
‘Mijn man blijft me steunen in het vrijwilligerswerk dat ik doe’
1 mei 2026 om 07:55 Mensen De VrijwilligerVrijwilligers zijn de smeerolie van de samenleving. De Stad Nijkerk interviewt voor deze rubriek gepassioneerde vrijwilligers. In deze aflevering vertelt Wilma Jongste (74) over haar veelzijdige vrijwilligerswerk, waar zorgen voor mensen met een beperking centraal staat. Bij Wilma is vrijwilligerswerk er met de paplepel ingegoten. Zowel haar vader en moeder deden al vrijwilligerswerk en haar moeder was medeoprichtster van het Rode Kruis.
door Lida Naber
Op haar zestiende hielp ze al mee bij rampenoefeningen. Ze had net verkering met Teunis en er werd geoefend met een zogenaamde bomaanslag bij Prins. ,,Ik speelde als LOTUS, dat is de landelijke vereniging ter uitbeelding van slachtoffers, dat mijn been eraf was en ik moest op de brancard over de Arkervaart gebracht worden. Mijn moeder moest toestemming geven en zij vond het goed maar ze mochten me niet vastbinden op de brancard en ik moest het zelf willen.” En zo werd ze naar de TOC, de toenmalige cacaofabriek aan de overkant getrokken. ,,Teunis stond al te wachten met een tasje, het was zaterdag. We zijn naar zee gefietst en daar de hele dag aan het strand gebleven.”
BOOTREIZEN
Jongste haalde op haar achttiende het destijds verplichte diploma bij het Rode Kruis. Dat waren de grondbeginselen van de verpleging, zoals mensen wassen op bed en klisma’s geven. Jongste: „Ik ging al snel mee met de bootreizen van het Rode Kruis, samen met mijn moeder. Maar toen mijn twee zoons heel klein waren, heb ik dat even niet gedaan. Wel ging ik mee met mijn moeder naar Arkemheen, spelletjes doen met de bewoners. Mijn oudste zoon, hij is nu 54, lag daar in de kinderwagen. Teunis, mijn man, zei op een gegeven moment: ‘Als je echt heel graag mee wil met de boot, dan neem ik een week vrij.’ Als hij niet zo achter mij stond, had ik dat nooit kunnen doen.”
Ze ging 22 jaar lang met de boot mee en was verantwoordelijk voor de verpleging omdat ze gediplomeerd Rode Kruis derde klas was. Ze was 45 jaar lang vrijwilliger. De eerste keer zat ze met 36 vrouwen in het ruim. Met kleine wasbakjes, douchen kon niet. ,,We zorgden altijd dat we ons op dezelfde boot inschreven, dat deden de patiënten ook al. We kenden elkaar door de jaren heen. Daarna deed ik nog zes jaar hotelvakanties van het Rode Kruis. Maar het veranderde zo. Ik werkte inmiddels op Zilverschoon, nu De Pol, en toen dacht ik: het lijkt wel op mijn gewone werk, daar heb ik nu geen zin meer in.”
Het klikte met ons gezin
Of ze toen in een gat viel? Er kwam al heel snel iets anders op haar pad en zo is ze veertien jaar als vrijwilliger meegereisd met verstandelijke gehandicapten, een particulier initiatief. Er waren vakanties in speciale Nederlandse hotels, die geschikt waren voor deze mensen. ,,Dit stopte toen families misbruik wilden maken van verzekeringsgeld door kleine ongelukjes te gaan claimen.” Wilma’s hart gaat uit naar mensen met een verstandelijke beperking. Ze kan heel gemakkelijk met ze omgaan en gaat als het ware ‘met de golf mee’. Zo deed ze vrijwilligerswerk in de toenmalige opvang in het Tuinhuis. ,,Hier kwam een meisje met het syndroom van Down dat thuis heel veel aandacht opeiste. De ouders en de andere kinderen wilden ook wel eens even rust. Daarom kwam zij regelmatig bij ons thuis logeren. Onze jongens zaten nog op de lagere school. Het klikte zo in ons gezin dat ze wel twintig jaar bij ons logeerde in het weekend.”
KOFFIE SCHENKEN
Wilma was bestuurslid bij de EABN en deed tien jaar aan buurtbemiddeling. ,,Ik stopte daar even mee toen Teunis zeven weken ernstig ziek in het Sint Antonius lag. Maar toen ik dat weer oppakte en er gezeik kwam over een tak over de schutting, toen dacht ik: waar gaat dit over? Daar ben ik toen ook mee gestopt.” Nu schenkt ze elke maandagochtend koffie in het Paashuis, het wijkcentrum in het Paasbos. Daar helpt ze ook een keer in de twee maanden bij een soos voor verstandelijk gehandicapten. Ze gaat om de week wandelen of boodschappen doen met een cliënt van De Rozelaar, de dagbesteding van De Pol. En dan wandelt ze ook nog om de week met mensen met niet aangeboren hersenletsel. Afhankelijk van wat iemand aankan lopen ze een klein of een langer rondje. „We worden ontzettend gastvrij bij NSC ontvangen. Mensen betalen 1 euro voor een kopje koffie of thee, maar dat mogen we in een pot stoppen en daar doen we dan wat leuks van, zoals met de hele club pannenkoeken eten.”
EDUCATIETEAM
En dan is er ook nog het museum. Daar is ze gastvrouw en ze zit in het educatieteam waar ze aan schoolklassen uitleg geeft over het onderwerp slavernij. En ze helpt mee met de klassendagen of schenkt koffie bij een lunch in het museum. ,,Dat vind ik altijd leuk om te doen”, aldus Jongste. Dat koffieschenken ligt haar zo dat ze dat ook ging doen bij de bibliotheek op zondagmiddag. ,,Ik kwam hier al met Teunis toen de zondagmiddagconcerten van start gingen. Daar ben ik ook ingerold. Ik heb er altijd erg veel plezier met de andere vrijwilligers. Af en toe krijgen we de slappe lach.”
Het is allemaal heel vertrouwd
Ze heeft plezier in alles wat ze doet, maar vindt het jammer dat het niet wederkerig is en mensen niet voor haar klaar staan. ,,Dat doet pijn. Daar kan ik slecht mee omgaan. Ook als je ergens nieuw bent, dan word je niet altijd gevraagd of je erbij komt zitten. Dat mis ik best wel bij veel mensen. Mijn moeder heeft me altijd bijgebracht dit wel te doen.” Haar echtgenoot kreeg hartproblemen en later kwam daar Parkinson bij. Eind 2023 kwam hij te vallen en daarna kon hij niet meer naar huis. ,,Al die tijd ben ik mijn vrijwilligerswerk blijven doen. Mijn man is me hierin blijven steunen, ook nu nog, al gaat hij geestelijk achteruit. Ik ben hem ontzettend dankbaar. Ik bezoek hem bijna elke dag op De Pol en we hebben nog altijd veel plezier. Ik heb hier gewerkt, en doe hier ook nog vrijwilligerswerk, dus het is allemaal heel vertrouwd.”