Gerard van den Tweel: 'Nijkerk 600 is feest van, voor en door Nijkerkers'

3 september 2012 om 00:00 Nieuws

NIJKERK - ,,Ik herinner me het feest in 1963 nog goed. Ik was toen 18 jaar. Het was een prachtig feest. Voor mijn gevoel liep toen heel Nijkerk in klederdracht uit vroeger tijden. Zo moet het volgend jaar weer worden.” Aan het woord is Gerard van den Tweel, Nijkerks gedreven superondernemer en één van de hoofdsponsors van Nijkerk 600. Hem staat duidelijk voor ogen hoe het feest moet worden gevierd volgend jaar.

door Henk Brinkman

Volgens Van den Tweel moet het een feest van en voor iedereen in Nijkerk worden. ,,De hele gemeenschap moet erbij worden betrokken. Je viert zoiets tenslotte maar één keer per vijftig jaar. De kinderen van nu moeten zich dit feest over vijftig jaar nog herinneren. Naar alle waarschijnlijkheid maak ik dat niet meer mee. Ik zou dan 118 jaar zijn. Maar ik weet nog hoe het in 1963 was bij de viering van 550 jaar stadsrechten. Met de optochten, de klederdrachten. Alle kinderen kregen een mok die aan de feesten herinnerde. Op basisscholen moet er aandacht aan worden besteed. Met activiteiten die mensen nooit meer vergeten. Misschien kan Oud Nijkerk zorgen voor lespakketten voor de leerkrachten”.

Voor zichzelf ziet Van den Tweel vooral een ondersteunende rol. ,,Ze hebben mij gevraagd voor het bestuur van de stichting Nijkerk 600, maar daar heb ik voor bedankt. Ik ben teveel in het buitenland, teveel afwezig. Dat kan niet, want er moet veel gebeuren. Het is al heel snel 2013. Ik begrijp niet dat de feestagenda nog niet is gepubliceerd. Dat wordt hoog tijd.”

Als hoofdsponsor heeft Van den Tweel veel bedrijven in Nijkerk benaderd om ook een bijdrage te leveren. ,,Maar de ondernemers willen wel graag weten waar hun bijdrage aan wordt besteed. Daarom is het van belang om met die feestagenda naar buiten te komen.” De Nijkerkse Ondernemers Vereniging, waar Van den Tweel voorzitter van is, heeft al enkele jaren geleden besloten geld opzij te zetten voor het feest.

Vlaggenzee

Voortvarend als hij is, heeft Van den Tweel al 2000 vlaggen besteld met het feestlogo erop. ,,Met vlaggenstok en houder. Want Nijkerk moet één grote vlaggenzee worden. En die moet je nu al bestellen, want de tijd dringt. Een vlag is bij uitstek een feestelijke uiting. Die beweegt en trekt de aandacht.”

De Nijkerkse winkeliers in de binnenstad krijgen allemaal een vlag met stok en houder. ,,Op 2 januari gaat die vlag uit in de hele binnenstad. Dan moeten we het startsein geven voor het feest. En eigenlijk zou het gemeentebestuur op de Nieuwjaarsreceptie iedere bezoeker een vlag met stok en houder cadeau moeten geven. Ja, met stok en houder, dan kunnen de mensen die vlag tenminste uitsteken.”

Van den Tweel wordt deels op zijn wenken bediend, want de Bedrijvenkring Hoevelaken-Nijkerk gaat ervoor zorgen dat de vlaggen bij alle toegangswegen van Nijkerk worden uitgehangen.

Prentenatlas

Lyrisch wordt Van den Tweel over de Nijkerkse Prentenatlas. Van den Tweel is voorzitter van de stichting die de atlas uitgeeft. ,,Dat wordt een fantastisch boek over de Nijkerkse geschiedenis. Iedereen zou dat boek moeten kopen. Het kost maar 9,95 euro, maar de kostprijs ligt veel hoger. De rest wordt gesubsidieerd en gesponsord door het bedrijfsleven. Het is een prachtig Kerstcadeau. In oktober komt er een bestelformulier als bijlage bij De Stad Nijkerk”.

Voorbeeld

,,Het Nijkerkse gemeentebestuur moet het goede voorbeeld geven. Eigenlijk verwacht ik dat de Nijkerkse gemeenteraad in maart 2013 in klederdracht een vergadering houdt in de oude raadszaal in het monumentale stadhuis. Als schout en schepenen.” Ook voor de start van de feesten heeft Van den Tweel ideeën. ,,Op 26 en 27 maart is het eigenlijk een viering van Oud- en Nieuwjaar. Er zou dan een concert in de Grote Kerk moeten komen, met aansluitend een receptie. Dat valt wel te regelen met een feesttent ernaast. Ook het museum Oud Nijkerk kan daarbij worden betrokken. En om middernacht zou de burgemeester dan samen met de beiaardier de toren moeten beklimmen en op het carillon Lang zal ze leven of een ander toepasselijk lied moeten spelen. Dat geeft wat overlast, maar één keer per vijftig jaar mag dat wel.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie