Wie door de Vrijheidslaan rijdt, kan zich met wat fantasie misschien wel voorstellen dat voordat de rondweg hier werd aangelegd er op de kruising met de Bagijnenstraat vroeger een imposant gebouw stond. Aan de Groenesteeg stond een school voor gereformeerd schoolonderwijs. Het toenmalige bestuur van deze school vond dat er een aanvulling moest komen op de school met een mulo-programma. De heer van Ramshorst, voorzitter van het bestuur, besprak dit met hervormden en gereformeerden en samen besloten zij dat er een mulo (meer uitgebreid lager onderwijs) moest komen. Op 19 januari 1909 werd de 'Vereeniging voor Christelijk Lager en Uitgebreid Lager Onderwijs te Nijkerk op de Veluwe' opgericht. Als grondslag had de school 'de erkenning van de Heilige Schrift als Gods Woord en van Jezus Christus als den eenigen en algenoegzamen Zaligmaker en God geopenbaard in het Vleesch'. De eerste bestuursleden van de vereniging waren dominee J.G. Kunst, G.F. Callenbach jr, A. van Ramshorst, A. Jurling en G. Hana. De eerste drie leerjaren voorafgaand aan de mulo konden gevolgd worden in de school aan de Groenestraat, wie door wilde leren kon naar de voorbereidende klassen van de mulo gaan, de klassen 4 tot en met 9. In die tijd waren er nog maar weinig leerlingen die doorleerden en daarom waren de klassen op de mulo klein. 

Het artikel gaat verder onder de foto van Pier Kooistra (bron: Nico Poorter).

De vereniging kreeg van de gemeente toestemming om een school met twee klaslokalen te bouwen aan het Bagijnenland, wat het 'Gele Weiland' werd genoemd door de inwoners van de stad.  Het adres werd Bagijnenland A. 451. Toen de school haar deuren in september 1909 opende, waren er 32 leerlingen. Een jaar later kwam er een derde lokaal bij en in 1912 volgden een vierde en een vijfde lokaal. Om lid te kunnen worden van de schoolvereniging moesten ouders één of meerdere kinderen op school hebben en een contributie van 5 gulden betalen. Het bestuur moest uit vijf mannelijke personen bestaan, die door de leden van de vereniging werden aangewezen. 

In de allereerste jaren werd er bijbelse geschiedenis, lezen, rekenen, schrijven, Nederlands, vaderlandse geschiedenis, aardrijkskunde, kennis der natuur, Engels, Frans en Duits onderwezen. Schooltijden lagen tussen 8.30 uur en 12.00 uur en in de middag van 13.30 uur tot 16.00 uur. Volgens een oud-leerling gingen vooral kinderen van de gegoede burgerij naar de school toe. In 1922 werd de mulo gesplitst in een mulo en een lagere school en kreeg de school drie extra klaslokalen. Twee aparte lokalen achter de school werden gebruikt voor het lagere onderwijs, wat 'de achterste school werd genoemd'. De eerste hoofdonderwijzer was J.C van der Does. Hij ontving een salaris van 1450 gulden per jaar. In 1911 kwam de heer L.J. Allaart als hoofdonderwijzer op de school werken. Zeven jaar later werd hij opgevolgd door H. Houkes. Ook deze hoofdonderwijzer vertrok, in 1923, waarna één van de leerkrachten, de heer Van den Bos, ruim een maand zijn functie innam tot de heer Heckman de leiding op zich nam. Op 1 juli 1932 wordt hij weer opgevolgd door de heer C. Booster uit Maassluis. In 1937 werd Pier Kooistra, hoofd van de Mulo. Han Kooistra, één van de kinderen van Pier Kooistra: ,,Toen wij vanuit Franeker naar Nijkerk kwamen, werd onder mijn vaders toezicht een nieuw lokaal gebouwd, wat in eerste instantie de bestuurskamer werd. Maar de school liep zo vol dat de bestuurskamer werd opgeheven. Elke jaargang van de school had zijn eigen lokaal. ,,De lokalen werden verwarmd met turf, antraciet en cokes en in elk lokaal stond een kolenkachel. Wij noemden dat allemaal een 'grote salamanderkachel', daar mocht je alleen kooltjes in stoken, geen antraciet. Om de leerlingen te beschermen tegen de hitte werd er een stalen vorm van 1,5 meter hoog omheen bevestigd. De warmte werd naar boven geleid, waardoor het over het hele lokaal werd verdeeld." 

Het artikel gaat verder onder de foto van Pier Kooistra (bron: Nico Poorter).

Elke klas bevatte zo'n 25 leerlingen. ,,In de loop der jaren vielen er wel leerlingen af, waardoor er uiteindelijk ongeveer twintig leerlingen overbleven die examen deden. Drie of vier leerlingen deden dit zonder toestemming, omdat de leerkrachten eigenlijk vonden dat ze nog niet klaar waren voor het examen. ,,Mijn vader examineerde altijd aardrijkskunde en geschiedenis. Hiervoor moesten de leerkrachten en de leerlingen naar Utrecht, waar de examens werden afgenomen. Hij hoefde nooit een mondeling examen af te leggen bij zijn eigen leerlingen." 

KAKETOE Er waren drie onderwijzers: mevrouw Smit, die Duits, rekenen en de Nederlandse taal gaf, Pier Kooistra die drie akten had om drie verschillende talen te kunnen geven en meneer Bouwer, die wiskunde en natuurkunde gaf. ,,Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd wel duidelijk dat mevrouw Smit Pro-Duits was. Ze werd door leerlingen de Kaketoe genoemd. Het bestuur wilde haar ook graag weg hebben, maar we zijn er nooit achter gekomen hoe hen dat gelukt is." Mevrouw Smit werd vervangen door meneer Koenderink, die ook wiskunde gaf en meneer Blokhuis uit Hoevelaken kwam eveneens te gelederen versterken door wiskunde en biologie te geven. ,,Andere bekende leerkrachten die aan het team werden toegevoegd waren de heer Jansen en de heer Fossen."

Tijdens de beschieting van Nijkerk op 18 april 1945 kwamen ook leerlingen van de school om het levenBRANDSTOF Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide de school gewoon, tot het laatste oorlogsjaar. In 1944 werd wel tijdelijk elders onderdak gezocht, omdat de schoolgebouwen in beslag werden genomen. ,,Lesgeven was ook onmogelijk doordat er problemen waren met brandstof. Het licht viel regelmatig uit en er was geen gas." In de Gereformeerde Kerk en bij Uitgeverij Callenbach werden de leerlingen opgevangen.  ,,In het begin mochten bepaalde lessen eigenlijk niet meer gegeven worden, zoals Frans. Alleen Duits mocht gegeven worden als taal, maar omdat de andere talen examenvakken waren, bleven de leerkrachten doorgaan met het geven van deze lessen. Mijn vader vertelde dat er jongens waren die moesten onderduiken die tegen de leeftijd zaten dat ze oproepen kregen om in Duitsland te gaan werken. Mijn oudste broer kreeg ook een oproep en dook onder in die tijd", vertelt Kooistra. Toen in het laatste jaar van de oorlog de luchtaanvallen heviger werden, en er echt geen brandstof en elektriciteit meer was, werd ook de school gesloten. ,,In de lagere school en de mulo zaten Duitsers. Tijdens de beschieting van Nijkerk op 18 april 1945 kwamen ook leerlingen van de school om het leven."

EXAMENS Tijdens de persbijeenkomst van onderwijsminister Slob maakte hij onlangs bekend dat de schoolexamens dit jaar niet doorgaan, en vervolgens maakte hij de opmerking dat dit nog nooit was voorgekomen. ,,Ik was het niet met hem eens", zegt Kooistra. ,,Want het was in 1945  gebruikelijk dat de leerlingen die toestemming van de school hadden examen mochten doen. Had je geen toestemming, dan mocht je wel examen doen en slaagde je, dan was dat mooi meegenomen en had je geluk gehad. De school bepaalde dus in het examenjaar 1945 wie zijn mulo-diploma kreeg en dat waren dus degenen die met toestemming examen zouden doen." De schoolexamens van de Mulo werden zowel schriftelijk als mondeling afgenomen in Utrecht voor het niveau van mulo waar ook Nijkerk onder was gebracht. ,,Deze regeling gaf toen wel wat problemen, omdat de school nu bepaalde wie het diploma kreeg. Mijn vader werd door verschillende ouders benaderd, van de leerlingen zonder de examentoestemming, waaronder zelfs een schoolbestuurslid die vonden dat hun kind wel voor het diploma in aanmerking kwam. Mijn vader en de overige docenten hielden gelukkig hun ingenomen standpunt vast. Het laatste grootste deel van het schooljaar was het schoolgebouw aan de Bagijnenstraat gevorderd door de bezetters, en was er geen school, maar de examenklas kreeg wel les in het kantoor van de Meelhandel Vos en van Galen aan de Catharinastraat, dus de leerlingen waren wel klaargestoomd voor het eindexamen." 

Het artikel gaat verder onder de foto (bron: Nico Poorter).

Lesgeven net na de oorlog was lastig: banken waren weg en nauwelijks te krijgen en de kachels waren 'verdwenen', maar al snel werden die weer gevonden. De Binnenlandse Strijdkrachten werden ingezet om het schoolgebouw op 1 juli te ontruimen en hierna werd de school van onder tot boven schoongemaakt, voor er in september weer gestart kon worden met de lessen.   

De jongens die druk waren, zagen hem en riepen waarschuwend naar de rest: 'DE PIER!'DE PIER Pier Kooistra had aardig wat aanzien binnen de school en was ook behoorlijk streng, doch rechtvaardig. ,,Als er in de andere klassen rumoer was, omdat de leraren geen orde konden houden, dan hoorde hij dat en ging hij de gang in. In elk lokaal zaten ruitjes waar hij dan doorheen keek, de rumoerige klas in. De jongens die druk waren, zagen hem en riepen waarschuwend naar de rest: 'DE PIER!' en waren op slag stil. Mijn vader kwam vervolgens enkele momenten hierna de klas binnen om de jongens aan te kijken die de aanleiding waren voor de rumoer. De belhamels kregen vervolgens een stomp op hun schouder. Hierna was het altijd weer rustig in de klas. Thuis was hij niet zo streng, mijn moeder was veel strenger dan hij. Als wij wat wilden weten konden we altijd bij mijn vader terecht."

Toen zijn eerste vrouw overleed, kreeg zijn vader verkering met Gijsje, zijn latere stiefmoeder. ,,Een paar belhamels hadden vervolgens op de zwarte schutting van Esveld de woorden 'Pier vrijt met Gijsje' gekalkt. Daar moest hij later gelukkig vreselijk om lachen. Mijn vader is in 1947 hertrouwd met Gijsje." Leerkrachten hielden zich ook niet altijd nauw aan de regels, weet Kooistra. ,,Een onderwijzeres van de lager school had verkering met een onderwijzer van de mulo. De lagere school ging om 11.00 uur uit en de mulo veel later. Terwijl de leerkracht voor de klas aan het lesgeven was, kwam de onderwijzeres een praatje maken. Mijn vader kwam daar achter en zei tegen de leraar en de lerares: 'Uw privé moet u ook in uw privétijd behandelen." Presentielijsten werden nauwkeurig door Pier Kooistra gecontroleerd. ,,Als een leerling niet op school was gekomen, ging hij na schooltijd op de fiets bij het huis van de leerling langs om polshoogte te nemen." 

NIEUW GEBOUW In 1956 overleed Pier Kooistra en werd zijn werk overgenomen door J.W.A. Fossen. In dat jaar werd ook een nieuwe stichting opgericht die drie jaar later zou vergaderen om een nieuwe christelijke ulo te bouwen in Nijkerk. De eerste steen van de school werd op 20 juli 1959 gelegd aan de Meinsstraat. De school groeide al snel uit zijn voegen en in 1972 werden er acht houten noodlokalen bijgebouwd. 

MAVO De Mammoetwet zorgde er in 1968 voor dat de naam ulo verdween en die naam werd vervangen door de mavo. De eerste havo-mavo brugklas kwam in 1977 in Nijkerk. Havo-leerlingen konden vanaf 1981 de eerste drie jaar les volgen in Nijkerk en daarna naar 4 havo in Amersfoort bij het Farelcollege. Atheneumleerlingen konden na twee jaar onderwijs in Nijkerk naar Atheneum 3 aan het Farelcollege.

Door Maranke Pater