Afbeelding
Dolly van den Akker

Bij ons in de (binnen)stad: Het Sluishuys

Historie Bij ons in de binnenstad

NIJKERK Dwars door Nijkerk stroomt een levensader van de stad: de Brede Beek. Het water volgt haar weg onder de huizen door, via het Plein richting de Arkervaart. Wie de Arkervaart volgt vanaf het water komt vanzelf bij de Nijkerkse sluis terecht waar de prachtige sluiswachterswoning staat. We maken voor deze 'Bij ons in de binnenstad' dan ook graag een klein uitstapje naar het buitengebied. 

De sluis van Nijkerk is de verbinding tussen de Vest Nijkerk en de vroegere Zuiderzee. De Breede Beek liep vroeger nog vanuit Zwartebroek naar de Zuiderzee. Langs het water ontstonden kleine nederzettingen, waaronder Bokhorst en Ark. De gehuchten omvatten diverse boerderijen. Omdat ze Zuiderzee nogal woest was, werd Ark meegesleurd door het water. Slechts een paar boerderijen ontsprongen de dans en vanuit deze boerderijen werd het bewoonde gebied steeds groter. Zo ontstond Nijkerk. In 1531 werd de eerste sluis gebouwd in de monding van de Arkergraft. Hiervoor werden goederen vanaf grote schepen nog gelost bij de Spoysluis en werden ze over de dijk gezet, waarna ze met verschillende boten naar de Veste werden gevaren. 

ARKERGRAFT In eerste instantie werd er een houten schutsluis gebouwd in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Nijkerk draaide in die tijd op de tabaksindustrie en het vetmesten van ossen uit Denemarken. Om de handel te bevorderen werd de beek uitgediept en verbreed, en kreeg ze vanaf de stad richting de Zuiderzee een nieuwe naam: de Arkergraft. Het Hof van Gelre verbood het stadsbestuur om de sluis te vergroten, maar de Arkergraft mocht wel verbreed worden. Het onderhoud en beheer kwam bij de gemeente te liggen en er mocht tol geheven worden voor eenieder die met een boot richting de stad wilde varen. In 1681 was het pas zover, mede door de Tachtigjarige oorlog. 

STORM De houten sluis was niet een lang leven beschoren: in 1702 veroorzaakte een storm met springvloed grote schade, waardoor een deel van de paaldijk weggeslagen werd en de houten sluis verging in de golven. Hierdoor kwam ook de scheepsvaart richting de stad stil te liggen. De amptsjonkers en 500 burgers uit de stad brachten in 1703 samen een bedrag van fl. 68.900,- op om een stenen sluis te kunnen bouwen. Deze sluis werd in respectievelijk 1933 en 1987 vervangen. 

Op 14 mei 1724 gaven de amptsjonkers hun goedkeuring aan de bouw van een sluiswachterswoning voor de Nijkerkse sluiswachter. De woning werd 'Het Sluishuys van het Ampt van Neijkerk' genoemd. Naast de functie van sluiswachterswoning was het ook het tolhuis en een tapperij. Bijzonder aan het sluishuys is dat er een wapenschild van Nijkerk boven de deur is bevestigd, waarbij de leeuw in spiegelbeeld is afgebeeld en richting de voormalige Zuiderzee zijn klauwen uitstrekt. Alsof hij tegen het opkomende water wilde vechten. 

Het artikel gaat verder onder de foto (bron: Elly van Geest).

RODE LAMP In de Tweede Wereldoorlog liet sluiswachter Kedde een rode lamp branden buiten als hij Duitsers had gesignaleerd op de sluis. Hiermee waarschuwde hij smokkelaars van koeien die in de nacht de dieren vanuit Friesland naar Spakenburg wilden brengen. Burgemeester Bruins Slot wist met de sluiswachter twee Duitse piloten te redden die in het IJsselmeer terecht waren gekomen.  

De sluiswachters van het sluishuys bestonden de laatste drie generaties uit mannelijke leden van de familie Kedde, maar de eerste sluiswachter was Gerrit Gerrits Vedder (1731-1738), opgevolgd door Jan Gerritse Vedder (1739-1763), Jan Schreuder, Gerrit Schaap, Jacob Kok en Barend Kok. Een sluiswachter verdiende in 1867 een bedrag van f. 150,- per jaar. Wel moest de bewuste sluiswachter veel kennis hebben van de scheepsvaart en 'zedelijk goed gedrag' hebben. De laatste sluiswachter was Willem Kedde, die in 1953 in dienst kwam van de gemeente als sluiswachter. Met zijn vrouw ging hij in het sluyshuis wonen in 1956, toen hij de baan van sluiswachter van zijn vader overnam. 

Het artikel gaat verder onder de foto (bron: Gerrit Suijk).

De sluiswachterswoning werd in de tijd dat Ger en Willem Kedde de scepter zwaaiden ook gebruikt als café, waar voornamelijk voerlui met hun paarden kwamen rusten. De paarden werden op het jaagpad richting de stad gebruikt om de schepen voort te trekken. De zeilvereniging van de Zuidwal hield op de zaterdagmiddagen de prijsuitreikingen in het sluishuys. Op de zaterdagavonden zat het café standaard vol met boeren die even bij hun vee in de polder waren gaan kijken. Ook was het sluishuys een plek waar in de winter warme chocolademelk werd gedronken als in de havenkom mensen aan het schaatsen waren.

Het artikel gaat verder onder de foto (bron: Museum Nijkerk).

In 1989 werd het café gesloten. Tot oktober 1993 bleef Willem Kedde als sluiswachter actief. Omdat er een nieuwe elektrische sluis werd gebouwd, was er geen nieuwe sluis nodig. De familie Kedde was toen 114 jaar lang als sluiswachter werkzaam geweest. 

RESTAURANT Achttien jaar lang stond de oude sluiswachterswoning aan de Arkersluis leeg. Dolly van den Akker en haar partner Marie-Louise Roozeboom, grondleggers van Eetcafé Old Niekark, zijn de uitdaging aangegaan om het pand te veranderen in een restaurant met sterallures. Dolly den Akker: ,,Al diverse keren hebben we het er over gehad. Wat zou dat toch een prachtige locatie en pand zijn voor een mooi restaurant. We wisten wel dat er een horecavergunning op was afgegeven en besloten eens met de eigenaar contact op te nemen." Het schrikt de dames niet af om van het vervallen rijksmonument een pareltje te maken. Aan het begin van deze week werd er een start gemaakt met de verbouwing tot restaurant.  Boven de entree hangt het wapen van het 'Ampt Neijkerk' nog steeds. En op het dak zullen de windvaantjes fier blijven wapperen. De buitenkant zal er hetzelfde uit blijven zien, maar wordt wel gerestaureerd. De oude allure van het gebouw zal hierdoor weer naar boven worden gehaald. 

Het interieur zal een geheel andere uitstraling krijgen. Van den Akker: ,,We willen dat bij binnenkomst alle toekomstige gasten blij verrast zullen zijn. Een interieur waar mensen over kunnen praten." Er komt een gelagkamer waarin een bijzondere bar gemaakt zal worden. Het restaurant heet 'Het Sluishuis' en zal de hele dag geopend zijn.  In de zomer van 2021 zal hopelijk een groot terras uitnodigend staan te wachten. Met uitzicht op de sluis, de haven én de Polder Arkemheen.

Dit verhaal kwam tot stand dankzij Dolly van den Akker, aantekeningen van Jan van den Brink, de heer F. Kragt, het archief van de gemeente Nijkerk en het boek 'Het hoofd boven water' van Wim Hagoort. 

Door Maranke Pater

Afbeelding
advertentie