Dat Van der Molen nu als leider functioneert en Fredriksen als assistent, hadden beiden niet voorzien. ,,Ik had niet gedacht dat ik ooit als trainer zou gaan werken", vertelt Fredriksen. ,,Ik wilde wel bij het voetbal betrokken blijven, maar zag me eerder in een rol binnen een technische commissie." Voor Van der Molen geldt hetzelfde. ,,Als je voetbalt, ben je niet bezig met het voetballeven nadat je stopt. Tot nu toe bevalt het echter uitstekend, vooral ook door de prettige samenwerking met Erik Assink en Stefan, zonder daarbij de anderen tekort te willen doen."

Stefan had kunnen terugkeren in het betaalde voetbal als hij ons niet had leren kennenVRIENDEN Ze leerden elkaar vijftien jaar geleden kennen als spelers van Sparta Nijkerk. ,,Ik speelde vooral in het tweede en Stefan in het eerste, maar toch hadden we een klik. Van samen voetballen werd het samen stappen naar bijvoorbeeld Starlight en natuurlijk met de andere vrienden bijeenkomen in 't Honk." Amersfoorter Fredriksen was na Amsvorde, FC Utrecht en Cambuur Leeuwarden bij Sparta Nijkerk beland en bleef daar uiteindelijk elf seizoenen. Van der Molen vertelt dat de vader van Stefan die gezelligheid niet altijd op prijs heeft gesteld. ,,Hij heeft wel eens gezegd dat Stefan had kunnen terugkeren in het betaalde voetbal als hij ons niet had leren kennen." Toch kijkt Fredriksen er zonder berouw op terug. ,,Ik heb bij Sparta Nijkerk mooie en minder fijne voetbalmomenten meegemaakt, maar ik heb er veel vrienden aan overgehouden. Met Honk Underground, voortgekomen uit onze 'keet' spelen we nog steeds mee op het jaarlijkse OJK-toernooi."

Edwin van der Molen speelde zijn gehele jeugd bij Sparta Nijkerk, maar werd bij de senioren als A-selectiespeler nooit een echte basisspeler. ,,Na een aantal jaar vertrok ik naar NSC voor twee jaar en daarna voor zeven jaar naar Veensche Boys. Een afgescheurde achillespees leek het einde, maar ik ging toch weer voetballen bij Sparta Nijkerk 2. Toen Stefan Fredriksen vertrok naar Veensche Boys ben ik met hem meegegaan." Fredriksen vertelt hoe dat ging. ,,Tijdens het carbidschieten sprak ik Jos Bouw voor het eerst. Drie dagen later spraken we opnieuw en waren we er snel uit. Ik wilde echter dat Edwin meeging en dat deed hij gelukkig. Zo hebben we nog drie seizoenen samen kunnen voetballen bij Veensche Boys. Totdat we besloten dat vorig seizoen ons laatste als actief speler zou zijn."

Tekst gaat verder onder de foto.

OMMEZWAAI Veensche Boys schakelde opnieuw snel en benaderde de afscheid nemende spelers voor de rol in de begeleiding van het eerste. ,,De groep is erg jong nu en dat zie je tijdens wedstrijden nog wel eens terug qua wisselvalligheid. Sowieso kijk je heel anders naar wedstrijden nu, maar de overgang van het veld naar de bank ging toch vrij soepel", stelt Fredriksen. ,,Als leider ben ik eigenlijk meer een extra assistent en samen met Stefan praten we heel veel met Erik Assink. Hij betrekt ons bij vrijwel alle beslissingen, gebruikt ons als klankbord en luistert ook echt naar onze ideeën. De samenwerking bevalt dus heel erg goed en een betere leermeester kan je je bijna niet wensen, want Erik brengt heel veel ervaring mee. En ondanks dat hij op hoog niveau heeft getraind, is hij ook bij Veensche Boys uiterst gedreven."

Waar zowel Van der Molen als Fredriksen het ook over eens zijn, is dat ze qua tijdsbesteding meer tijd nodig hebben dan als speler. ,,Als speler kom je naar de club om te trainen of een wedstrijd te spelen. Daarna zit je nog even gezellig samen en ga je weer naar huis. In onze nieuwe rollen zien we veel beter wat er allemaal rond trainingen en wedstrijden moet gebeuren. Als speler vond je zaken vanzelfsprekend, maar nu merken we dat er veel komt kijken binnen een vereniging. De vrijwilligers worden vaak geroemd, maar dat doen we vanaf deze plaats dan nog maar een keer." Fredriksen vult daarbij aan dat de overgang wat hem betreft meeviel. ,,Met de meeste spelers speelden we vorig seizoen nog samen. Nu we als assistenten optreden, geeft dat echter geen knelpunten, omdat we als assistent toch altijd nog redelijk binnen de groep staan. En in onze nieuwe rol kunnen we jonge spelers nog steeds verder helpen in hun ontwikkeling, dat vind ik wel mooi."

Ik hoop wel dat Veensche Boys ambitieus blijft Of Van der Molen en Fredriksen ook volgend seizoen nog deel uitmaken van de begeleiding van Veensche Boys is nog geen uitgemaakte zaak voor Fredriksen. ,,Het ligt aan diverse factoren. Ik heb de rol als assistent opgepakt mede vanwege de komst van Erik Assink. En het is nog niet duidelijk of hij zijn contract verlengd. Daarnaast heb ik een eigen bouwbedrijf, waar ik ook veel tijd in wil steken. Ik ga dus sowieso nog geen papieren halen als trainer, maar ik sluit allerminst uit dat ik volgend seizoen nog steeds bij Veensche Boys actief ben, want het bevalt me hier goed." Van der Molen stelt dat de ambities van de club voor hem en Fredriksen meewegen. ,,Ik hoop wel dat Veensche Boys ambitieus blijft. Er zit rek in deze groep en met enkele versterkingen kunnen we zeker meedoen om promotie. Wat dat betreft blijven wij sportmannen, we willen meedoen om de prijzen. En liever nog: ze pakken."

Wat de toekomst voor het tweetal zal brengen, blijft afwachten, maar ze blijven elkaar sowieso treffen. ,,Wat ons betreft kunnen die vijftien jaar vriendschap rond het voetbalveld er maar zo twintig worden. Maar als we niet meer actief blijven binnen het voetbal komen we ook wel aan die twintig jaar vriendschap." Als ze praten over sfeer en samenhang komen ze vrijwel tegelijk op het trainingskamp van vorig seizoen, wat Fredriksen grotendeels organiseerde. ,,Alle spelers deden de wedstrijdpremies in een gezamenlijke pot en daaruit is het trainingskamp betaald. Dat is toch een mooi teken van eenheid binnen de selectie. Dat we in Torremolinos niet zo hard hebben getraind, is dan minder belangrijk. Het was in ieder geval erg goed voor de verbondenheid en super gezellig. Ik hoop dat we dit seizoen verder kunnen groeien als team om dan toch nog mee te spelen om een prijs. Uiteindelijk gaat het om het stellen van doelen én er alles aan doen om ze te bereiken."  Als Stefan Fredriksen en Edwin van der Molen daar een steentje aan bij kunnen dragen, zullen ze dat zeker niet laten.

Door Rob Schoon