Wie vroeger ziek was, kon terecht bij de dokters aan de Langestraat. In deze Bij ons in de binnenstad duiken we in de geschiedenis van de ‘oude dokter Leerink’ en de ‘jonge dokter Leerink’, die aan de Langestraat 33 hun huis en praktijk hadden.

De Langestraat 33 is een rijksmonument binnen de gemeente Nijkerk en werd gebouwd tussen 1600 en 1700. Elizabeth Leerink: ,,De kelders van het huis zijn origineel. De witte lijstgevels zijn een typisch architectonisch element uit 1800, waardoor veel mensen denken dat het huis uit 1800 stamt.” Jan en Marina Lanting, de huidige bewoners van het huis, hebben bij de verbouwing een waterput gevonden. Elizabeth: ,,Wij wisten wel dat de put bestond. In de 19e eeuw was er een choleraepidemie in Nijkerk. Je kon de cholera haast door de straat zien wandelen, want huis na huis werd besmet, behalve aan de Langestraat, waar de chique herenhuizen stonden. Een steegje tussen de huizen leidde naar de Davidshof, waar de arbeiders woonden, het gewone volk. Zij stierven allemaal aan cholera. De bewoners van de chique huizen kregen de ziekte niet. De mensen hier waren niet alleen beter gevoed en gezonder, ze hadden ook water uit hun eigen waterput. De arme mensen moesten dit water uit de grote put op het Plein halen.” 


Bron: Dhr en mevr Leerink

Huis na huis werd besmet, behalve aan de Langestraat.

Gerard Leerink (door oude Nijkerkers ‘de jonge dokter Leerink’ genoemd): ,,Het volk poepte en plaste nog gerust in het water van de Breede Beek, ze wisten niet dat cholera een bacterie was die mensen vreselijk ziek kon maken. De grondwatervoorziening heeft veel meer bijgedragen aan de gezondheidszorg dan welke dokter dan ook.” 

RUUGE DIRK Op 1 november 1932 nam Johannes Leerink de huisartsenpraktijk over van dokter Van Lent, die in Nijkerk bekend stond onder de naam ‘Ruuge Dirk’. Elizabeth: ,,Dokter van Lent was berucht. Ik kan mij nog een anekdote herinneren van een vrouw die overtijd was. De dokter wilde graag op vakantie, dus hij liet haar rondjes door de achtertuin rennen om de bevalling op gang te helpen. Als ze even stopte riep hij weer: ‘hollen!’. Hij was niet alleen niet al te zachtaardig voor zijn patiënten, hij ging ook zeer hardhandig met zijn paarden om. Met paard en wagen en zijn koets reed hij naar zijn patiënten toe. Het huis stond nog aan de beek en de staldeur kwam uit op de weg, waar hij met zijn paarden zo de weg op stormde. Oude Nijkerkers zeggen nog steeds dat hij ‘vleukend op zijn peerden dood is gebleven’, maar of dat waar is weet ik niet.” 

Hij liet een zwangere vrouw ooit rondjes door de achtertuin rennen om de bevalling op gang te helpen.

CONCURRENTIE Toen Johannes de praktijk van Dokter van Lent overnam, was er een moordende concurrentie tussen de twee dokters die Nijkerk rijk was. Elizabeth: ,,Er waren twee dokters in Nijkerk en er werd absoluut niet samengewerkt. Mijn schoonvader had dus altijd dienst, iets wat heel normaal werd gevonden.” Toen Johannes zijn praktijk kocht, had hij alleen het gebouw. Gerard: ,,Het was een praktijk met 0 patiënten. Mijn vader heeft zijn praktijk echt van de grond af moeten opbouwen. Als de bel ging en de groenteboer of de melkboer stond aan de deur dan was hij hevig teleurgesteld, want hij hoopte natuurlijk dat het een nieuwe patiënt was. Het was heel anders dan toen ik begon, met de 4000 patiënten van mijn vader. Hij heeft mij weleens verteld dat hij zijn allereerste patiënt drie keer op een dag bezocht. Later werd dat gelukkig beter.” 

Het was in die tijd heel normaal dat het doktersleven geïntegreerd was in het gezin. Gerard: ,,De Langestraat 33 was mijn geboortehuis. Ik ben er in 1936 geboren. We waren met vijf jongens en één meisje. Toen ons zusje Margootje werd geboren heeft mijn vader zelfs de vlag uitgehangen.” Elizabeth: ,,De praktijk was aan huis. De patiënten zaten in wat later de eetkeuken zou worden te wachten tot ze aan de beurt waren. Een afspraakspreekuur bestond toen nog niet, dus soms was het een grote groep wachtenden. Als de kinderen ‘s ochtends naar de wc moesten, liepen ze door die groep mensen richting het toilet in hun pyjamaatjes. In 1953 heeft hij een praktijkruimte in de tuin laten bouwen. Patiënten kenden ook de kinderen. Als één van de kinderen door de binnenstad liep, dan wisten ze meteen dat het er eentje van dokter Leerink was.” 

De kinderen werden ook betrokken bij het werk van hun vader. Gerard: ,,We vonden het vreselijk leuk om urine te centrifugeren waar mijn vader dan sedimenten van kon maken. We moesten dan aan een buisje draaien dat aan de tafel vast zat en dat moest wel honderd keer. We werden regelmatig door mijn vader meegenomen op visites, zeker als hij naar boerderijen toe moest. Dan sprongen wij bij aankomst uit de auto om de koeienhekken open te maken, zodat mijn vader er met de auto doorheen kon rijden.”  

Elizabeth: ,,Toen wij later de praktijk overnamen zijn onze kinderen ook echt opgegroeid als dokterskinderen. Als ze in de tuin speelden en er kwam een nieuwe patiënt, riepen zij meteen dat hij of zij de tweede deur rechts moesten hebben. We zijn blij dat we hen thuis op konden voeden. Veel dokterskinderen gingen vroeger naar kostscholen toe.” 


Doktersassistente Anita van Beek met een patiënt - Bron: Dhr en mevr Leerink

SCHREUDER De vader en schoonvader van Gerard en Elizabeth was een goede luisteraar en psycholoog. Gerard: ,,Hij was gek op de kracht van suggestie. Het was ook een man die het nooit makkelijk heeft gehad. Voor de oorlog moest hij in dienst terwijl hij een praktijk had. Hij moest van de overheid maar zien hoe hij zijn dokterspraktijk bleef runnen, daar hadden ze geen bemoeienis mee.” Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen de doktoren in Nijkerk ondersteuning van dokter Schreuder, die het noodhospitaal in Nijkerk ging runnen. Elizabeth: ,,We waren dolblij met dokter Schreuder, hij was net afgestudeerd en is de hele oorlog in Nijkerk gebleven. Hij groeide uit tot een hele belangrijke dokter in Nijkerk. Tijdens de hongerwinter kwamen er dagelijks duizenden mensen door Nijkerk heen die gevoed moesten worden en moesten overnachten. Hij regelde dit allemaal.” 

Toen dokter Schreuder de allereerste keer voor Johannes kwam waarnemen, had hij meteen een patiënt voor de jonge dokter. Gerard: ,,Mijn moeder stond met twee kinderen aan haar rokken aan de deur toen ze voor hem opendeed. Mijn vader stelde zich voor. Hij stuurde hem naar de Kloosterstraat, naar de Joodse school, waar de vrouw des huizes ziek was geworden. Ook moest hij die middag naar de dijk toe omdat er een kind met oorpijn thuis was. Eerst stelde dokter Schreuder een verkeerde diagnose over de dame aan de Kloosterstraat en vervolgens kon hij niet bij het kind met oorpijn komen op de fiets omdat er kruiend ijs op de weg lag over de Arkersluisdijk. Uiteindelijk is hij er na vereende krachten overheen gekomen en toen bleek het kind al beter te zijn. Mijn vader en hij hebben er later nog vreselijk om moeten lachen.” 

MOTORFIETS Tijdens de Tweede Wereldoorlog runde zijn vader de praktijk vanaf zijn motorfiets. Gerard: ,,Mijn vader had drie motorfietsen. De Duitsers hadden zijn auto gevorderd.”  Elizabeth: ,,Hij kreeg een vrouwelijke waarneemster die niet kon motorrijden. Gerard en zijn broers hebben het haar in het Van Reenenpark geleerd. Ze reed maar rondjes, want ze wist niet meer hoe ze moest stoppen, terwijl de jongens haar toeriepen wat ze moest doen en vervolgens in een deuk van het lachen lagen.” 


Dokter Leerink - Bron: Dhr en mevr Leerink

Spannende momenten waren er na de razzia in Putten, toen inwoners van de stad werden opgepakt en gegijzeld werden in het stadhuis. Gerard: ,,Mijn moeder was onder hen. Mijn vader was namelijk niet thuis toen de Duitsers kwamen en daarom namen ze haar maar mee. Voor een gezin met vijf jonge kinderen was dit niet prettig. Gelukkig werden de vrouwen al vrij snel vrijgelaten.” Gerard was negen jaar oud toen de oorlog eindigde: ,,Van de oorlog kan ik mij nog de eindeloze stroom mensen richting de IJssel herinneren en dezelfde stroom die dagen daarna weer terug liep naar het westen. Er zaten nooit jonge mannen bij, maar altijd vrouwen met kinderen, of oude vrouwen en oude mannen met gammele fietsen. Het was één brok ellende. Ik weet ook nog goed dat we de laatste zes dagen in de kelder van het huis verbleven. Overal lagen matrassen, want we konden niet in de kelder staan.” 

Mijn schoonvader ging regelmatig tussen de beschietingen door met een pan op zijn hoofd buiten de gewonden helpen.

Elizabeth: ,,Als er eten gemaakt moest worden dan ging mijn schoonmoeder of het dienstmeisje snel eten koken op een primus buiten en dan schoten ze daarna snel de kelder weer in. Mijn schoonvader ging regelmatig tussen de beschietingen door met een pan op zijn hoofd buiten de gewonden helpen.” Gerard: ,,De bevrijding was onvoorstelbaar: de stad lag in puin, maar overal was oranje en het rood wit blauw te zien. De tanks waren in mijn ogen super groot.”  

In het museum van Nijkerk is nog een heel set bloedtransfusiesets te zien van het Rode Kruis, die door de nieuwe bewoners van de Langestraat achter een schot werden gevonden. Elizabeth: ,,Ik denk dat mijn schoonvader ze in de oorlog heeft verstopt voor de Duitsers. Ze hebben de transfusiesets gebruikt voor het rode kruisziekenhuis. Hij verborg ook kilo’s verband. Samen met dokter Schreuder heeft hij in de oorlog van alles geprobeerd om een betere manier van genezing te vinden voor zieken, omdat aan sommige medicijnen gewoonweg niet meer aan te komen was.” 

BEVALLINGEN In die tijd was het nog heel gebruikelijk om als huisarts bevallingen te begeleiden. Gerard heeft zelf ruim 650 bevallingen begeleid. ,,Tot de pil kwam, waren bevallingen standaard werk voor de doktoren. In het ziekenfonds werd de vroedvrouw vergoed, maar de dokter niet. Het was een statussymbool als je de dokter liet komen om je bevalling te begeleiden. Voor zeventig gulden deden we de voorcontoles, de bevalling en de nacontroles. Het was een gewoonte om na de bevalling meteen af te rekenen. Na een borrel met de mannen werd het geld in een envelop meegegeven.”  

Ook zijn vader werd in de tijd dat hij dokter was veel gevraagd voor bevallingen. Elizabeth: ,,Er was eens iemand aan het bevallen op Slichtenhorst en het was een hele slechte winter. De baby kwam nog niet, maar mijn schoonvader besloot er te blijven. Zuster van Ruler was ook onderweg, maar tijdens het fietsen ging er iets mis waardoor ze in de ijskoude sloot belandde. Druipnat, koud en zielig kwam ze aan bij de boerderij, waar mijn schoonvader eerst ongelooflijk hard heeft staan lachen. Vervolgens heeft hij haar zich laten uitkleden en toen heeft hij haar zo bij de kraanvrouw in bed gestopt. Toen haar kleren waren opgedroogd hebben ze samen de bevalling van de kraamvrouw gedaan.”  


Dokter Leerink na een bevalling - Bron: Dhr en mevr Leerink

OVERLIJDEN In 1962 overleed de moeder van Gerard onverwachts. ,,Mijn vader was ontroostbaar. Nog geen jaar later, op 8 februari 1963, ging hij in hartje winter onderweg naar een kraamvrouw aan een zandweg. Er lag zoveel sneeuw dat de gemeente vooruit moest rijden met sneeuwschuivers. Toen had hij al last van zijn hart, iets waar hij al langer klachten aan had, maar hij negeerde de klachten toen hij weduwnaar werd. ‘s Avonds zou hij nog gaan kegelen, maar hij was zó moe dat hij op bed ging liggen. Toen mijn broertjes en zusje beneden de hond hoorden aanslaan, bleek hij te zijn overleden.” Er woonden nog vier kinderen thuis toen Gerard en Elizabeth besloten om terug te komen naar de Langestraat. 

Elizabeth: ,,Wij studeerden allebei geneeskunde en Gerard was bijna afgestudeerd toen we hoorden dat mijn schoonvader overleden was. Ik besloot mijn studie te onderbreken en was 23 jaar toen ik de zorg over de broertjes en het zusje van Gerard op mij nam. Gerard nam in december de praktijk officieel voor zijn rekening. Mensen zaten heel gek te kijken toen ik naar een ouderavond van de brugklas kwam van één van de kinderen.” Van de gedroomde samenwerking met zijn vader kwam door het overlijden niets. Elizabeth ging aan de slag als assistent voor haar echtgenoot Gerard. Als hij de onderzoeken niet kon doen, nam zij de zorg voor de patiënt op zich. 

TELEFOON Toen Gerard de praktijk overnam in 1963 hadden veel inwoners van de stad nog steeds geen telefoon. Gerard: ,,Er kwamen weleens mensen aan de deur die 6 kilometer hadden gefietst om te zeggen dat de buurvrouw aan het bevallen was en dat de dokter moest komen. In deze tijd is dat onvoorstelbaar.” Elizabeth: ,,Patiënten kwamen aan de deur contant de rekeningen betalen of herhaalrecepten afgeven. De kinderen waren zó geprogrammeerd dat als de praktijktelefoon overging ze dat niet eens hoorden, omdat ze hem toch niet mochten aannemen. Toen we een paar jaar later een privételefoon kregen, holden ze ernaartoe.” 

Patiënten kwamen aan de deur contant de rekeningen betalen of herhaalrecepten afgeven.

Als Gerard onderweg was op zijn ronde visites, en Elizabeth wist dat hij te bereiken was omdat er in de buurt van de visites een huishouden met een telefoon was, belde ze daar heen. Elizabeth: ,,Ik belde dan naar dat adres en dan zei ik dat de dokter op nummer 12 zou komen en of de mensen hem even naar huis wilden laten bellen.” In die tijd had Gerard nog zo’n dertig visites per dag. Gerard: ,,We kregen op een gegeven moment een semafoon, een enorme kast. Die sleepte ik achter mij aan op visites, maar hij was enorm handig, want dan kon Elizabeth mij tenminste een berichtje sturen. De cijfers die doorkwamen stonden allemaal ergens voor. Van naar huis bellen tot direct thuis komen.” 

Een deel van het beleid van dokterspraktijk Leerink werd om patiënten meer naar de praktijk te krijgen. Elizabeth: ,,We hadden hier immers betere apparatuur en beter licht. In donkere boerderijen waren mensen moeilijk te onderzoeken. Het was een proces van tientallen jaren. Toen meer mensen een auto kregen, konden kinderen met koorts makkelijker vervoerd worden, al riepen de oma’s nog steeds dat een kind met koorts niet naar buiten mocht gaan, omdat het anders dood zou gaan.” 

ASSOCIATIE Wat vrij uniek was, is dat de ‘jonge dokter Leerink’ op 1 augustus 1971 een associatie startte met de andere artsen in de straat, doktoren De Mol, Van Otterlo, Odink en Flikweert. Iedere arts behield zijn eigen patiënten en praktijkruimten, maar ze vormden wel een financiële eenheid. Gerard: ,,Iedere middag gingen we even bij elkaar zitten. Het bijzondere was dat alle praktijken bij elkaar in de Langestraat zaten. Dokter Flikweert trok in het kleine huisje op nummer 41 naast de onze, wat nu het atelier van Bart Kamphuis en Nel Schoon is. Later verhuisde hij naar Kleterstraat 5, waar meer ruimte was. Dokter Odink hield zijn praktijk op nummer 35 en 37.  Het voordeel aan de samenwerking was dat we ook met elkaar mee konden kijken als iemand een patiënt had waarbij de herkomst van klachten niet helder was.” 


De leden van de plaatselijke huisartsenvereniging - Bron: Dhr en mevr Leerink

VROUWEN Later werd er door de doktoren het schakeloverleg gehouden in gebouw de Schakel, waar de wijkzuster, psychologen en de dominees ook bij aanschoven. Nog steeds werd er ook geleund op de echtgenotes achter de huisartsen. Gerard: ,,Het was in die tijd heel normaal dat de vrouw van een arts de praktijk ondersteunde. De dames hebben op een gegeven moment zelfs een vereniging opgericht van vrouwen van huisartsen omdat ze meer rechten en plichten wilden. Nu redden de dokters zich makkelijk alleen, maar vroeger moest je iemand hebben om de deur voor patiënten open te doen als je zelf weg was voor een spoedsituatie zoals een bevalling.” 


Bron: Dhr en mevr Leerink

Het doktersechtpaar vindt dat de nieuwe bewoners van de Langestraat 33 een paleisje hebben gemaakt. Gerard: ,,Ik ben ook erg blij dat ze de vloedkamer hebben behouden. Dit is een kamer in het huis die iets hoger ligt dan de rest van de kamers. Mijn ouders gebruikten de kamer als spreekkamer. In 1916 is Nijkerk voor het laatst overstroomd en heel veel huizen aan de Langestraat hebben een vloedkamer, een kamer waar het droog bleef bij een overstroming. Wij waren ontzettend blij dat er weer een gezin in het huis kwam toen wij verhuisden.” De praktijkruimte in de tuin bestond uit een onderzoekskamer, een kleedkamer, assistentenkamer en een wachtkamer. Het gebouw is omgebouwd tot bed and breakfast. Gerard: ,,Mijn zusje Margot woont in Amerika en zij heeft nog gelogeerd in de bed and breakfast. Dat vinden wij heel bijzonder.”

Door Maranke Pater

Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dokter van Leerink en zijn echtgenote Elisabeth op de bruiloft van assistente Anita.
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink
Dhr en mevr Leerink
Foto: Dhr en mevr Leerink