Eerder schreef ik al dat Nijkerk uniek te noemen is in Nederland, omdat nergens anders in het land twee Joodse gemeenschappen naast elkaar bestonden. Zo waren de Hoogduitse joden naar Nijkerk gekomen, maar ook de Portugese joden. Na de fusie tussen beide joodse gemeenschappen werd het pakhuis van Italiaander aan Nieuwstraat 3 in gebruik genomen als school voor joods onderwijs en als vergaderzaal. Hier was al een sjoelkamer (synagoge) ingericht nadat het huis met de bijenkorf te klein was geworden. Het pakhuis werd ook wel ‘Groot Kattenburg’ genoemd. 

SJOEL In 1848 werd de school officieel opgericht. Nog geen twee jaar later werden er ook niet-joodse vakken gegeven op de school. De oude lokalen in de Nieuwstraat zorgden voor heel wat hoofdbrekens, omdat ze slecht onderhouden waren. De wens om te verhuizen was er wel, maar er kleefden ook heel wat herinneringen aan de plek, omdat hier vroeger de ‘Portugeesche sjoel’ in ondergebracht was. In 1917 kocht de Israëlitische gemeente aan de Kloosterstraat 3 een ambtswoning waar de leraar van de school kon wonen. Ook de school en de leerlingen werden er ondergebracht. Gemeenteleden brachten uit eigen middelen het geld bijeen zodat de nieuwe school verwezenlijkt kon worden. Het vermoeden bestaat dat het gebouw in het einde van de 19e eeuw gebouwd is. De voorgevel was in ieder geval in die stijl bewaard gebleven toen het een joodse school werd. Voor de officiële opening werd de opperrabijn, de heer J. Vredenburg uitgenodigd. 

COLTHOF De leraar van de Joodse gemeente van Nijkerk was de rabbijn Sander Colthof. Hij was sinds 1911 aan de joodse gemeenschap in Nijkerk verbonden. Op de bovenverdieping werd les gegeven en beneden stonden de ‘gewre-lokalen’ waar vergaderingen en feestjes werden gehouden door de verschillende verenigingen die de Israëlitische gemeenschap rijk was. In 1928 werd het gebouw vergroot en uitgebreid als Joods gemeenschapsgebouw, school en onderwijzerswoning. 

Colthof gebruikte een lokaal van de Israëlitische gemeente op 10 mei 1936 om zijn 25-jarige huwelijk te vieren. Hij ontving van de gemeente een boekenkast voor alle studieboeken van de leerlingen. Op de bijeenkomst waren directeuren van verschillende scholen uit de stad en vele vertegenwoordigers van de gemeente Nijkerk en van de ondernemers in de binnenstad aanwezig. Colthof ontving in het tweede oorlogsjaar van de opperrabijn nog een belangrijke verdienste als ‘oudste leraar van zijn ressort den chowertitel’. De chowertitel is een synagogale eretitel die uitsluitend bij hoogste uitzondering door een opperrabbijn wordt verleend aan personen met uitgebreide theologische kennis en een uitzonderlijke maatschappelijke staat van dienst ten behoeve van het Jodendom.

SOBIBOR In de Tweede Wereldoorlog werd het voor de joden steeds moeilijker in Nijkerk. Sander kreeg door zijn functie uitstel voor transport. Sander, Rosetta en hun jongste dochter Femia kwamen op 9 april 1943 in kamp Vught en op 9 mei in kamp Westerbork. Ze gingen op 11 mei 1943 op transport naar het concentratiekamp Sobibor, waar Sander en Rosetta op 14 mei werden omgebracht. Femia volgde op 11 juni. Ook dochter Rebekka en haar man hadden uitstel van transport, haar man was koster bij de Joodse Gemeente van Haarlem. Zij kwamen samen met hun baby op 23 mei 1943 in kamp Westerbork. Ze gingen op 1 juni op transport naar kamp Sobibor, waar ze na aankomst werden omgebracht. In 1975 werd een deel van de Hoogstraat omgedoopt in Colthoflaan, als eerbetoon aan Sander Colthof. 

Tussen 1945 en 1953 werden de schoollokalen verhuurd en dan met name aan de gemeente Nijkerk. In 1954 kocht de Gereformeerde Kerk het pand op voor jeugdwerk.

In 1974 kocht de interkerkelijke Stichting voor Sociaal Cultureel Werk ‘De Berghaven’ het pand. Het gebouw kreeg de naam ‘Het Anker’. In de jaren die volgden, waren er diverse verbouwingen. In 1992 kocht de stichting De Kloosterpoort het gebouw, maar vier jaar later kocht de gemeente Nijkerk het gebouw van deze stichting. Jongerencentrum Achterom werd er in gevestigd. Later werd het meer en meer een buurthuis, gerund door de stichting Turken. 

CULTUREEL CENTRUM Uiteindelijk werd het gebouw verkocht aan de Stichting Streams. Het gebouw bleek na bouwkundig onderzoek in dermate slechte staat te verkeren dat de stichting besloot om het gebouw te slopen. Op deze plek zal echter in 2021 een gebouw verrijzen dat wel de gelijkenis heeft met het oude pand van de joodse school. Ook de muurankers worden hergebruikt. Doel van de stichting Streams is om er een culturele broedplaats van te maken voor kunst, muziek, dans en theater en een plek voor ontmoeting, verbinding, vorming en educatie.  

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij Ab van Straalen en Dion van Hooren.

Door Maranke Pater