PIta Schimmelpenninck van der Oije
PIta Schimmelpenninck van der Oije Gerrit van de Veen

Twee gezinnen en twee werelden: Pita ontrafelt de familiegeschiedenis van haar betovergrootvader Asueer Jacob

13 oktober 2026 om 08:23 Historie

NIJKERK Pita Schimmelpenninck van der Oije komt uit een oude, Gelderse familie. Ze is bezig met een boek over haar betovergrootvader Asueer Jacob Schimmelpenninck van der Oije (1835-1915) die op 40-jarige leeftijd naar Suriname emigreerde en daar een Surinaams gezin stichtte,terwijl hij in Nederland nog een gezin had. Voordat Jacob naar Suriname vertrok, was hij burgemeester van Nijkerk. Maandagavond 12 oktober gaf Pita een lezing over haar onderzoek tijdens de Najaarsbijeenkomst van de Stichting Oud Nijkerk. 

door Maranke Pater

Pita is al lange tijd schrijver en onderzoeker en heeft een achtergrond in mensenrechten en internationaal recht. In haar familie gaan allerlei verhalen rond over voorouders, zo ook over haar betovergrootvader Asueer Jacob, roepnaam Jacob. Hij woonde veertig jaar in Nederland en veertig jaar in Suriname en had in beide landen een gezin en een loopbaan. Kortom: interessante ingrediënten voor een boek. ,,Het lijkt me de moeite waard om de gedeelde geschiedenis onder de aandacht te brengen van Nederland en Suriname en met name het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw te belichten. Dan verandert de Surinaamse maatschappij door Nederlands beleid opnieuw drastisch  en krijgt het de samenstelling die het nog altijd heeft.” 

‘Mijn vader had al een geweldige basis gelegd´

De familie Schimmelpenninck van der Oije is een oud, Gelders geslacht. Voorvaders werkten als bestuurder of militair. Na de oprichting van het Koninkrijk hebben ze ook honoraire functies aan het hof. ,,Veel van onze voorouders hadden bijnamen, zoals de ‘Brave Alexander’. Mijn vader is van huis uit archivaris en legde een Schimmelpenninck van der Oije-archief aan, met brieven, tekeningen en foto’s.Ook verzamelde hij door de jaren heen informatie over voorouders, bijvoorbeeld als hij wat tegenkwam in antiquariaten. Zo vond hij een publicatie over de cacaocultuur uit de periode dat Jacob in Suriname zat. Het is niet zo dat ik  met verhalen over Jacob ben opgegroeid, maar mijn vader had al wel een geweldige basis gelegd voor mijn onderzoek.” 

Asueer Jacob Schimmelpenninck van der Oije Fotograaf: CE Westerborg Arnhem 1875. Bron: familiearchief SvdO. - Familiearchief SvdO

Toen Jacob uit Nederland vertrok was hij burgemeester van Nijkerk, een ambt dat hij al acht jaar vervulde. Hij woonde aan de Holkerstraat 35-37 met zijn gezin. Er was veel te doen in die tijd, hij  verveelde zich niet. Nijkerk was groter en wat moderner dan Hoevelaken maar wel overbevolkt. De bevolkingsdichtheid was hoog, woningen en werkruimten ongezond, inwoners leden vaak honger en waren aangewezen op ondersteuning door kerk of gemeente. Jacob kreeg te maken met een uitbraak van de cholera en een pokkenepidemie, ook met runderpest buiten de stad, er speelde een loonconflict in de bouw en er was oproer tussen katholieken en protestanten bij de feestelijke herdenking van de inname van Den Briel op 1 april 1872. ,,Als burgemeester kon je veel ten positieve veranderen. Jacob was ook lid van de Provinciale Staten van Gelderland, dat vond hij fantastisch werk. Ik ben benieuwd of ik er nog achter kom wat zijn reden was om te emigreren. In ieder geval ging zijn salaris omhoog  dankzij de functie in Suriname.” 

(De tekst gaat verder onder de foto)

Ansichtkaart van Huis Hoevelaken omstreeks 1870. Fotograaf onbekend. - Fotograaf onbekend.

Toen Jacob in 1875 naar Suriname vertrok, nam hij zijn Nederlandse gezin mee. Met Cornelia Wilhelmina Alter had hij vier kinderen: drie dochters en een zoon. ,,Mijn betovergrootmoeder kwam uit de arbeidersklasse. Dit was natuurlijk een groot schandaal binnen de familie. Vijf jaar heeft zijn gezin bij hem gewoond, aan de Waterkant in Suriname. Daarna gingen ze terug. De oudste was toen twaalf jaar en Jacob schreef dat ze vanwege onderwijs en gezondheidsredenen weer naar Nederland terug moesten gaan. Er heersten tropische ziekten. Maar de kans is groot dat het ook met de Surinaamse affaire van mijn betovergrootvader te maken heeft gehad.” Haar betovergrootvader bleef zijn gezin brieven schrijven en financieel onderhouden. Jacob was Administrateur van Financiën in Suriname, een  hoge  ambtelijke functie in de kolonie. Hij zat door zijn functie ook in de Raad van Bestuur,  het dagelijks adviesorgaan van de gouverneur. Suriname is groot, maar het bewoonde gedeelte is klein, dat was toen niet anders. Paramaribo was de grootste stad maar functioneerde als een dorp, ontdekte Pita. ,,Iedereen kende elkaar, ook de plantage-eigenaren. Mijn betovergrootvader kocht twee jaar na aankomst Leonsberg, een cacaoplantage dichtbij de stad. Drie familieleden uit Nederland, onder wie zijn moeder en broer Jan, waren mede-eigenaar. Hij bezocht ook aangrenzende plantages om informatie uit te wisselen, bijvoorbeeld over de krullotenziekte, een van de meest destructieve plantenziekten uit de Surinaamse landbouwgeschiedenis. Deze heeft de cacaocultuur uiteindelijk bijna volledig verwoest. Wij hebben uit brieven terug kunnen lezen dat hij het heel fijn vond om op de plantagete zijn. Hij genoot van het wandelen in de natuur en bezig zijn. Het grootste deel van zijn tijd zat hij op kantoor in Paramaribo. Hij zal ook de andere Nederlanders hebben gekend en iedereen die verder bij de ambtenarij werkte of in Koloniale Staten zat. Als je er zo lang zit, dan ben je een soort spin in het web. Dan ken je iedereen en iedereen kent jou.” 

‘Is het heel asociaal van hem geweest om zijn gezin in de steek te laten?’

Vijfentwintig jaar behield hij dezelfde functie en vijftien jaar heeft hij als pensionado in Suriname geleefd. Jacob hield contact met Nederland en met zijn Nijkerkse collega’s, maar dat werd in de loop der jaren natuurlijk toch minder. Misschien toen steeds duidelijker werd, dat hij niet meer terug zou komen. ,,Hij bleef contact houden met zijn moeder, broers, zus, vrouw en kinderen en stuurde zijn kinderen ook nadat ze getrouwd waren, nog wel eens toelagen. De familie is in het bezit van 35 jaar brieven van mijn betovergrootvader aan zijn zoon, mijn overgrootvader.” Hij is nog twee keer met verlof naar Nederland geweest, iets wat langer had gekund, zeker als iemand zo lang in de tropen werkte. Hij ging echter steeds maar een half jaar. In 1895 ging hij voor de laatste keer. Zijn moeder ging toen al achteruit en is overleden nadat ze hem nog heeft kunnen zien, op Huis Hoevelaken. ,, Jacob heeft haar nalatenschap in die tijd geregeld. Het heeft gekund dat zij hem nog heeft willen zien. Na haar overlijden leek hij klaar te zijn met Nederland. Hij bleef middels zijn correspondentie wel heel betrokken.” Pita probeert er vat op te krijgen. ,,Is het heel asociaal van hem geweest om zijn gezin in de steek te laten? We leven nu nog steeds in een tijd dat gezinnen door arbeidsmigratie gescheiden moeten leven en zonder  een of beide ouders moeten opgroeien. Maar Jacob had een keuze. Er waren dus kennelijk goede redenen voor hem om in Suriname te blijven, ook na zijn pensioen. Misschien was dat zijn Surinaamse gezin.”  

De familie Schimmelpenninck van der Oije was niet betrokken bij de slavernij via bijvoorbeeld aandelen in een plantage. Door onderling trouwen waren sommige familileden wel verbonden met families die aandelen hadden. Nijkerker Ronald van der Bie heeft hiernaar onderzoek gedaan en zal daarover binnenkort publiceren. 

(De tekst gaat verder onder de foto)

Francina de Neef met zoon Adriaan Fotograaf Fredk. Norton, Paramaribo 1890. Bron: familiearchief FJM de Neef - Familiearchief FJM de Neef

FRANCINA DE NEEF

Er ontstond in de jaren dat Jacob in Suriname woonde een Surinaamse tak van de familie. ,,We weten nu uit  documenten van Surinaamse kant dat Jacobs Nederlandse gezin op de hoogte was van de Surinaamse tak, maar door mijn overgrootvader is op enig moment besloten om dit niet door te geven aan de volgende generaties en het verhaal te begraven. Misschien wilde hij zijn moeder beschermen” Vanaf 1970 is  het stilzwijgen doorbroken door de Surinaamse kant. Rudolf Asueer Jacob van Lier, de kleinzoon van Asueer Jacob en Francina de Neef,  zocht contact met Pita’s vader. ,,Er ontstond een hartelijk contact, ook met mijn grootouders, maar toen de oudere generaties overleden, verwaterde dat.” 

SURINAAMS HUWELIJK

De familie van Pita kwam door het contact met Rudolf pas te weten dat Jacob in Suriname een Surinaams huwelijk aan was gegaan met Francina de Neef. Dit is geen juridisch maar een sociaal contract, waarbij geen sprake is van een wettig huwelijk, maar de man wel de verplichting aangaat om de vrouw en eventuele  kinderen financieel te onderhouden. Jacob is nooit gescheiden van zijn Nederlandse vrouw en kon dus ook niet opnieuw voor de wet trouwen. ,,Het Surinaamse huwelijk tussen mijn betovergrootvader en Francina was dan wel een sociaal contract, maar de meest verregaande vorm van afspraken die je kon maken buiten een wettig huwelijk. Dit was heel gangbaar tijdens de slavernij en in de jaren daarna. In 1880 was het veel minder gangbaar, mede onder toegenomen invloed van de kerk, maar het kwam nog wel voor. Wij kunnen daar nu van alles van vinden, maar dat was de realiteit. Als we er nu op terugkijken, is het onbegrijpelijk dat we niet eerder wisten dat er een Surinaamse tak van de familie bestond. Of je nou in de Oost werkte of in de West, als witte man zat je in de positie om relaties met gekleurde vrouwen aan te gaan, vaak meerdere. Zeker als je er langere tijd zat. En veertig jaar was lang, ook voor die tijd. De tropen werden gezien als ongezond. De meeste witte mannen gingen na een paar jaar terug naar Nederland.” 

Francina was zestien jaar oud toen de 45-jarige baron een Surinaams huwelijk met haar sloot. Het verschil tussen Francina en Jacob kon niet groter zijn, in meerdere opzichten. ,,Zij was een kind van tot slaafgemaakte ouders, hij kwam uit een wit, adellijk geslacht. Niet alleen hun relatie, maar de hele samenleving was fundamenteel ongelijk, zoals elke koloniale maatschappij. Dat was voortgekomen uit de slavernij. Toen was het verboden om te trouwen met iemand die slaafgemaakt was. Huidskleur bepaalde alles. Schrijfster Cynthia McLeod heeft dat onder andere beschreven in haar boek over Elizabeth Samson: huwelijken tussen wit en zwart waren verboden bij wet, ook als beide partners vrij waren. Overigens is het Samson, als schatrijke zwarte, vrije vrouw, uiteindelijk wel gelukt.” 

Inmiddels is bekend dat er al tijdens de slavernij een rijke bovenklasse van kleur ontstond. Daar heeft Ellen Neslo onderzoek naar gedaan. ,,De Surinaamse samenleving was veel gelaagder dan  gedacht, en het maakte tijdens de slavernij ook uit of je op een plantage werkte of in de stad. Maar het was een rigide en door en door racistische samenleving. 

Voor vrouwen als Francina  bleef het een gok. Ook al droeg de man een publieke  verantwoordelijkheid voor zijn Surinaamse huwelijk, als hij ervoor  koos om terug te gaan naar Nederland, was  zo’n vrouw met haar kinderen aan de goden overgeleverd. Ze moesten maar zien hoe het liep.” Jacob hield zich aan zijn woord en onderhield zijn Surinaamse gezin tot zijn overlijden.  Hij overleed in 1915 op 80-jarige leeftijd en ligt begraven in Paramaribo.  Ook voor na zijn dood had hij regelingen getroffen voor zijn Surinaamse gezin. 

‘We delen lief en leed met elkaar’

Tien jaar geleden begon Pita met haar onderzoek. Toen Pita het contact wilde vernieuwen werd ze met open armen ontvangen door de Surinaamse kant van de familie. ,,De eerste keer heeft de Surinaamse tak de Nederlandse tak  benaderd en een paar decennia later was het andersom.” Het voelde voor Pita als een cadeau dat de nabestaanden van Francina de Neef en haar betovergrootvader zonder uitzondering open stonden voor contact. ,,Ik had al de rijkdom van een best grote familie met veel takken en die is alleen maar groter geworden Ik ben heel dankbaar voor dit contact. We delen lief en leed met elkaar. Ze hebben mij voorzien van verhalen, foto’s en filmbeelden en van materiaal van hun  voormoeder, zelfs van de laatste jaren van haar leven. Als iemand een schrift met aantekeningen of een brief  vond, werd ik meteen gebeld. Er is veel fotomateriaal en als mijn boek er komt, dan komen die foto’s er zeker in. We hebben door dit onderzoek ook nazaten van van Jacobs twee Nederlandse dochters gevonden. In hun takken zijn weer andere verhalen doorgegeven. Zo maken we samen het verhaal compleet.” 

Vanuit de Surinaamse nakomelingen kreeg ze een positief beeld over het Surinaamse huwelijk. ,,Volgens hen waren Jacob en Francina respectvol naar elkaar en gingen ze liefdevol met elkaar om. Ik weet niet hoe het huwelijk aan de Nederlandse kant is geweest tussen Cornelia en Jacob. Ook daar kun je een romantisch beeld bij hebben, zeker van het begin, maar even goed stond  de fundamentele ongelijkheid in achtergrond hen in de weg. Misschien werd Jacob echt verliefd op Francina, misschien ook was hij uitgekeken op Cornelia. Mannen konden in die tijd veel meer maken dan vrouwen.”

(De tekst gaat verder onder de foto)

Francina de Neef met haar drie kinderen, beide schoonzonen en 9 kleinkinderen. Paramaribo ca. 1926 Fotograaf onbekend - Fotograaf onbekend

ONDERNEEMSTER

Twee keer is ze naar Suriname geweest voor archiefonderzoek, het bezoeken van locaties en het voeren van gesprekken met mensen die Francina nog gekend hebben. Francina overleed in 1948.  Pita is door die gesprekken met oudere Surinamers veel te weten gekomen over ‘Mis de Neef’. ,,Het is een orale geschiedenis. De één wist te vertellen dat Francina de Neef heel christelijk was en heel deftig. De ander dat ze veel voor kinderen deed. En de derde wist dat ze een relatie met een baronhad gehad. De vierde wist iets te vertellen over de winkel van Jean de Neef, haar jongere broer. Mensen plaatsten Francina op verschillende manieren, en alles bleek te kloppen .” Francina was van huis uit modiste, ze maakte kleding. Ze deed veel aan liefdadigheid, hielp alleenstaande moeders en kinderen en was daarnaast samen met haar jongere broer een onderneming gestart. Die is uitgegroeid tot een succesvol warenhuis. 

MIS DE NEEF

Naast foto’s zijn er meer tastbare herinneringen aan Francina de Neef boven water gekomen. In die tijd droegen veel Afro-Surinaamse vrouwen een koto, een traditionele Afro-Surinaamse dracht. Die bestond uit een aantal kledingstukken voor het bovenlichaam en meerdere lagen wijduitstaande rokken. Daarbij hoorde een gesteven hoofddoek, een angisa. Voor angisa’s bestaan allerlei verschillende vouwwijzen. ,,Francina droeg consequent één soort angisa die op een bepaalde manier was gevouwen. Daarbij droeg ze geen koto, maar bovenkleding en een lange rok naar Westers model. Ze combineerde dus haar Afro-surinaamse afkomst met westerse mode. Zowel de angisa apart, als de gehele outfit heeft haar naam gekregen: Mis de Neef. Haar outfit heeft de tijd overleefd en is levend cultureel erfgoed geworden. Vrouwen dragen een Mis de Neef vaak bij belangrijke gebeurtenissen. Een Mis de Neef is  netjes en straalt zelfvertrouwen uit. Een Surinaams Statenlid vertelde bijvoorbeeld dat ze altijd een Mis de Neef draagt bij de opening van het parlementaire jaar. Laatst zag ik bij een Keti Koti-viering een Mis de Neef angisa tussen andere objecten uit de Afro-Surinaamse cultuur liggen. Tot voor kort stond alleen de naam erbij. Nu las ik: Dit is een Mis de Neef. Vernoemd naar Francina Jacoba Elisabeth de Neef, zakenvrouw, ondernemer en weldoenster in Paramaribo (1864-1948). En ik dacht: nu is er weer een belangrijke vrouw uit de Surinaamse geschiedenis naar voren gekomen. Ze heeft een gezicht heeft gekregen. Daar doe je het voor. Zoiets kan alleen als je de krachten bundelt.” 

(De tekst gaat verder onder de foto)

Graf van Asueer Jacob Schimmelpenninck van der Oije iop begraafplaats Oud Lina’s Rust, Paramaribo. Foto: PJC Schimmelpenninck van der Oije okt. 2015 - PJC Schimmelpenninck van der Oije okt. 2015

‘Het is net de echte wereld: je kan het niet bedenken in fictie.’

Het grootste deel van Pita’s onderzoek is klaar, ze is nu aan het schrijven.,,Ik dacht aanvankelijk: het leven van mijn betovergrootvader is de rode lijn en daaromheen beschrijf ik wat ontwikkelingen. Maar er is zoveel informatie naar boven gekomen, dat ik er de rest van mijn leven over kan publiceren. Neem alleen al het leven van Rudolf Asueer Jacob van Lier. Kleinzoon van Jacob en Francina en de eerste West Indische hoogleraar sociologie en antropologie in Nederland Hij was ook schrijver en dichter. En er zijn meer verhalen van nazaten rondom Jacob. ,,Dankzij dit onderzoek zie ik dwarsverbanden en patronen. Er zijn bijvoorbeeld nazaten van onze familie in de koloniale tijd in Indië terechtgekomen. Zo kwamen nazaten De Neef en nazaten Schimmelpenninck van der Oije tegelijkertijd in hetzelfde Japanse kamp terecht  zonder dat ze dit van elkaar wisten. Je kan het niet bedenken in fictie. Ik vind het interessant om in mijn toekomstige boek te laten zien hoe het verleden doorwerkt in het heden, op allerlei manieren. Hier gaat in deze tijd veel aandacht naartoe, die bewustwording is belangrijk.” 

EXPOSITIE

Pita wil tot slot lezers nog aansporen om vooral de expositie ‘Nijkerk - Suriname: mijn geschiedenis, jouw geschiedenis’ te bezoeken in Museum Nijkerk. Dat kan nog t/m maart 2027. Hier is onder andere de manumissiebrief te zien van Francina’s vader. Met dit stuk papier werd hij na 23 jaar een vrij mens. Een zeldzaam document waarvan er niet veel bewaard zijn gebleven en dat de slavernij heel dichtbij brengt. ,,Natuurlijk is er een Mis de Neef-outfit te zien en je kunt zelf een Mis de Neef angisa passen. Bezoekers zien ook een deel van de familiestamboom. Aan Surinaamse kant ontbreken sommige voorouders, zo zie je letterlijk hoe de slavernij doorwerkt in het heden. De gedeelde geschiedenis, van zowel onze Nederlandse en Surinaamse tak, als van Nederland en Suriname, wordt zo heel tastbaar gemaakt.” 

Graf van Asueer Jacob Schimmelpenninck van der Oije iop begraafplaats Oud Lina’s Rust, Paramaribo.
Foto: PJC Schimmelpenninck van der Oije okt. 2015
Ansichtkaart van Huis Hoevelaken omstreeks 1870. Fotograaf onbekend.
Asueer Jacob Schimmelpenninck van der Oije
Fotograaf: CE Westerborg Arnhem 1875.
Bron: familiearchief SvdO.
Francina de Neef met zoon Adriaan
Fotograaf Fredk. Norton, Paramaribo 1890.
Bron: familiearchief FJM de Neef
Francina de Neef met haar drie kinderen, beide schoonzonen en 9 kleinkinderen.
Paramaribo ca. 1926
Fotograaf onbekend
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie