Saskia van den Berg-Ebbenhorst las het verhaal van mevrouw Nechamah Mayer-Hirsch voor.
Saskia van den Berg-Ebbenhorst las het verhaal van mevrouw Nechamah Mayer-Hirsch voor. Arjen Gerritsma

Dodenherdenking in Nijkerk: ‘Mijn ouders besloten te gaan onderduiken’

4 mei 2026 om 23:38 Herdenkingen

NIJKERK Op 4 mei werd in Nijkerk stil gestaan bij de herdenking van de doden die zijn gevallen in de Tweede Wereldoorlog en oorlogen daarna. Saskia van den Berg-Ebbenhorst las het verhaal van mevrouw Nechamah Mayer-Hirsch voor.

Dit verhaal gaat over de herinneringen die zij heeft aan wat haar en haar familie in Nijkerk is overkomen tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog.


Nechamah Mayer-Hirsch en een foto van haar als kind.

,,Mijn naam is Nechamah Mayer-Hirsch. Ik ben geboren op 10 januari 1941 in Amsterdam als dochter van David Hirsch en Gesina – roepnaam Sientje – de Liever. Sientje was de dochter van Louis en Betje de Liever, wonend op het Singel 28. Naast haar vader en moeder had Sientje nog 3 zussen, te weten Minna, Reina en Annie en een broer genaamd Philip. Philip en Minna waren al getrouwd. Philip woonde ook in Nijkerk en had al een zoon, Minna woonde in Veendam en had ook al een kind. Veel van wat ik jullie wil vertellen, ben ik pas ruim na de oorlog te weten gekomen. In de zomer van 1942 werd het leven van Joden steeds zwaarder. De eerste deportaties waren er al. In bijna geen enkel beroep mocht een jood meer werken. Gedwongen verhuizingen kwamen er.


Foto - Arjen Gerritsma

Dat is waarschijnlijk de reden dat mijn vader en moeder besloten om te gaan onderduiken. Een gezegde uit die tijd klonk: ‘Je kunt beter drie jaar te vroeg onderduiken dan drie dagen te laat.’ Zo kwam ik bij de katholieke familie Gerrit en Jopie Wijngaarden in Amsterdam terecht als Gemma Marie Wijngaarden. Ik had zelfs een vervalst geboortebewijs waarop stond dat mijn zogenaamde moeder in haar kraambed was overleden en dat Jopie de zogenaamde tweede vrouw van Gerrit was. Mijn ouders zijn in de zomer van 1942 vanuit Amsterdam naar Nijkerk gevlucht en zijn gaan onderduiken bij Grada Brouwer op de Holkerstraat. Eind 1942 zijn ook Reina en Annie ondergedoken, ergens in Appel. Ook Philip was met zijn vrouw ondergedoken. Wanneer mijn opa en oma zijn ondergedoken, weet ik niet meer. Daar, in het huis van Grada Brouwer, was het een vast ritueel. Overdag zaten mijn moeder en vader verstopt op zolder, maar kwamen elke avond naar de huiskamer van Grada. Tot er ergens op een avond in 1942 op de deur werd gebonsd. Nee, het was geen Duitse soldaat maar gewoon een Nijkerkse politieagent.

TIP

Na een tip waren ze in de hele Holkerstraat op zoek naar iemand die valse documenten maakte. Mijn vader en moeder vlogen door de keuken naar de tuin. Daar kwam mijn vader ten val en werd door de politie aangehouden. Hardop riepen de agenten dat ze een mooie bonus zouden krijgen van de Duitsers, wel 7 gulden 50. Dat is omgerekend naar nu 150 euro. Mijn moeder vluchtte naar de familie Boterenbrood, die op de Luxoolseweg een boerderij had. Daar zaten nog andere onderduikers.


Foto - Arjen Gerritsma

In de zomer van 1945, de oorlog was ten einde, stond er ineens een vrouw bij Gerrit en Jopie op de stoep in Amsterdam. Het bleek mijn echte moeder te zijn. Nadat zij een paar weken met mij in Amsterdam bleef om weer aan elkaar te wennen, brak het moment aan dat ik naar Nijkerk ging. Terug naar het ouderlijk huis van mijn moeder.

Een huis dat grotendeels leeg bleek te zijn, want alleen mijn opa en oma leefden daar nog. Ook zij waren ondergedoken maar aan het eind van de oorlog toch opgepakt en naar Westerbork getransporteerd. Zij hadden geluk. Er reden geen treinen meer van Westerbork naar de kampen in het oosten.

APPEL

Daar kwamen we er achter dat David, mijn vader, al op 28 augustus 1943 was vermoord in Auschwitz. Ook tante Annie en Reina waren ergens eind 1942 opgepakt in de omgeving van Appel. Zij stierven beiden in juni 1943 in Sobibor. Mijn andere tante, Minna, is met haar kind in mei 1943 vermoord. Haar man al in 1942. Zoon Philip en zijn vrouw en zoon Louk hadden de oorlog overleefd. In de oorlog is er nog een baby geboren, Fränklin. Mijn neefje Louk is in Amsterdam, waar hij was ondergedoken, verraden en naar Westerbork getransporteerd. Hij heeft enkele kampen overleefd. 

GEPEST

Na de oorlog kwam het leven in Nijkerk langzaam aan weer op gang. Ik was vier jaar en kwam op de christelijke bewaarschool. Maar ik werd gepest, omdat ik een joods meisje was, vooral door de juffrouwen die er les gaven. Op een dag is mijn opa naar het hoofd van de School met de Bijbel gegaan met mij erbij en heeft zijn beklag gedaan. Hij was een rustige man die amper zijn emoties liet zien. Het wantrouwen van de directeur was zelfs voor hem verbijsterend. ‘Maar mijnheer de Liever, jullie hebben toch Jezus vermoord’. Mijn opa, die zoveel persoonlijk leed had doorstaan, barstte in huilen uit. Het was de enige keer dat ik dat mee maakte. Ik ben het mijn leven lang nooit vergeten. Ik was uit de oorlog gekomen, maar de oorlog is nooit uit mij gekomen.” 

Twee minuten stilte

Twee minuten staat de wereld even stil
geen geluid, geen gelach, geen geschreeuw
We denken aan de namen die we nooit meer horen
die in de strijd voor vrijheid zijn verloren
Zij gaven hun leven, hun dromen, hun kracht,
Zodat wij nu leven in de vrije nacht
Maar uit die donkere dagen
groeide iets sterks en vrij
De vrijheid waarin wij nu leven
voor jou, en ook voor mij

- Suze van Twillert, winnares gedichtenwedstrijd #vrijheidgeefjedoor -

Nechamah Mayer-Hirsch en een foto van haar als kind.
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie