
Onderzoek naar omgang met Joodse inwoners en onroerende goed: ‘Het was een koud ontvangst in Nijkerk’
10 juni 2024 om 14:43 HistorieNIJKERK De gemeente Nijkerk heeft historicus Anton van Renssen onderzoek laten doen naar de omgang met Joodse inwoners en met het onroerend goed dat van Joodse Nederlanders geroofd werd door de bezetter in de periode 1940-1945. Dit onroerende goed werd in Nederland vaak gedwongen verkocht. Centrale onderzoeksvraag was: ‘Op welke wijze is de gemeente Nijkerk gedurende de Tweede Wereldoorlog betrokken geweest bij de verkoop, ontrechting of verwerving van Joodse particuliere en/of bedrijfsmatige onroerende goederen?’ Ook is uitgezocht hoe de Joodse inwoners ontvangen werden na terugkeer in hun eigen stad of dorp.
door Maranke Pater
Anton van Renssen maakte eerder een podcast over Oorlog op de Veluwe en heeft in opdracht van de stichting Oud Nijkerk verschillende Nijkerkers geïnterviewd die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Ook vormde hij van dagbroekfragmenten van de Nijkerkse burgemeester Bruins Slot een boek. Hij leek de aangewezen persoon om dit nieuwste onderzoek over de Joodse inwoners van Nijkerk en Hoevelaken te doen, maar blijft bescheiden: ,,Ik ben geen militair historicus, maar weet wel veel over de geschiedenis van Nijkerk in de oorlog.”
BRUINS SLOT
Burgemeester Bruins Slot heeft in de oorlog veel goeds gedaan voor de Joodse gemeenschap in Nijkerk. Door de Nijkerkse Joden aan het werk te zetten, heeft hij geprobeerd om ze te behoeden voor deportatie, maar dit mislukte. ,,De burgemeester was tijdens de oorlog de belangrijkste persoon in de gemeente”, legt Van Renssen uit.
,,Aan het begin van de oorlog heeft de Duitse bezetter de democratische structuur van de gemeenten afgeschaft. De burgemeesters werden er het centrale aanspreekpunt, volgens het Führerprincipe. Eén persoon werd verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de openbare orde en alles wat er binnen de gemeente geregeld moest worden. Burgemeester Bruins Slot was fel anti-Duits en vóór de bescherming van de Joodse gemeenschap. De politie in Nijkerk werd ondergebracht bij de marechaussee en stond onder Duits beheer. Een deel van het korps was ook loyaal aan Bruins Slot, maar ze kregen wel de opdracht om de Joodse huizen leeg te halen.”
De uitkomst voor de gemeenten Nijkerk en Hoevelaken is minder zwart dan in andere gemeenten, maar dit konden we van tevoren niet weten
BURGEMEESTER IN OORLOGSTIJD
Dit gebeurde in opdracht van de burgemeester, maar hij was hiertoe verplicht door de Duitse organisatie. Het was een complexe situatie. ,,Je kent vermoedelijk de uitdrukking ‘burgemeester in oorlogstijd’. Dit was Bruins Slot ten volle. Hij moest laveren tussen het niet meewerken met de Duitsers en moest er ook voor zorgen dat hij ze niet tegen zich in het harnas joeg. Het was een hele precaire balans, want hoe doe je dat zonder ten nadele van de Joden te werken?”
Bruins Slot deed dit door de deportatie van de Nijkerkse Joden zo lang mogelijk uit te stellen en ze te werk te stellen aan het waterproject van de Heidemij. Uiteindelijk werden ze toch verplicht zich te melden bij Kamp Vught. ,,De Joodse gemeenschap in Nijkerk is voor het overgrote deel vermoord, ruim 70 procent, vergelijkbaar met heel Nederland. Dit is een hoog percentage. Nederland is één van de Europese landen waar de meeste Joden vermoord zijn. In Denemarken werd er bijvoorbeeld niet meegewerkt aan de deportatie en daar zijn weinig Joodse inwoners vermoord.”
ONDERZOEK
In heel Nederland wordt momenteel door gemeenten onderzoek gedaan naar hun rol tijdens de Tweede Wereldoorlog in combinatie met verkoop van Joods vastgoed en medewerking aan deportatie. ,,Onder andere Amsterdam, Den Haag en Apeldoorn lieten onderzoek doen. Amersfoort en Zeist hebben hun resultaten net gepresenteerd. In Apeldoorn zat een NSB-burgemeester en in Amsterdam is na de oorlog nog belasting geheven op pachtgelden in de oorlogsjaren die de Joodse inwoners na terugkomst uit de concentratiekampen nog moesten betalen. De uitkomst voor de gemeenten Nijkerk en Hoevelaken is minder zwart dan in andere gemeenten, maar dit konden we van tevoren niet weten.”
Het was een koud ontvangst, maar dit gold in heel Nederland
KOUD ONTVANGST
De gemeente Nijkerk heeft geen huizen van Joodse inwoners geroofd, maar Joodse inwoners werden bij terugkeer wel slecht behandeld, zo ontdekte Van Renssen. ,,Het was een koud ontvangst, maar dit gold in heel Nederland. De Nederlanders hadden hun eigen boontjes te doppen. Het leven was zwaar, ze hadden net de hongerwinter achter de rug. De economie lag op haar op gat. Mensen waren erg met zichzelf bezig. Sommige teruggekeerde Joodse inwoners hebben wel hulp gehad, en dat ze uit concentratiekampen waren werd wel geloofd, maar hoe erg het was geweest, dat werd niet beseft.”
Pas vanaf de jaren zestig kwam er serieus aandacht voor de geschiedenis van de holocaust in Nederland. ,,De aanleiding was de publicatie van het boek van Jacques Presser met de titel ‘Ondergang’. Presser was zelf medewerker aan het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie en hij was zelf Joods. Zijn boek verscheen twintig jaar na de oorlog in de tijd dat het proces tegen Adolf Eichmann werd gehouden. Vanaf dat jaar, 1965, werd voor het eerst de omvang van de jodenvervolging, de bruutheid en het aantal slachtoffers bekendgemaakt. Sindsdien is er meer aandacht voor.”
Achteraf kun je zeggen: de gemeente is tekortgeschoten in de aandacht voor teruggekeerden en nabestaanden
WEINIG BEGRIP
De Nijkerkers hebben geweten dat veel van hun Joodse stadsgenoten waren vermoord, omdat ze niet terugkeerden. Toch was er weinig aandacht en weinig begrip voor de Joden die wel terugkwamen. ,,Als je de verhalen van teruggekeerden leest, die zijn echt heel wrang. Velen van hen zijn geëmigreerd naar Israël en Amerika, waaronder de familie Nihom. De Holocaust blijft een schokkende geschiedenis, maar de verhalen van teruggekeerden maken het extra wrang. Achteraf kun je zeggen: de gemeente is tekortgeschoten in de aandacht voor teruggekeerden en nabestaanden. Dat is de conclusie van de begeleidingscommissie. Ik heb als onderzoeker slechts uit verslagen geconstateerd dat de Joodse Nijkerkers hun terugkeer zo ervaren hebben.”
OPGEKOCHT
Uit het onderzoek is gebleken dat er Nijkerkers en niet-Nijkerkers waren die huizen opgekocht hebben. Dit gebeurde niet in opdracht van de gemeente, maar veelal door NSB-ers en door de ANBO, een organisatie uit Den Haag die in eigendom was van een NSB-makelaar die huizen en gronden roofde en doorverkocht. In sommige gevallen is er overleg geweest met Joodse eigenaren en Nijkerkers.
Het was heel wat gesjouw met mappen en een heel gepuzzel, maar ik vond het heel erg leuk en waardevol om te doen
,,Zo had gemeenteraadslid Klaas Visscher op verzoek van zijn Joodse buren hun huizen gekocht. Toen zij na de oorlog niet meer terugkwamen, heeft Visscher in goede verstandhouding met de erfgenamen, de kinderen van zijn buren, de koop definitief gemaakt tegen nabetaling van de waardevermeerdering. De gemeente kocht van een Joodse vrouw uit Arnhem na de oorlog percelen grond waar nu onder andere de Commissaris Van Heemstrastraat ligt. Deze dame overleefde de oorlog samen met haar man. De gemeente betaalde daar normale bedragen voor. Diezelfde landbouwgrond had één van haar pachters tijdens de oorlog juist voor heel weinig geld gekocht. Na de oorlog is die transactie ongedaan gemaakt.”
INGEWIKKELD
,,Het was heel ingewikkeld om uit te zoeken hoe de verhoudingen lagen en hoe onroerend goed in beslag werd genomen. Ook de Duitsers hadden daarmee te kampen. Ze hebben het allemaal uitgezocht; daar waren ze heel punctueel in en heel zorgvuldig. Joodse bedrijven werden geliquideerd en het was ook voor de Duitsers soms veel uitzoekwerk om uit te vinden wie welke panden in eigendom had.” Er zijn duizenden dossiers bewaard gebleven uit de Tweede Wereldoorlog waar alle verantwoordingen van beheerders van het onroerende goed in staan. Die liggen in het Nationaal Archief in Den Haag in de archieven van het Nederlands Beheers Instituut.
Ik vond een bijzonder en onbekend verhaal
In Nijkerk zelf raadpleegde Van Renssen in het archief van de gemeente Nijkerk onder meer de kadastrale leggers. ,,Hierin staat vermeld wie welke woningen in bezit had. Het was een soort schaduwarchief van het kadaster in Arnhem. Alles staat op alfabetische volgorde en deze kadastrale leggers waren erg belangrijk voor het onderzoek. Het onderzoek was wel ingewikkeld, omdat ze onderling naar elkaar verwezen. Het was heel wat gesjouw met mappen en een heel gepuzzel, maar ik vond het heel erg leuk en waardevol om te doen.”
Het onderzoek heeft twee jaar geduurd, maar Van Renssen is er niet fulltime mee bezig geweest. Wat hij zelf het meest bijzondere vond, was de ontdekking van Joodse eigenaren van enkele panden aan de Spoorstraat. Die waren in eigendom van de familie Van Esso. ,,Dit was een hele rijke Amsterdamse industriële familie. Ze hadden een heel rijtje huizen. Vader Van Esso is in 1943 een natuurlijke dood gestorven en moeder Van Esso is omgekomen tijdens een transport van Bergen-Belsen naar Theresienstadt. Hun zoon is in april 1945 vlak voor de bevrijding vermoord in Elburg. Zijn vrouw heeft de oorlog wel overleefd. Dat vond ik wel een bijzonder en onbekend verhaal.”
Vorige week donderdag was de eerste informele bijeenkomst waar Van Renssen ook een presentatie heeft gegeven aan de gemeenteraad. Het is aan de gemeente om te bepalen wat er met de resultaten uit het onderzoek gedaan wordt.



















