De schrijver is deels opgegroeid in Barneveld, waar hij op de School met den Bijbel en het Johannes Fontanus College zat. ,,Een jaar of vijftien geleden had ik al het idee om een roman te schrijven over het bijzondere dorp waarin ik ben opgegroeid'', vertelt Stephan Enter (56) in een restaurant in zijn woonplaats Utrecht. ,,Barneveld is uniek, omdat er in die tijd - het boek speelt zich af in 1985 - een hechte Molukse gemeenschap bestond, terwijl de kerkelijke gemeenschap er ook erg op zichzelf was.''

In Pastorale, zo bedacht hij, zou het moeten gaan over die twee werelden. Het had een liefdesgeschiedenis kunnen worden, een Romeo & Julia-verhaal, en die kant lijkt het in het eerste deel van het boek ook op te gaan, maar dat vond Enter uiteindelijk toch minder interessant dan het vertellen over het probleem van de Molukkers. Pastorale is een roman geworden met twee verhaallijnen, die van de twintigjarige Louise en die van haar drie haar jongere broer Oscar. Hij krijgt, net als Enter zelf, een schoolvriendje uit de Molukse wijk in Barneveld.

JEUGDHERINNERINGEN ,,In het boek beschrijf ik enkele authentieke jeugdherinneringen'', zegt Enter. ,,Het was een prettige tijd, de natuur rondom het dorp was mooi en ik heb bijvoorbeeld in mijn jeugd een spel gespeeld met stokjes die wegdreven op het water van de beek, net als in Pastorale gebeurt.

Een andere authentieke herinnering: Louise die zich als klein meisje afvraagt of ze haar eerste echte fiets in de sloot zou gooien als de Here Jezus haar dat van haar zou vragen. Ze aarzelt, en komt tot de vreselijke conclusie dat haar geloof dus te zwak is. Nog een herinnering die in het boek voorkomt, is het idee dat Jezus meekeek op het moment dat ik mijn seksualiteit ontdekte, iets wat ontzettend zondig was. Verder heb ik van allerlei personages vanalles bij elkaar geraapt, met wat ik zelf heb meegemaakt en anekdotes van anderen.''

De redactie selecteert, voor u, wekelijks een aantal belangrijke en spraakmakende verhalen uit de regio.

BEVRIJDING Dieren hebben geen ziel en gaan dus niet naar de hemel. Ook dat is Enter vanuit de religie bijgebracht. ,,Voor een kind is die gedachte niet te verdragen. Net als Louise heb ik daar als kind moeite mee gehad.
Ik herinner me dat ook kinderen om mij heen daar een probleem mee hadden. De vraag hierbij is vooral waarom iemand zoiets aan kinderen vertelt. Ouders willen normaal gesproken immers het goede voor hun kinderen. Daarmee zijn ze voortdurend bezig, en dan gaat de religie er tussen liggen. Het is een bevrijding als je die dingen achter je kunt laten.''

In Pastorale speelt de kat van de familie, Doortje, een rol. Ze loopt rond, laat zich knuffelen, verdwijnt. Het moment waarop ze vervolgens terugkomt, is het enige waarop Louise huilt. ,,Omdat Louise zo rationeel is zit die kat erin'', legt Enter uit. ,,Haar gevoel zit bij die kat. Ik heb Doortje er welbewust ingebracht om die kant van Louise zichtbaar te maken.''

ATHEÏSTISCH GEREFORMEERD ,,Louise is eigenlijk net als ik atheïstisch gereformeerd, hoewel haar woede groter is dan die van mij was. Ze heeft geleerd om de Bijbel naar de letter te lezen en rekent op net zo rationele manier af met het geloof. Het rooms-katholicisme hecht meer waarde aan het ritueel en de gemeenschap, de gereformeerden zijn individualistischer en rationeler.

Een atheïst zegt niet: God bestaat niet, maar hij stelt vast dat er geen enkel bewijs is voor zijn bestaan, en dus is er ook geen reden een religie aan te hangen. Ik ben echt een atheïst. Mensen sturen me naar aanleiding van deze roman brieven en mails, in de hoop wellicht mij weer op de Smalle Weg te krijgen. Ik kreeg er van één man inmiddels een stuk of acht - zonder aanhef, het begint domweg met dreigende citaten uit Openbaring en Ezechiël, om dan opeens over te gaan naar de toestand in Syrië. Zo van: de tekenen des tijds zijn er, er is nu nog tijd om je te bekeren!

Een vrouw op leeftijd schreef me: jij verlaat God, maar God verlaat jou nooit. Dat zegt een maffiabaas ook, denk ik dan, maar ik denk ook dat het een lieve mevrouw is die het beste met mij voor heeft. Ze ziet alles alleen volkomen vanuit haar perspectief. Gisteren concludeerde iemand na een lezing die ik in Bergen (Noord-Holland) gaf: u haat dat geloof echt, hè? Maar dat is niet zo. Ik ga er alleen net zo fel en met open vizier over in discussie als ik als gelovige gereformeerde zou doen.''

BESMETTE JEUGD Het draait in het boek vooral om Louise en mijnheer Matupessy, de vader van Oscars Molukse vriendje. Enter: ,,Ik herinner me net als Oscar die Molukse wijk met heerlijke etensgeuren, een volstrekt andere taal en tuintjes die niet zo aangeharkt waren als in de 'stijve' rest van het dorp.''

Matupessy en Louise voelen beiden wrok over wat hen is aangedaan, Matupessy omdat hij niet terug kan naar Ambon, Louise omdat haar jeugd haar is afgepakt. ,,Haar herinneringen aan haar jeugd zijn met het geloof besmet. De vraag is: hoe ga je met die woede om, want wrok is een gif waarvan je jezelf steeds een beetje toedient in de hoop dat iemand anders ziek wordt. Daar moet je iets mee. Daarover gaat dit boek.''

Een pastorale kan een muziekstuk zijn, een lyrische beschrijving van het platteland en het zou ook een titel van een streekroman kunnen zijn. ,,Ik zie het als een herdersdicht, waarin het idyllische landschap wordt bezongen'', zegt Enter. ,,Maar dan wel ironisch. Het herderlijke is voor Louise de Here Jezus en voor Matupessy koningin Wilhelmina. Ze vertrouwen blind op hun herder en komen van een koude kermis thuis.''

DRIJVENDE KRACHT ,,De onvrede van Louise is een belangrijke drijvende kracht in mijn roman. Uiteindelijk schrijf ik volgens sommige recensenten en literatuurwetenschappers altijd over geluk, maar mijn personages moeten ergens naar streven, wat niet kan als ze al gelukkig zijn. Het probleem van Louise is abstract, psychologisch. Aan het slot overweegt ze, in een moment van triomf over haar zeer godsdienstige moeder, verbaal uit te halen. Maar meteen daarop kan ze zich dat niet meer voorstellen. Zelfs voor meneer Westeneng, de ouderling, voelt ze uiteindelijk mededogen omdat hij, zo bedenkt ze, de enige is die trouw is gebleven aan haar moeder.''

Een dubbelheid bij het schrijven van Pastorale, merkt Stephan Enter ten slotte op, ,,is dat ik het meeste plezier heb beleefd aan het taalgebruik van Louise. Ze denkt en spreekt voortdurend in bijbelse bewoordingen. Tegen haar broertje: 'Als jij nu in je goedertierenheid gewoon je mond houdt...'. Tegen haar moeder die haar vraagt de markiezen neer te laten: 'Uw wil geschiede'. Als ze naar de damp boven haar theekopje kijkt, ziet ze de geest op de wateren. Enzovoort. Ze is militant atheïstisch, maar haar mond loopt nog steeds over van de tale Kanaäns. Ik zal niet gauw terugkeren naar Barneveld, maar tegelijkertijd ben ik er soms stiekem trots op dat ik die taal ken.''

Henk van IJken