de pauze vertelt museumvoorzitter Jan Cozijnsen in woord en beeld over de geschiedenis van Nijkerk.

Afbeelding
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie