
Vrijheid Verbindt: ‘De welvaart en weelde in Nederland is zuur verdiend’
26 maart 2025 om 10:39 Achtergrond Vrijheid VerbindtHOEVELAKEN Het project ‘Vrijheid Verbindt’ richt zich op het vastleggen van de verhalen van inwoners van de gemeente Nijkerk die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt en veteranen uit Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken. We delen deze verhalen met een breed publiek. ‘Vrijheid verbindt’ is een initiatief van de Stad Nijkerk, de Bibliotheken in de gemeente Nijkerk, Oranjevereniging Nijkerkerveen en Historisch Hoeflake en documentairemaker Olaf Koelewijn, die van zes van deze portretten een documentaire maakt. Dit project kwam tot stand dankzij een subsidie van de gemeente Nijkerk. Hoevelaker Gert-Jan Kruijsbergen is nog bij de Landmacht in dienst op de legerbasis in Ermelo. Hij ging op missie in Bosnië in 2002 en in Afghanistan in 2011. Na zijn vwo kwam Gert-Jan via de Koninklijke Militaire Academie in het leger terecht. ,,We hadden het thuis niet breed, studeren aan de universiteit was geen optie.”
door Maranke Pater
Op het vwo had hij de bètakant gedaan en hij was altijd al aan het stoeien geweest met elektronica. De Verbindingsdienst paste bij hem. Op school ging het over de kruisraketten die geplaatst moesten worden, dat leverde verhitte discussies in de klassen op tussen docenten en leerlingen. ,,De kreet ‘Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken’ bestond toen nog. Er waren fervente tegenstanders en voorstanders, maar daar is wel het zaadje voor het vak van beroepsmilitair gezaaid voor mij.” In 1991 ontstond er een ernstig conflict op de Balkan: diverse deelrepublieken in Joegoslavië raakten met elkaar slaags en verklaarden zichzelf onafhankelijk. In 1992 werd er daarom een compleet Verbindingsbataljon naar voormalig Joegoslavië gestuurd onder de vlag van de United Protection Force. ,,Ik was in mijn functie niet in staat om mee te gaan op deze peacekeeping-missie. Ik pendelde tussen de kazerne in Schaarsbergen en Hoevelaken heen en weer en zag regelmatig lange konvooien met wit gespoten voertuigen en wist: die gaan naar voormalig Joegoslavië toe.”
MENTAAL VOORBEREIDEN
In 2001 was het dan toch zijn beurt om op missie te gaan, al was het inmiddels een missie van de NAVO geworden: SFOR. ,,Ik had een jaar om mezelf er mentaal en fysiek op voor te bereiden. Mijn standplaats werd Banja Luka in Bosnië.” Het team van Kruijsbergen zorgde voor de communicatieverbindingen van het hoofdkwartier van de divisie en mobiele verbindingen. ,,Er waren onder andere detachementen bij de Canadezen en de Britten. Ik reed regelmatig samen met mijn chauffeur naar Split in Kroatië.” De twee grootste storende factoren waren de strenge winters en de mijnenvelden. ,,Er lag zoveel sneeuw dat we goed moesten oppassen dat we niet over een landmijn heen reden.”
(De tekst gaat verder onder de foto)
![]()
Veteraan Gert-Jan Kruijsenbergen bij een boom die hem doet denken aan de bomen in Bosnië.- Mathilde Dusol
SMOG
In juni 2011 ging Kruijsbergen voor zijn tweede missie naar Afghanistan, naar het hoofdkwartier van ISAF in Kabul. Zijn eerste indrukken: ,,Bij aankomst was het er heet, stoffig. We zaten in de aanloop naar de winter in Kabul, en de inwoners van de stad stookten alles wat los en vast zat op. De luchtkwaliteit was niet brandschoon. Dat gaf ook herinneringen aan Bosnië. In Jajce was een vuilverbrandingsinstallatie. Als die aan stond, dan kon je die kilometers van tevoren zien, je reed de smog in.” Er gebeurde op zijn missie in Afghanistan niets wat traumatisch was, op één gebeurtenis na. ,,Ik was net met verlof en zat na allerlei omzwervingen eindelijk op maandagavond thuis op de bank. We keken het journaal en toen lag het hoofdkwartier van ISAF in Kabul onder vuur…. Dat was zo’n rare gewaarwording. Aan de ene kant ben je blij dat je thuis zit, maar al mijn collega’s zaten daar en daar wilde ik voor mijn gevoel bij zijn.” Kruijsbergen was in Afghanistan stafofficier bij de afdeling Civil Military Synchronization. Hij hield zich bezig met het afstemmen van alle activiteiten aan de civiele kant. Van ontwikkelingswerk tot wederopbouw, van law enforcement tot het afstemmen met de militaire operaties. Op de missie in Afghanistan had hij niet zo door hoe gevaarlijk de oorlog was. ,,Je staat wel continu ‘aan’. Ik heb ook wel momenten gehad waarop ik me realiseerde: ‘als er nu iets gebeurt, waar moet ik dan naartoe?’” De echte realisatie kwam toen hij thuis was. Hij ging met een deel van zijn gezin naar Kampen waar zijn oudste dochter woonde. ,,Op dat moment was het evenement ‘Kerst in Oud Kampen’ gaande. Iemand stak vuurwerk af. Ik schoot al bijna naar de grond om dekking te zoeken. Iedereen keek me verbaasd aan met een blik van: ‘wat was jij nou aan het doen?’ Ik was continu op mijn hoede geweest, dat hoefde nu niet meer. Dat besef kwam toen echt binnen. We kunnen hier in Nederland doen en laten wat we willen, we hoeven niet bang te zijn. Het heeft een paar maanden geduurd voor ik die alertheid helemaal kwijt was.”
PRIME TIME
De missie was ook van impact voor het thuisfront: zijn gezin. ,,Als er iets gebeurde in de stad, kwam dat prime time op de Nederlandse televisie binnen. Mijn familie schrok, terwijl wij op afstand zaten. Ik had het geluk dat ik elke dag een half uur kon skypen met mijn gezin. Ik was op uitzending, maar mijn gezin was ook op uitzending. Mijn echtgenote moest alles alleen doen met onze zes kinderen. De uitzendingen trokken een behoorlijke wissel op ons gezin, dat onderschat men. Als mijn vrouw in het dorp liep om boodschappen doen, vroegen mensen altijd hoe het met mij ging, maar ze vroegen nooit of zij het thuis wel redde. Dat maakte de situatie wel extra lastig.”
,, Ik voel nu pas de behoefte om mij als veteraan te uiten
Hij vertelt dat hij in een generatie zit die in rust en vrede is opgegroeid. ,,We hebben zoveel meer mogelijkheden en meer welvaart gekregen. Ik kan me goed voorstellen hoe het voor de generatie voor ons is geweest, hoe ze eerst vijf jaar lang onder bezetting hebben geleefd en overal voor en achter zich moesten kijken. Er was voedseltekort, de dreiging van bombardementen. Vervolgens kwam de situatie dat half Nederland plat lag en alles opnieuw opgebouwd moest worden. Ik snap dat je daar jaren na dato nog steeds last van kunt hebben. Ik merkte dat vooral Indiëveteranen trauma’s ondervinden, zij zijn na de Tweede Wereldoorlog uitgezonden geweest, kwamen terug en moesten meewerken aan de opbouw van het land. Pas rond hun pensioen konden ze dat wat ze mee hadden gemaakt verwerken.” Kruijsbergen is nog in actieve dienst. Vorig jaar is hij voor het eerst naar Veteranendag geweest, binnen het regiment Verbindingstroepen dat 125 jaar bestond. ,,Ik was gevraagd om deel te nemen aan het défile. Voor die tijd voelde ik die behoefte om mij als veteraan te uiten nog niet.” De oorlog in Oekraïne doet hem als persoon en als militair veel. ,,Toen de oorlog daar uitbrak, dacht ik: ‘ik zit aan het eind van mijn loopbaan, ik had nooit gedacht dat ik dit nog mee zou maken. Ik kwam in 1988 van de KMA af, in het staartje van de Koude Oorlog. Vervolgens hebben we bijna niets anders dan vredesoperaties gehad. Dit is de tweede hoofdtaak van Defensie; de bescherming van de nationale en internationale rechtsorde. Als je dan aan het einde van je loopbaan weer terug gaat naar het Koude Oorlog-scenario, dan voelt dat heel raar.”
Juist nu moeten we daarom stilstaan bij tachtig jaar vrijheid, vindt de Hoevelaker. Omdat veel zaken onder druk komen te staan. Voor hem is het belangrijk dat de bevolking van Nederland zich er bewust van wordt. ,,Dat vrijheid niet voor niets is. Dat onze welvaart en weelde zuur verdiend is. Dat moet je ook koesteren, als je een wereld om je heen hebt waar dat niet zo vanzelfsprekend is. Dat zet wel aan tot denken.”

















