Bernardus Johannes Alfrink (in het midden).
Bernardus Johannes Alfrink (in het midden). Lies Alfrink (archief)

Bij ons in de binnenstad: geboortehuis van kardinaal Alfrink

Historie Bij ons in de binnenstad

NIJKERK Wat is het verhaal achter de deuren van een pand dat nu nog in de binnenstad staat? Wie durft er omhoog te kijken naar de gevels van de stad Nijkerk om te fantaseren hoe bloeiend de gemeenschap vroeger al was? Welke bedrijven ontstonden er achter Niekarkse deuren? In de serie ‘Bij ons in de binnenstad’ duikt journaliste Maranke Pater in de Nijkerkse archieven om de geschiedenis boven water te halen. Deze week: de plek waar ooit het geboortehuis stond van kardinaal Alfrink. 

Het katholieke geloof werd Bernardus Johannes Alfrink bij zijn geboorte op 5 juli 1900 met de paplepel ingegoten. Zijn ouderlijk huis stond aan de Holkerstraat 30, pal naast de katholieke kerk, de parochiekerk van de H. Catharina. Vader Theodorus Johannes Alfrink was timmerman, een beroep dat twee van zijn zoons ook op zich zouden nemen. Hij was getrouwd met Elisabeth Catharina Ossenvoort. Als katholiek gezin waren ze een minderheid in het overwegend protestantse Nijkerk. 

Bernard ontpopte zich als een zeer begaafd leerling die de r.k bijzondere lagere school vlot doorliep. Zijn stiefmoeder - zijn moeder overleed een jaar na zijn geboorte bij de geboorte van een tweeling - was de eerste aan wie hij vertelde dat hij priester wilde worden. Op het klein-seminarie in Culemborg begon hij aan zijn opleiding tot geestelijke. Twaalf studenten, waaronder de latere bisschop van Groningen, monseigneur P.A. Nierman gingen voor het staatsexamen op. Ze werden gekscherend ‘de Twaalf Apostelen’ genoemd. Zijn priesterwijding ontving Bernard van de toenmalige aartsbisschop monseigneur H. v.d. Wetering in Utrecht. Op 20 augustus 1924 leidde hij in de Nijkerkse katholieke kerk zijn eerste mis als priester. Als tekst was gekozen: ‘Tu es sacerdos in aeternum’ ofwel: Gij zijt priester in eeuwigheid. Bernard besloot om naar Rome en Jeruzalem te vertrekken om Bijbelwetenschappen te studeren aan het pauselijke Bijbelinstituut. 

Zijn werkende leven begon pas echt toen hij een aanstelling als kapelaan aanvaardde in Houten in 1929. Hij promoveerde met zijn proefschrift in 1930 bij de pauselijke Bijbelcommissie in Rome waarin hij het vraagstuk van het leven na de dood in het Oude Testament behandelde, aangezien men vroeger benieuwd was hoe de oude joodse gemeenschap tegen leven na de dood aankeek. In 1930 werd hij officieel doctor in de Bijbelwetenschappen.

GROTE BRAND Hij vertrok in datzelfde jaar, in juli, naar Maarssen waar hij drie jaar lang bleef als kapelaan. Vervolgens nam hij in 1933 een aanstelling als professor aan het groot-seminarie aan in Rijssenburg. Hier bleef hij twaalf jaar werken. In 1939, toen hij op vakantie was met andere priesters, brak er een grote brand uit in de seminarie in Rijssenburg, waarbij zijn complete bezit aan boeken, waardevolle aantekeningen, kleding en meubilair verloren ging. Het enige wat heel uit de brand kwam, was een koperen kruisbeeldje uit Jeruzalem. In de Tweede Wereldoorlog moest Alfrink noodgedwongen zijn werk uitoefenen vanuit Laag-Keppel, omdat zijn seminarie in Rijssenburg in beslag was genomen door de Duitsers. 

Na de Tweede Wereldoorlog nam hij op 13 oktober 1945 een positie als hoogleraar in de bijbelwetenschappen aan de katholieke universiteit van Nijmegen aan. Hij hield zich specifiek bezig met het oude testament en het Hebreeuws. Vijf jaar later kreeg hij de eervolle onderscheiding van consultor van de pauselijke Bijbelcommissie. Alfrink werd op 28 mei 1951 benoemd tot bisschop-coadjutor van kardinaal de Jong, een hulp-bisschop. Na het overlijden van deze kardinaal in september 1955 werd Bernard eerst apostolisch administrator en nog geen twee maanden later, in december 1955 kreeg hij de benoeming tot aartsbisschop.

DRANGHEKKEN Paus Johannes XXIII benoemde hem vijf jaar later tot kardinaal. Een kardinaal wordt ook wel ‘Prins der Kerk’ genoemd en het woord kardinaal is afkomstig van het Latijnse ‘cardo’, wat ‘spil’ betekent. In de hiërarchie van de Rooms-Katholieke kerk staat een kardinaal onder een paus als hoogste rang. Aangezien Nederland één keer eerder een kardinaal mocht leveren, stond nu de hele Nederlandse katholieke geloofsgemeenschap op haar kop. Zodra het nieuws bekend werd dat hij kardinaal werd, stonden veel mensen voor de deur van het paleis aan de Maliebaan. Een kind had durf genoeg om de dranghekken te passeren om de toekomstige kardinaal de hand te drukken. Toen was het hek van de dam en drongen meer en meer gelovigen naar voren om Alfrink te hand te schudden. 

Het artikel gaat verder onder de foto’s (bron: archief Lies Alfrink).

Bijzonder bij de inhuldiging door paus Johannes XXIII was dat naast kardinaal Alfrink er kardinalen uit verschillende windstreken dezelfde benoeming krijgen. Voor het eerst was er zelfs een Afrikaanse en een Japanse kardinaal. Aan de vooravond van de benoeming zei de paus hierover: ,,Een groot schouwspel zal het bij het komende consistorie aan de wereld geboden worden, wanneer kardinalen van verschillende continenten tot het purper zullen worden verheven. Dit is een schouwspel van eenheid, van kracht in vrede, die onze geest met vreugde zullen vervullen. Zo gaan de beloften van Jezus in vervulling: Zij zullen komen van het Oosten en het Westen, en van het Noorden en het Zuiden om hun plaats in het Rijk van Christus in te nemen.” 

Het artikel gaat verder onder de foto (bron: Gerrit Suijk).

NIJKERK Enige tijd na zijn benoeming kwam de kardinaal naar Nijkerk, waar hij een speciaal geschenk van de Nijkerkse parochie ontving, een purperen Cappa Magna, een 6 meter lange sleep. Een stoet van veertig meisjes in bruidskleding wachtte de kardinaal op. Eén van zijn gevleugelde uitspraken over Nijkerk blijft: ‘We kunnen niet allemaal uit Nijkerk komen’. In 1963 ontving hij van het stadsbestuur het ereburgerschap. 

In zijn werk als kardinaal was hij één van de bisschoppen die naar vernieuwing zochten binnen de katholieke kerk. Hij zag de paus en de kardinalen als bestuurders die samen de leiding over de kerk hadden en pleitte voor een meer democratisch bestuur. Tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) werden er heel wat veranderingen voorgesteld, maar toen de paus overleed, worden veel van die voorstellen ongedaan gemaakt. In 1975 ging de kardinaal met emiraat en bleef hij pleiten voor een kerk die vernieuwing omarmt in een tijd waarin een conservatieve stroming de overhand kreeg. 

In de vele krantenknipsels over de kardinaal wordt hij geroemd als man met een ‘grote werkkracht, die deze ook in daden weet om te zetten’. Koningin Beatrix eerde hem met het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw, een onderscheiding die minister-president Den Uyl hem tijdens zijn 50-jarige priesterjubileum opspeldde. Op 17 december 1987 overleed de kardinaal ten gevolge van een hersenbloeding

Op de plek van het geboortehuis van de kardinaal is Huize St. Jozef verrezen. In 1925 werd het huis al gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Dit werd ontworpen door de broer van Bernard, Jacob, die architect was en gebouwd door zijn broer Johan, die aannemer was.

Door Maranke Pater

Foto- en knipselmateriaal komt uit het archief van Lies, een nichtje van kardinaal Alfrink. Dit artikel kwam tot stand mede dankzij haar. Een andere bron was de Nijkerkse Prentenatlas.
Vader Alfrink
Moeder Alfrink
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
advertentie