
Vrijheid Verbindt: ‘Ik wilde mijn familie niet ongerust maken’
8 april 2025 om 08:42 AchtergrondNIJKERKERVEEN Het project ‘Vrijheid Verbindt’ richt zich op het vastleggen van de verhalen van inwoners van de gemeente Nijkerk die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt en veteranen uit Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken. We delen deze verhalen met een breed publiek. ‘Vrijheid verbindt’ is een initiatief van de Stad Nijkerk, de Bibliotheken in de gemeente Nijkerk, Oranjevereniging Nijkerkerveen en Historisch Hoeflake en documentairemaker Olaf Koelewijn, die van zes van deze portretten een documentaire maakt. Dit project kwam tot stand dankzij een subsidie van de gemeente Nijkerk.
Martijn Demmer was tijdens zijn beide uitzendingen in Afghanistan werkzaam bij de pantserinfanterie. Hij is nog steeds in dienst van Defensie bij een verpleegkundig bataljon in Ermelo.
door Maranke Pater
Als jongetje van vijf speelde hij uit school in Nijkerk buiten dat hij militair was. ,,Mijn oom zat in dienst, hij kwam vaak wat bij ons thuis ophalen en dan droeg hij zijn uniform. Ik wilde dat ook en dat gevoel is nooit weggegaan. Toen ik klaar was met middelbare school moest ik wat tijd overbruggen voor ik de overstap naar Defensie kon maken. Tegenwoordig noemen ze dat de VEVA mbo opleiding op het ROC.” In 2002 kwam hij op als militair. ,,Er was een banenwinkel van Defensie waar ze uitleg gaven welke eenheden er zijn. De infanterie sprak mij het meeste aan. Ik heb de algemene militaire opleiding gevolgd en ben daarna geplaatst in Havelte bij het anti-tankpeleton en werd chauffeur op een YPR-antitank.” Zijn compagnie kreeg in 2006 de opdracht om deel te nemen aan de Deployment Task Force in Afghanistan. Dit was de voorloper van de Taskforce Uruzgan”. Martijn werkte daarvoor met een heel team aan tankers, infanteristen, antitank-, mortier- en geneeskundig personeel samen. We oefenden om te vechten tegen de vijand uit het oosten.” ,,Met dit team begonnen de trainingen voor Afghanistan. Dit vergde een hele andere manier van optreden.
KANDAHAR
De Afghanen hadden zelf geen tanks. De leden van zijn peloton werden daarom onderverdeeld over de twee infanterie-pelotons van zijn compagnie. Hij werd zelf onderdeel van het tweede peloton als chauffeur op een Patria, een groot wielvoertuig. ,,Onze taak was het beveiligen van de konvooien vanuit Kandahar. ,,Kandahar was een groot vliegveld In Afghanistan dat onder bevel stond van de Amerikanen. Er waren veel nationaliteiten aanwezig. Vanuit Kandahar voerden we konvooien uit om het bouwmateriaal richting de provincie Uruzgan te brengen. In eerste instantie werd daar Kamp Holland opgebouwd in Tarin Kowt. In een later stadium werden er ook materialen richting Deh Rawod gebracht. Vanwege de dreiging van bermbommen moest bij iedere stop de omgeving rondom het konvooi gecheckt moest worden of er iets vreemds aan het terrein te zien was. ,,Je doet best lang over een route van 160 kilometer. Ik denk dat we tijdens diverse ritten wel tussen de vijftien en twintig uur onderweg waren. Je weet je taak, dat is de beveiliging van de logistieke voertuigen en je weet dat er een bepaalde dreiging is. Bij elk verdacht spoor in de weg werd er gecheckt of er bermbommen lagen. Er was ook een menselijke dreiging, maar in al die maanden zijn we maar één keer zwaar onder vuur genomen.”
STOP MET VUREN
Via de radio hoorde de tolk die onze eenheid ondersteunde dat de Talibanstrijders onderling zeiden dat het Nederlandse militairen waren die in aantocht waren. ,,Ze riepen naar de anderen: ‘stop met vuren, het zijn niet de Canadezen’. We wisten dat mochten we ‘aangegrepen worden’ dat we met de andere voertuigen in een bepaalde vechtopstelling moesten gaan staan en het gevecht aan zouden gaan. Het moment dat we onder vuur werden genomen, was ook zo weer voorbij. We hadden alleen materiële schade en konden weer door rijden met het konvooi.” De periodes op Kandahar Airfield waren kort, immers moesten er steeds Nederlandse konvooien beveiligd worden. ,,In de dagen dat we op het kamp waren hadden we zo onze opdrachten, we hielpen in de wacht, bij het fouilleren en het doorzoeken van Afghaanse vrachtwagens.” Hij verbaasde zich over alle faciliteiten die Amerikaanse militairen meenemen als ze op uitzending gaan. ,,Het was echt bizar, tijdens een internationale cursus die ik laatst volgde hoorde ik ook de reden erachter: hun Ministerie van Defensie doet eigenlijk alles om de militairen tevreden te stellen. De filosofie is dat als je voor de innerlijke persoon zorgt, dan wordt de motivatie hoger. Ze namen een complete bioscoop mee, een Burger King en een Pizzahut. De Canadezen hadden hun Tim Hortons, een koffie- en een bagelzaak.”
MORTIERAANVAL
In de dagen dat hij er daadwerkelijk sliep, maakte Martijn 65 mortieraanvallen mee. ,,Als het alarm afging moesten we onze spullen pakken en de bunker in. Ik stond de hele tijd ‘aan’, je bent op je hoede, je slaapt wat lichter, dat heb je in eerste instantie niet eens in de gaten. De Talibanstrijders hadden geen tanks, maar maakten gebruik van schietbuizen met een ontsteking eraan. De gemaakte schietbuis lag dan op een hoopje stenen, ze zetten de schietbuis richting het kamp en vuurden hem af. Ze hadden geen specifiek doel. Als je achteraf terugkijkt hoeveel mensen er op ons kamp rondliepen en dat er relatief weinig gebeurd is, dat is wel heel bijzonder.” Eenmaal thuis deed het maandelijkse luchtalarm hem meermaals terugdenken aan de momenten dat hij de bunker in moest. ,,Op de maandag na mijn terugkomst was direct de eerste maandelijkse luchtalarm. Toen om 12.00 uur het luchtalarm afging, rende ik naar beneden en vroeg aan mijn vriendin en moeder: ‘waar zijn mijn spullen, ik kan mijn spullen niet vinden’. Als we op het kamp naar de bunker moesten, dan pakten we onze helm en ons veiligheidsvest.”
In zijn eerste uitzending was er weinig contact met de bevolking. We waren voornamelijk onderweg voor de konvooien. De weinige contacten waren wanneer de Afghaanse vrachtwagens, ook wel ‘jingle trucks’ genoemd, bij het vliegveld kwamen en wij de chauffeurs moesten fouilleren en de vrachtwagens moesten controleren op mogelijke IED’s.
Veertien maanden na de eerste uitzending werd eind 2007 zijn compagnie voor de volgende uitzending ingezet in Afghanistan. In deze tweede uitzending had Martijn een andere taak, daar viel hij onder Taskforce Uruzgan. En zat bij Battlegroup 5 ,,De missie Uruzgan staat heden ten dagen nog steeds te boek als opbouwmissie. Naast zorgen voor de veiligheid in de regio was daar ook een civiel-militaire samenwerking. Onder andere samen met zogeheten Provincial Reconstruction Teams gingen wij mee de dorpen in. Deze teams gingen in gesprek met de bevolking. Zij moesten beveiligd worden, als zij op pad gingen, gingen wij mee. We reden een dorp in, en door hen werd bijvoorbeeld gekeken hoe het met de voorzieningen stond, zoals het drinkwater. Was er geen drinkwater, dan werd er een bijvoorbeeld gekeken of er een waterput geslagen kon worden. Hoe was het met het onderwijs? In de provincie Uruzgan was er weinig optie voor onderwijs, er moesten scholen komen. Daar zijn ook scholen gekomen speciaal voor meisjes. Dat is voor Afghaanse begrippen heel bijzonder omdat meisjes daar geen scholing mochten krijgen van de Taliban. Nederland heeft ook gekeken naar de gezondheidszorg in de provincie Uruzgan. Zo was er in Tarin Kowt in de omgeving van kamp Holland een ziekenhuis waar ook de Afghaanse bevolking onderwijs kreeg in gezondheidszorg en daar ook werkzaam waren.
We hadden in deze maanden ook de taak om samen te werken met de ANA, Afghan National Army, met als doel dat zij uiteindelijk ons werk zouden overnemen. We reden patrouilles om het gebied in kaart te brengen en de bevolking in kaart te brengen.
Achteraf gezien was deze missie gevaarlijker dan mijn eerste uitzending en uiteindelijk zie ik deze periode ook meer als een vechtmissie dan een opbouwmissie, vertelt Martijn. ,,Twee weken nadat we in het gebied kwamen hadden we ons eerste gevecht en tijdens de overdracht het laatste gevecht. We zijn in de 4-5 maanden veel aan het vechten geweest. We moesten het relativeren, om iets op te kunnen bouwen moesten we ervoor zorgen dat de regio rustiger werd en de Taliban de wapens neerlegde. Het is moeilijk uit te leggen wat er door je heen gaat wanneer er voor het eerst daadwerkelijk kogels en RGP’s om je heen inslaan en je terug gaat vechten.”
