Afbeelding
Familie Tijsseling

Bij ons in de binnenstad: Tijsseling Meubelen

Historie Bij ons in de binnenstad

NIJKERK Wat is het verhaal achter de deuren van een pand dat nu nog in de binnenstad staat? Wie durft er te kijken langs de gevels van de stad Nijkerk om te fantaseren hoe bloeiend de gemeenschap vroeger al was? Welke bedrijven ontstonden er achter Niekarkse deuren? In de serie 'Bij ons in de binnenstad' duikt journaliste Maranke Pater in de Nijkerkse archieven om de geschiedenis boven water te halen. Deze week: Tijsseling Meubelen.

Groot zijn de plannen die de gemeente Nijkerk heeft voor het terrein naast de parkeerplaats van het gemeentehuis, dat gekocht is van Van Rootselaar BV. Net na de jaren '50 ontstond hier echter een bloeiende industrie, waar Tijsseling Meubelen onderdeel van was. 

De geschiedenis van de familie Tijsseling begint in Barneveld, waar Hermanus Jacobus begint met het maken en verkopen van meubels en orgels in 1894. De gemeente Barneveld kon hem geen ruimte bieden voor een fabriek. Nijkerk was een logische vervolgstap. Dicht bij het spoor en het water vond hij met zijn zoons een ideale plek. In november 1930 werd de fabriek geopend. Binnen de fabriek werden niet alleen meubels vervaardigd. Hermanus Jacobus had twee dochters en drie zoons gekregen, waarvan Gijs zich specialiseerde in het maken van Econoom broedmachines. Hij heeft onder andere het automatische keersysteem voor de broedmachines ontworpen, dat er voor zorgt dat minstens 18.000 broedeieren per broedmachine elk uur automatisch gekeerd worden. Herman was de motor van het bedrijf, Diek de rem en Gijs de frictie.

Het verhaal gaat verder onder de foto's. 

'LANTAARNPAAL' De fabriek in Nijkerk kwam niet ongeschonden uit de oorlog. Op 28 mei 1940 werd een groot gedeelte van het pand gebombardeerd. Aan de Wallerstraat werd gelijk daarna een noodfabriek gebouwd. Tijdens de wederopbouw ruimden de broers een deel van de fabriek in voor een noodziekenhuis. In de oorlog werd de elektriciteit door de mannen van Tijsseling verzorgd voor de artsen. Gijs hield de noodaggregaten gaande. Soms moest hij de artsen bijschijnen tijdens de operaties. Dan speelde hij -zoals hij dat zelf zei- 'voor lantaarnpaal'. Omdat de situatie in hun woonplaats Amersfoort steeds nijpender werd, besloot Gijs Tijsseling op het hoogtepunt van de oorlog, in 1944, naar Nijkerk te verhuizen met zijn complete gezin. 

BOOMSTAMMEN De hoofdmoot van het bedrijf was het maken van klassieke meubels. De grootste opdrachtgevers waren hotels en bioscopen. Tussen de vier jongste en vier oudste kinderen zat vijf jaar verschil. Dat leverde voor de fabriek wel weer voordelen op. Als er weer een nieuwe catalogus kwam en er moest een fotosessie gedaan worden, werden de kindertjes Tijsseling altijd opgeroepen. Gijs vloog de hele wereld over om zijn paradepaardje -de broedmachines- aan de man te brengen. Het bedrijf floreerde. De rugleuningen van bioscoopstoelen werden van triplex vervaardigd, die door hoog frequent-machines in verwarmde mallen gebogen werden tot de vorm van een rug. De rugleuningen werden als het ware uitgespuugd. Alles werd binnen de fabriek gemaakt, van het bevestigen van knoopjes in kussens, het capitonneren tot het stofferen. Werknemers werden opgeleid in de bedrijfsschool. Tijsseling was voor die tijd zeer vooruitstrevend in het personeelsbeleid. Er was een bedrijfsbrandweer, een schietvereniging, een voetbalclub en een wandelclub van Tijsseling. In de hoogtijdagen werkten er 250 mensen in de fabriek. De boomstammen waar de meubels en triplex van gemaakt werden, kwamen in hun geheel de fabriekshal binnen, om daarna in droogkamers en stoomputten voor verwerking geschikt te worden gemaakt. Dat leverde weer mooi speelmateriaal op. In de loodsen lagen grote houtstapels. Het was de kinderen van de heren Tijsseling ten strengste verboden om hier te komen, maar uiteraard konden ze het soms niet laten. Ze bouwden dan een hutje, stookten kleine vuurtjes en hielden wedstrijdjes waarbij ze over het hout renden. 

Het verhaal gaat verder onder de foto. 

Voor het bedrijf was een groot hertenkamp ingericht, waar heel Nijkerk op af kwam. In het weekend liepen moeders en vaders met hun kinderen langs de dieren. Gijs en Dinie Tijsseling voelden zich meer dan thuis in Nijkerk. Moeder Tijsseling begon met 'Omroep de Merel', radio-uitzendingen voor bejaarden, die ze in een studio aan huis maakte. 

Door de energiecrisis in 1973 werd de productie van Triplex verschrikkelijk duur. Het hout voor de meubels moest op 100-110 graden Celsius gemaakt worden, wat zoveel stookolie kostte dat de verwerking te duur werd. De concurrentie met de lagelonenlanden deed de fabriek ook geen goed. Vijf jaar lang werd er getouwtrekt om het bestemmingsplan op het industrieterrein aan te passen. Dit mislukte, anders had Nijkerk de allereerste IKEA-vestiging op het industrieterrein gehad, iets wat de heren Tijsseling graag hadden willen realiseren. Reden voor de eigenaren Diek en Herman om in 1981 de stekker uit de fabriek te trekken door het in zijn geheel te verkopen. Nu rest er alleen nog een deel van het hek wat ooit om het hertenkamp heeft gestaan. 

Het verhaal gaat verder onder de foto. 

Een groot deel familiegeschiedenis over de familie Tijsseling is ook verschenen in het boek Verdwenen Bedrijven van Nijkerk en Nijkerkerveen.

advertentie