
Watermolen, putten en andere vondsten gedaan tijdens werkzaamheden Plein in Nijkerk
12 oktober 2022 om 16:00 HistorieNIJKERK Bij graafwerkzaamheden op het Plein in Nijkerk is dinsdagochtend een restant gevonden van een watermolen uit 1656. Een waterrad, aangedreven door opgestuwd water uit de Brede Beek, zorgde voor de aandrijving van de maalstenen in de grutmolen van Jan Claessen die de molen liet bouwen. Tijdens het graven en verder onderzoek zijn de houten bodem van de watergoot voor de aanvoer van water naar het rad en de gemetselde duiker gevonden waarmee het water weer naar het lager gelegen deel van de beek werd afgevoerd.
Theo Slijkerman, medewerker van Museum Nijkerk, had al eerder onderzoek gedaan naar de locatie van de watermolen en met name naar de plaats- en het type van het waterrad. Feitelijke historische bronnen zijn er nauwelijks. Slijkerman: ,,Op basis van voornamelijk de schets die Jan Claessen in 1655 maakte voor zijn plan om de watermolen te bouwen, beschikbaar in het Gelders Archief, en de kadastrale kaart van 1832 is de locatie bepaald. Het te maken hoogteverschil van het water in de Brede beek is gering, zodat alleen een onderslagwaterrad mogelijk was. Bij een dergelijk rad drukt het water tegen de schoepen aan de onderkant van het rad, in tegenstelling tot een bovenslagwaterrad, waar het water vanaf aan de bovenkant op de schoepen loopt.”
VONDSTEN Het relatief diepe graafwerk voor een waterkelder in het Plein, op de locatie waar de grutmolen heeft gestaan, bood onverwacht de kans om te zien of er misschien nog iets van de watermolen in de grond zou zitten. En dat bleek het geval. Doordat al duidelijk was waar en naar wat moest worden uitgekeken, werd al snel een deel van een houten constructie gevonden. Bij verdere voorzichtige ontgraving kwam de circa één meter brede houten bodem van de watergoot tevoorschijn, nog goed vast gespijkerd in onderliggende dwarsbalkjes. Iets dieper in de wand van de ontgraving werd bovendien het begin van de gemetselde afvoer naar de Brede Beek nog gevonden.
,,De wateraandrijving van de grutmolen heeft tot 1720 gefunctioneerd, waarna de aanvoergoot en afvoer zijn gedempt”, weet Slijkerman. ,,In de grond die daarvoor is gebruikt zaten enkele kleine vondsten, zoals aardewerk scherven, een deel van een schaar, een mes, knikker, pijpekopjes en een klomp.”
WATERPUTTEN In de bodem van de ontgraving, binnen het kader van de oorspronkelijke grutmolen, zat nog het restant van een waterput. Of die ook uit 1656 stamt, is nog niet duidelijk. Ook van een tweede waterput, in de hoek van de ontgraving, is niet duidelijk uit welke periode die kan zijn.
Inmiddels is de waterkelder geplaatst en het gat weer gedicht. Het onderzoek kon worden gedaan met de medewerking van aannemer Timmer en is uitgevoerd door Milo Verhamme, archeoloog van het Centrum voor Archeologie in Amersfoort, Bert de Bree en Theo Slijkerman van Museum Nijkerk.






