Eén van de opdrachten was het beveiligen van de Genie die de taak hadden om een stuk weg en brug te repareren in omgeving van deh Rawod. Op de plattegrond waren punten omcirkeld waar de beveiligers zich moesten installeren. ,,Het was heel bizar, we zijn op patrouille gegaan en klopten op de deuren van woningen die we in beslag namen. We zeiden tegen de mensen via onze tolk dat ze een paar dollar kregen en anderhalf uur de tijd hadden om hun spullen te pakken. We verklaarden dat we hun huis over namen en dat ze over een week terug konden keren. Terwijl de bewoners hun kleding en eten aan het pakken waren, hakten wij schietgaten in de muren. Wij hebben ons meerdere dagen verschanst in de huizen voordat alles was gepareerd. Vijf dagen lang rond zonsopkomst en rond zonsondergang viel de Taliban ons aan. Dit waren heftige gevechten waarbij wij uiteindelijk een collega van het Afghaanse leger zijn verloren. Na deze opdracht hebben wij ook deelgenomen aan hun ceremonie om onze steun te betuigen. Ik heb op een basisschool dit verhaal verteld en aan de kinderen gevraagd: ‘hoe zouden jullie het vinden om ineens je huis te moeten verlaten, terug te komen en er dan achter komen dat het hele huis overhoop ligt, er overal zandzakken liggen en schietgaten zijn gemaakt. Dat je slaapkamer je slaapkamer niet meer is?’ Vanwege de geschiedenislessen over de Tweede Wereldoorlog probeer ik die link over te brengen want ik denk dat de kinderen hier toen ook mee te maken kregen.”
ZWARTE PERIODE
De meest zwarte periode is operatie ‘Kapcha As’. Sinds 2008 blijft 12 januari voor Martijn jaarlijks een dag om nooit meer te vergeten. ,,Door verschillende uiteenlopende omstandigheden waaronder weer, communicatie en andere misvattingen kwam mijn compagnie onder zwaar vuur te liggen. Uiteindelijk bleek dat de eenheden elkaar onderling aan het bevuren zijn. Bij deze gevechten raakten collega’s zwaar gewond en overlijden uiteindelijk twee van mijn compagniegenoten. Toen eenmaal duidelijk werd wat er was gebeurd en op de radio werd gesproken over doden en gewond van eigen zijde kwam dat enorm hard binnen. Op kamp Hadrian werd een condeleanceplek ingericht en middels een zogenoemde ‘ramp ceremonie’ werd de laatste eer te bewezen. Toen het vliegtuig met hun lichamen vertrok, moesten wij nog drie maanden op die plek werken.” Martijn besloot weinig via de telefoon of internet te delen. ,,Als mijn moeder belde en iets vroeg over een gebeurtenis, dan zei ik dat het op het andere kamp gebeurd was. Dat er bij ons niet veel gebeurde. Ik wilde ze niet te veel ongerust maken. Het klinkt cru; je belt naar huis omdat het erbij hoort, maar je praat er liever na de uitzending over. Als je op uitzending bent, dan is je leven dáár. Door alles wat je meemaakt merk je bewust of je wordt er bewust van gemaakt door je omgeving dat je anders reageert op gebeurtenissen. Net terug van deze uitzending was daar het bevrijdingsfestival in Wageningen. Er knapte een ballon achter me en de drill schoot in mijn lijf, in paniek schoot ik een portiek in, en ging in een schiethouding houding zitten. Het zat er zó ingesleten. Ook van drukte op feestjes had ik altijd veel last. Het liefste ging ik dan op een plek zitten of staan waar ik overzicht had.”
VERANDERING
De oud-Nijkerkervener vindt dat Nederlanders blij mogen zijn dat ze mogen en kunnen zijn wie ze willen zijn. ,,Ik ben wel van mening dat we af en toe hierin wel kunnen doordraven. Ook kunnen we hier van onderwijs genieten. In Afghanistan hebben we scholen gebouwd, ook voor meisjes. Toen Nederland zich terugtrok uit Afghanistan waren die scholen de eerste gebouwen die door de Taliban zijn verwoest. Er zijn mensen die zeggen dat onze inzet daar voor niets is geweest, maar wij hebben twee generaties Afghanen laten zien hoe het ook kan. De bevolking staat open voor verandering, maar die komt er niet door de machtsovername door de Taliban.
Ieder jaar is Martijn bij de 4 mei herdenking in zijn voormalige woonplaats Nijkerkerveen. ,,We kijken wat de inzet van het Nederlandse leger is geweest in de afgelopen decennia en ik sta er voor de de mensen die recent op missie zijn geweest, of door een conflict zijn geraakt. of dit nu militairen of burgers zijn Ik sta er niet alleen voor de gedachte aan de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog. Ik ben in mijn periode in Havelte uiteindelijk vijf collega’s verloren waarvan twee in Afghanistan. Voor mij is 4 mei dan ook een moment om extra stil te staan bij het verlies van deze jongens.”
Sinds 5 jaar is Martijn jeugdtrainer bij Veensche Boys. Veel ervaringen uit zijn werk bij de Landmacht en zijn uitzendingen neemt hij mee naar de club. ,,Als eenling kun je niet veel. Je hebt in een team, zowel bij de jeugd als ook de senioren elkaar nodig. Een van de dingen die ik heb gedaan om de leden en trainers dichter bij elkaar te brengen is een jeugddag op Beekhuizenzand in Harderwijk. Voor mij betekend het zijn van een team of club dat je samenhorigheid brengt. Daardoor ben ik naast persoonlijke ontwikkeling ook veel bezig met groepsprocessen om kinderen ook daar in te laten groeien.
Zes weken lang verschijnt in de Stad Nijkerk een artikel dat telkens iemand portretteert die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt en een interview met een veteraan die in dienst van Defensie in een recent conflict heeft gediend.

















