Egbert Slim vertelt hoe belangrijk is dat de educatie over de Holocaust doorgaat.
Egbert Slim vertelt hoe belangrijk is dat de educatie over de Holocaust doorgaat. Gerrit van de Veen

Egbert en Wil sponsoren al jarenlang de Holocaust-educatie in Nijkerk: ‘Mijn klasgenoot Jopie kwam nooit meer terug’

9 september 2026 om 12:11 Historie

NIJKERK De Nijkerkse Egbert Slim is al 96 jaar en heeft de grote wens dat de Holocaust-educatie van Museum Nijkerk door kan blijven gaan. Hiervoor zijn nieuwe sponsoren nodig. Het was dankzij Egbert en zijn vrouw Wil dat er een educatieprogramma werd opgestart. Zijn motivatie hiervoor was dat zijn klasgenoot Jopie Caneel nooit meer terugkwam nadat hij was weggevoerd in de Tweede Wereldoorlog. 

door Maranke Pater

Egbert werd in 1929 geboren in Veendam. Zijn ouders hadden een winkel in hun woonhuis ,,Vader is de handel in gegaan en had een kruidenierswinkel. In de achterkamer van ons huis noteerde mijn moeder de bestellingen. Er waren ook mensen die in de winkel de boodschappen kwamen halen.” Hij ging naar de bewaarschool en daarna naar de lagere school. ,,Ik kan me een heleboel kinderen herinneren. Ik weet niet of Jopie Caneel me is opgevallen. We waren niet bevriend. In het speelkwartier deed hij gewoon mee. Toen kwam de oorlog en op een gegeven moment kwam Jopie niet meer. Dat zag je niet als bijzonder; dat gebeurde met meer kinderen die gingen verhuizen. Achteraf hoorde ik dat hij een poosje naar een Joodse school is gegaan, voordat hij werd opgepakt.” 

WEGGEVOERDEN

Egbert zat in de vierde van de basisschool toen Jopie verdween. Twee jaar later ging hij naar de hogere school. ,,Er werd op school niet meer over Jopie gesproken. Dat kon je in die tijd niet doen, omdat je ervoor opgepakt kon worden door de bezetter.”  In Veendam woonden meer Joden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Egbert was te jong om te begrijpen wat er met hen gebeurde. ,,Mijn oudere broers en zussen kwamen na de oorlog weleens thuis met nieuws over weggevoerden. We wisten tijdens de oorlog wel dat er mensen afgevoerd werden, maar we wisten niet waarheen. Het was bijzonder als een afgevoerde terugkwam, maar veruit de meesten zijn nooit teruggekomen.”

In Veendam gold gedurende de oorlogsjaren  een avondklok: inwoners moesten om 20.00 uur binnen zijn en ze mochten na 20.00 uur niet meer op straat. Eén van de broers van Egbert heeft een half jaar diensttijd gehad bij de Arbeidsdienst. ,,Mijn broer zat in een werkkamp, hij kreeg ook verlof in het weekend. Wilde je je aan de Arbeidseinsatz onttrekken of onzichtbaar blijven, dan moest je onderduiken. Onze buurjongen heeft dat gedaan. Ik zag hem een keer in hun achtertuin en hij schrok ervan dat ik hem zag en vluchtte naar binnen. Ik vertelde dat aan mijn moeder en zij reageerde met de woorden: ‘nooit, maar dan ook nooit met iemand over praten, anders loop je de kans dat hij verraden wordt met alle gevolgen van dien’.” 

Er mocht nog geen sprietje licht naar buiten toe

In 1944 werd de school va Egbert gevorderd door de Duitsers. ,,Dat onderwijs moest doorgaan. ’s Morgens gingen we naar de Rijkslandbouwwinterschool en ’s middags naar het gebouw van de MULO. Door de vele werkkrachten die afgevoerd waren naar Duitsland was er een tekort aan mannen die de oogst konden binnenhalen. Veendam was echt een aardappelstreek. Als klas gingen we onder leiding van een leraar naar een bepaalde boerderij en een aardappelveld.  Wij moesten de aardappels rooien, Het veld was in vakken verdeeld, en we namen met z’n tweeën een vak onder onze hoede.” Wat hij zich ook nog herinnert van de oorlogstijd is dat zijn familie uiterst voorzichtig moest zijn met het gebruiken van licht. ,,Er mocht nog geen sprietje licht naar buiten toe. Particulieren mochten geen elektriciteit hebben. Een van mijn broers werkte op het kantoor van de centrale en een ander broer werkte als elektricien. Hun baas zei: “Je moet zus en zo doen”, en toen hadden wij toch elektriciteit.”


Aafke Komduur geeft een gastles over de Holocaust aan een groep leerlingen - Arjen Gerritsma

NAMENMONUMENT

Egbert ging de dienstplicht in na zijn schooltijd. Hij ontmoette Wil in Amsterdam, op de Dam, waar festiviteiten waren. ,,De heren werden uitgenodigd om een dame aan te roepen om met haar te dansen. Ik koos voor de dame met de rode sokken. Ik was net overgeplaatst naar Amsterdam. Nadat we de dames thuis hadden gebracht, ben ik met Wil gaan schrijven.” In de decennia de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel vragen van de kinderen aan het echtpaar over de belevenissen van Egbert en Wil tijdens de Tweede Wereldoorlog. ,,Wij zeiden tegen elkaar: we willen het aan de kinderen vertellen, maar kunnen we het niet laten zien? Toen het Namenmonument onthuld werd voor alle vermoorde Joden in de Holocaust op een zondag in september en Willem-Alexander de opening verrichtte, zeiden we meteen: daar hebben we wat aan, aan dat monument.” Hij besloot het Namenmonument zelf te bezoeken, samen met Wil, om de naam van Jopie Caneel op te zoeken. ,,Toen ik zijn naam daar las, zag ik mijn klasgenoot weer voor me.” 

Samen met Wil werd een plan bedacht: ze wilden reizen gaan organiseren voor schoolkinderen uit Nijkerk uit groep 8 voor een bezoek aan het Namenmonument. Hierna besloten ze naar Museum Nijkerk te gaan om hun ideeën voor te leggen. ,,We hebben daar ons verhaal gedaan en wij hadden de hoop dat ze er iets mee wilden doen. Daar moesten ze samen over praten. Twee dagen later belden ze ons op met de boodschap: ‘We doen het’. 

Ze waren geschokt dat er namen tussen stonden van baby’s

Er is een les geschreven over de Holocaust door Bert Jurling. ,,Het was heel indrukwekkend hoe hij de Nijkerkse Joden koppelde aan het Namenmonument. Hij gaf de kinderen de opdracht: ‘zoek de naam van deze persoon op bij het Namenmonument’. De namen zijn min of meer alfabetisch genoteerd op het monument, en voor de kinderen was het makkelijk om de naam op te zoeken. We zijn later mee gegaan naar het eerste bezoek van de schoolklas naar het Namenmonument. We waren benieuwd hoe de kinderen het gingen ervaren. Ze waren geschokt dat er namen tussen stonden van vermoorde baby’s.” 

WERKKAMP

Het echtpaar blijft zich inzetten voor de nagedachtenis van gestorven Joodse landgenoten. In Nijkerk waren jaren geleden nog geen struikelstenen. Wil en Egbert waren de eersten die aan gaven dat ze de plaatsing van struikelstenen voor vermoorde Joden en verzetsstrijders wilden sponsoren. ,,Ik ben met Wil naar Hattem gegaan om de struikelstenen daar te bekijken. en we besloten dit initiatief van Museum Nijkerk ook te sponsoren.” Toen in Ruinen in de plaatselijke krant een artikel verscheen over een werkkamp met het verzoek voor sponsoring van een monument voor de omgekomen arbeiders, besloot Egbert meteen te reageren. ,,We zijn toen het monument onthuld werd naar Ruinerwold gegaan waar het geplaatst werd. We zijn echt met het steunen van dit soort initiatieven behept.” 

Egbert en Wil hebben nu vijf jaar de Holocaust-educatie van Museum Nijkerk gesteund en willen een oproep doen aan Nijkerkers om dit initiatief te ondersteunen. ,,Het is zo bijzonder dat we op onze hoge leeftijd nog met z’n tweeën zijn. We willen een oproep doen aan nieuwe sponsoren. Het is belangrijk dat de jeugd meer kennis krijgt over de Holocaust. Wij hebben zelf oorlogsherinneringen en we vinden het mooi dat de generatie na ons er ook van hoort. We horen ook wat het bezoek doet met de kinderen, ze zijn allemaal onder de indruk.” 

Wie wil bijdragen aan de Holocaust-educatie kan contact opnemen met de Stichting Oud Nijkerk via info@museumnijkerk.nl of 033-2457005. 

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie