Het Vormingsinstituut aan de Sparrenlaan.
Het Vormingsinstituut aan de Sparrenlaan. G. Suijk

Bij ons in de binnenstad: het Vormingsinstituut

Historie Bij ons in de binnenstad

NIJKERK Wat is het verhaal achter de deuren van een pand dat nu nog in de binnenstad staat? Wie durft er omhoog te kijken naar de gevels van de stad Nijkerk om te fantaseren hoe bloeiend de gemeenschap vroeger al was? Welke bedrijven ontstonden er achter Niekarkse deuren? In de serie 'Bij ons in de binnenstad' duikt journaliste Maranke Pater in de Nijkerkse archieven om de geschiedenis boven water te halen. Deze week: het Vormingsinstituut. 

Het Vormingsinstituut was een instituut dat apart werd opgericht en een zelfstandige positie had. Jan Krook, één van de vroegere bestuursleden van het Vormingsinstituut: ,,De gedachte achter het Vormingsinstituut was om jongeren van 14 jaar die geen vervolgopleiding konden of gingen doen naast hun werk in een bedrijf ook een aantal dagen naar het Vormingsinstituut te laten gaan. Het Vormingsinstituut was een plek waar ze een stukje algemene ontwikkeling aangeleerd kregen." 

Het verhaal gaat verder onder de foto (bron:  Goos Terschegget).

De Vormingsinstituten waren instanties die bedacht waren vanuit de overheid. Het allereerste Vormingsinstituut ontstond aan de Langestraat, boven de sportschool van Goos Terschegget. Krook: ,,Het was wel lastig in die tijd om de jongeren te onttrekken aan hun werk in de fabriek. Ze konden een aantal dagdelen naar het Vormingsinstituut en de directeuren van de grote bedrijven als Tijsseling en De Boer wilden in eerste instantie niet meewerken omdat ze daardoor goedkope arbeidskrachten misten. Ik had in onze fabriek, de Zaanlandsche Cacaofabriek (TOC), met 14-jarigen te maken die heel onderdanig waren naar hun oudere collega's. Maatschappelijk gezien had je als 14-jarige destijds een hele andere positie dan nu. De 14-jarige van toen was blij dat hij werk had, zodat zijn familie meer voedsel kon kopen. Dankzij het Vormingsinstituut leerden ze om van zich af te praten." 

NIJKERKSE DEPENDANCE In 1959 was Terschegget al begonnen met het geven van sportlessen aan jongelui in een achterstandssituatie in Amersfoort. Terschegget: ,,De jongetjes van 14 jaar verrekten het om naar school te gaan. Toch moesten ze wel een bepaalde vorm van onderwijs krijgen. Dit idee sprak mij erg aan en ik ben een cursus aan de Sociale Academie gaan volgen in Driebergen, speciaal voor het vormingswerk." Zijn wens was om een dependance in Nijkerk te starten. Die dependance kwam aan de Luxoolseweg. ,,Mevrouw Krook was voorzitter van een club die zich richtte op meisjes, 'het Zonneboemwerk' noemden ze dat. Samen met mevrouw Hoekstra, de vrouw van de burgemeester en mevrouw Krook, de moeder van Jan Krook, namen ze deel in het bestuur voor het Vormingsinstituut. We zijn in 1963 gestart in een ruimte boven mijn sportschool en hierna konden we terecht boven het magazijn van een bedrijf in plastic aan de Luxoolseweg. Een paar jaar later konden we een gebouw aan de Sparrenlaan krijgen, iets wat wel semi-permanent moest zijn.

Het verhaal gaat verder onder de foto (bron:  Goos Terschegget).

,,In de openingsperiode heb ik de gemeenteraad uitgenodigd. Mensen kregen een blauw of groen kaartje. Het ene deel ging aan handenarbeid doen, en de andere groep ging naar de gespreksruimte. Hier kregen ze de opdracht om na te denken over een fictief voorval waarbij er problemen waren in een transportbedrijf. Er moest een nieuwe auto komen en één van de chauffeurs zei: 'Ik ben degene die het langste hier werkt, dus ik heb recht op de nieuwe auto'. Een ander vond dat hij er recht op had, omdat hij de minste ongelukken had gemaakt. Daar mochten de raadsleden over discussiëren, iets wat we met de jongeren op het Vormingsinstituut ook deden om ze mondiger te maken." 

Ik zei altijd: als je niet kunt geven, kom je niet bij mij aan boordTerschegget haalde tijdens het vormingswerk veel inspiratie uit de Outward Bound filosofie, ook een vorm van vormingswerk, maar dan met schepen. Terschegget: ,,In 1982 maakte ik een solotocht naar Aberdeen. Eenmaal op zee kwam ik de Winston Churchill tegen, een schip waar jongeren uit achterstandssituaties en minderbedeelde mensen op werkten. Deze mensen waren op een of andere manier tussen wal en schip geraakt. Samen brachten ze de Winston Churchill als bemanning ergens naartoe en hier leerden ze veel in het samenwerken met elkaar, wat hen een betere basis gaf voor hun toekomst. Ik heb heel veel gecharterd en zei altijd: als je niet kunt geven, kom je niet bij mij aan boord." 

KAMPEREN Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf, en zorgen dat je niet aan de leiband van je collega's in het bedrijf terecht kwam. Dat waren belangrijke leerpunten in het Vormingsinstituut. ,,Leerlingen kregen een visie op hun eigen situatie en de samenleving. Het belangrijkste in het werk was de community training. We gingen veel kamperen met ze. Voordat dit zover was, hadden we een hele lange voorbereidingsperiode. De jongeren kregen in de wintermaanden een programma met kooklessen, want tijdens het kamperen moesten ze zelf koken. Als het eenmaal zover was, sliep iedereen in een tweepersoonstentje. Met vier man vormde je een groep. Ze moesten zelf eten kopen en overleggen over wat ze wel en niet gingen eten. Vervolgens gingen ze samen koken. Het was een mooi leermoment, want ze moesten ervoor zorgen dat ze niet elkaars hersenen in zouden slaan. Er werden ook nachtelijke droppings gehouden. Het was vormingswerk waar het wij-gevoel en de eigen verantwoordelijkheid centraal stond", aldus Terschegget 

Het verhaal gaat verder onder de foto (bron:  Goos Terschegget).

De jongeren hadden het idee dat een directeur de hele dag niks deedIn de hoogtijdagen werkte het Vormingsinstituut met 20 vaste krachten en rond de 160 jongeren. Rond 8.00 uur 's morgens kwamen de jongeren binnen. Naast het vaste onderdeel handenarbeid waarbij de jongeren met materialen als hout of leer werkten, hadden ze een eigen inbreng. Terschegget: ,,Ze mochten hun eigen ideeën voor de rest van de dag ventileren. We bezochten ook bedrijven in Nijkerk. De jongeren hadden het idee dat een directeur bijvoorbeeld de hele dag niks deed in zijn kantoor en aan het flikflooien was met zijn secretaresse. Dan nodigden we een directeur uit, die uitgebreid vertelden wat zijn taken waren op een dag. Hierdoor kwamen ze erachter dat zo'n man verschrikkelijk hard werkte. De jongeren leerden zo ook dat ze mensen niet zomaar onderling konden afkraken." 

PRINSJE De leeftijdsgrens werd met de jaren die volgden opgeschaald naar 16 jaar. ,,De overheid wilde niet terug naar 1900, toen kinderarbeid nog bestond", legt Terschegget uit. De jongeren hadden de keus om verder te gaan in het regulier onderwijs, maar velen hadden hier een trauma opgelopen, of ze kregen een plaats in het vormingswerk waar ze iets aan hun eigen ontwikkeling en ontplooiing konden doen. Toen onze koning werd geboren, hadden we juist die avond een ouderavond georganiseerd. We vertelden wat we dat jaar gedaan hadden. Eén van de jongeren had dienst in de keuken en hij hoorde dat het prinsje was geboren. Dat kwam hij huilend aan de groep vertellen." 

Toen Terschegget de kans kreeg om wethouder te worden, stopte hij als directeur van het Vormingsinstituut. Het instituut zelf bleef nog vijftien jaar bestaan. Hierna ging het op in ROC Harderwijk. Terschegget: ,,Ik heb in mijn vrije tijd in Albanië ook een dergelijk instituut opgezet om de mensen daar te kunnen helpen." Terschegget heeft altijd met veel plezier het vormingswerk gedaan. Over zijn ervaringen heeft hij zelfs voor het boek 'Op de drempel van Paleis Soestdijk' een interview gegeven. 

Door Maranke Pater

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
advertentie