Dit jaar is de vereniging Vrienden van de Donnerschool opgericht. Hoe kwam dat zo?

,,Leerkracht Willem Massier uit Barneveld heeft een zwak voor onze school, ook omdat sommige mensen er een verkeerd beeld van hebben. Daarom richtte hij een comité van aanbeveling op, waar ook de burgemeester deel vanuit maakt. Nu zijn er al zo’n zeventig bedrijven en particulieren vriend van de Donnerschool. Dat heeft onze school nodig. Ik ben hier nu vier jaar werkzaam en zag dat de faciliteiten in het speciaal onderwijs minder zijn dan elders. We hebben nu tachtig kinderen in de basisschoolleeftijd. Ook is er een voortgezette afdeling tot en met achttien jaar, met honderdtwintig jongeren. We leiden op tot en met vmbo theoretische leerweg. Deze leerlingen doen examen bij De Meerwaarde. Met het Johannus Fontanus College werken we aan vmbo-t. We zijn met hen in overleg voor de havo/vwo en leerkrachten van die school geven af en toe les op onze school. Maar dat is vrij complex, want onze faciliteiten zijn minder, omdat we bekostiging krijgen per leerling." 

,,Tegelijk hebben we kleinere groepen en veel ondersteuning nodig, met specialisten als een psycholoog en maatschappelijk werker. Onze school heeft immers leerlingen met trauma’s. Zij hebben soms veel meegemaakt. Zo hebben we ook te maken met leerlingen met ADHD, hechtingsproblematiek en autisme. Deze kinderen hebben veel meegemaakt, vaak met (gedwongen) wisselingen van gezin en scholen. Hier komen leerlingen uit de wijde regio. Het zijn fijne kinderen, maar ze zijn vaak beschadigd. Ze hebben een verhaal en ik heb veel respect voor hen. Een klein aantal komt uit de gezinshuizen van De Glind. Het doet ons goed dat er vrienden zijn die ons ondersteunen (zie de website: www.vrienden-donnerschool.nl).”

Hoe gaan jullie om met deze kinderen?

,,Veel leerlingen gaan eerst een fase in van koppigheid en boosheid, want als je ongelukkig bent, ga je je anders gedragen. Dat is een schreeuw om hulp. Wij kunnen hier goed mee omgaan. We straffen dit gedrag niet af, maar hebben een liefdevolle benadering. Onze leerkrachten zitten niet op fysieke macht. We begrenzen het gedrag wel. Daarvoor hanteren we een speciale methodiek die heel voorspelbaar en gestructureerd is, want dat willen onze kinderen graag. Zo is er een plek in de klas waar een leerling tot rust kan komen. Als dat niet helpt, hebben we een 'switch'. Dat is een andere ruimte, met zitzakken en op de muur een boomlandschap en dieren. Daar is altijd een begeleider aanwezig. Een kind kan daar een minuut of vijf tot rust komen. Als het dan in de klas terugkomt, gaat hij op een stip op de grond staan en kan hij contact met de leerkracht maken. Dan is het ook weer goed. Er is nog een rustruimte, met een zachte bekleding, rustige kleur en gedempt licht. Om het denken van de leerling te veranderen. In uiterste noodzaak moeten we fysiek ingrijpen. Daar hebben we speciale technieken voor, om de kinderen geen pijn te doen. We willen ze immers juist beschermen. De agressiviteit is heel erg afgenomen op onze school.”

Ik zie hier een poster met 101 kreten om de leerlingen te waarderen. Is dat zo belangrijk?

,,Ja, we werken met waarderend leiderschap, dat is de basis. We gaan altijd na wat er is en hoe we kunnen dromen. We benoemen sterk wat er goed gaat, want op die manier komt een kind in z’n kracht. Wat je aandacht geeft, groeit. We belonen de kinderen veel.”

Is uw visie op kinderen gebaseerd op een christelijke levensovertuiging?

,,Zeker. Ik ben geboren in Hoogvliet in Rotterdam en vond het als kind verschrikkelijk op school. Daarom vind ik dat een school veilig en helpend moet zijn in een rijke leeromgeving. Mijn missie is dat een meester of juf inspirerend moet zijn. In het lichaam zit je ziel. In Johannes 1 lees je dat het Woord vlees geworden is in Jezus, terwijl het Woord ook in mensen vlees geworden is. Mijn bezieling is om iets voor deze leerlingen te doen. Juist voor kinderen in een kwetsbare situatie, dat zit in mijn genen en daar ben ik grenzeloos in. Dit raakt me echt, want dat is mijn kern (raakt geëmotioneerd). Daarom voel ik me op mijn ziel getrapt als mensen negatief over mijn kinderen op deze school spreken. Ze zijn afhankelijk van de volwassenen om hen heen, die samen als een vangnet moeten fungeren. Dat verdienen ze gewoon. Ik heb bewondering voor de leerkrachten en andere medewerkers die dit waarmaken. Met elkaar kunnen we veel bereiken. Dat is de kracht van samenwerken. Daarom houd ik er niet van om in een ivoren toren te gaan zitten. In de samenwerking wil ik graag vertrouwen op mijn intuïtie, want tegenwoordig heb je ook geen tijd meer om alles cognitief uit te pluizen. Je voelt meestal wel of er een krachtige verbinding mogelijk is. Ik geloof erg in mensen die op je pad komen. Om samen de droom die je hebt, waar te maken.”

U bent christen. Hoe geeft u dat vorm en inhoud?

,,Ik heb een spirituele manier van leven. Petrus ziet Jezus over het water lopen en stapt uit de boot en gaat ervoor. Het lukt hem dan ook om over het water te lopen. Op het moment dat hij twijfelt, zakt hij weg. Daarom wil ik vanuit die bezieling eraan werken dat deze school de beste wordt. Ik heb minister Arie Slob gewezen op de achterstand in faciliteiten van het speciaal onderwijs. Er zijn minder keuzes en dat vind ik oneerlijk. Ik heb in vier jaar gelukkig veel mensen ontmoet die achter mijn droom gingen staan, zoals de mensen in de raad van toezicht, het managementteam en de medezeggenschapsraad. Hierdoor komen ook de schoolteams in balans, wat nodig is voor stabiliteit, betrouwbaarheid en ontwikkeling. De school was in 2014 beoordeeld als 'zeer zwak', terwijl de inspecteur in 2019 zei dat het een prima school is. Dat doe je met elkaar! Het gaat wel om visie. Ik ben zeer tevreden over waar we nu staan, maar ik ben nog niet klaar. Ik wil vooruit en daar hebben we draagvlak uit de samenleving bij nodig.”

Wat is volgens u het hart van het geloof en de school?

,,De identiteit van de school gaat verder dan alleen de Bijbel of kerkgang. Het zit veel dieper. Een meisje zat hier veel op de gang, omdat ze heel gevoelig is voor geluid en andere prikkels. Zij verzamelde mooie stenen en gaf me een keer een steen met daarop het woord liefde. Daar gaat het om. In dat woord zit de schepping en het leven van Jezus. De aarde was ruw, maar kwam tot bloei. In het woord liefde zit de kern van mijn geloof. In 1 Korintiërs 13 lees je dat liefde onmetelijk groot is, zonder oordeel. Liefde neemt ons aan zoals we zijn. Dat geldt ook voor deze kinderen." 

,,Ik geloof niet in een scheiding. Of we wel of niet geloven en wel of niet naar de kerk gaan, dat vind ik een versimpeling van ons denken. We zijn als zielen met elkaar onderweg en praten allemaal vanuit onze eigen traditie. In de Eeuwige zijn we met z’n allen geborgen. Het is een mysterie, zoals het volk Israël in de woestijn achter die wolkkolom aan ging. ‘Ik ben’ vind ik een mooie benaming voor wat we God noemen, want zo is het onaantastbare bij ons. De joden spreken de naam van Jahwe niet uit, dat spreekt me aan. We moeten niet teveel uit willen spreken wat Hij wil, want dat weten we niet goed. Wel denk ik dat het heel dicht de liefde benadert. Dat is de kern, een andere dimensie die ik niet anders kan zien in Jezus die het brood en de wijn deelt. In die symboliek ervaar ik iets van de verbondenheid met de mensen. Ik geloof er erg in dat wij de ogen, handen en voeten van God zijn. Wij moeten het laten zien. Pinksteren is de spirit, de kracht. Die hebben we hier voor de kinderen. Dat zie ik bij alle collega’s. Pinksteren zit vol met belofte en trouw. Dat mensen het waarmaken voor anderen. De kern is dat we het goed willen doen, hoewel deze wereld erg beschadigd is. Daarom vind ik de brandende paaskaars erg mooi, die moeten we niet vergeten.”

U bent scriba in De Essenhof, een PKN-kerk in Hoevelaken. Waarom koos u voor die kerk?

,,Dat is een tolerante gemeente waar je open over je geloof en ongeloof kunt spreken. Ik ben erg veranderd. Toen ik jong was, werd ik lid van een muziekcombo en voorzitter van een jeugdsoos. Bovendien zwierf ik rond bij baptisten- en pinkstergemeentes. Ik ken ze allemaal. Ook werd ik lid van een christelijke motorclub die toen nog Psalm 23 heette. Dat was heel gaaf. Dan reden we een winkelcentrum in en gingen we evangeliseren. Dit had wel iets imponerends. Zo herinner ik me dat een zeer verslaafde punker zich bekeerde en zijn leven aan de Heer gaf. Hij is nu zendeling in Albanië. Dus: laat het wonder gebeuren. Dat geldt voor toen, maar ook voor de huidige tijd. Tegenwoordig ben ik niet meer zo van het evangeliseren, maar je bent wel mens door andere mensen, zoals prins Claus ooit zei. Je hebt elkaar nodig. Niemand leeft alleen voor zichzelf. In een gemeente deel je ook verdriet en eenzaamheid. Ik probeer als buitenstaander naar de kerk te kijken. We moeten ons niet onderscheiden door een andere, eigen taal te spreken. Ik houd er niet van om onderscheid te maken tussen mensen en kerkelijke signaturen. Je zoekt verbinding vanuit je bezieling.”

Van welke liederen houdt u?

,,’Stil mijn ziel, wees stil’ vind ik mooi. Ook ‘Ik zal er zijn’ van Sela spreekt me aan. Zelfs als je op een dag afscheid neemt, is de Eeuwige aanwezig. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Ook de teksten van Huub Oosterhuis vind ik mooi, omdat hij het onzeglijke goed kan verbeelden. ‘Ik ben er’ geldt nog steeds, ook al zitten we nu in een lastige tijd, met het coronavirus. Dat zie je het mooist in de brandende paaskaars, met het Licht dat bij ons is. Want op onze school hebben we ook hele duistere tijden meegemaakt.”

Waar doelt u dan op?

,,Ik had nooit gedacht dat het leven zo somber kon zijn. Drie jaar geleden is Romy overleden, een meisje van onze school. Dat heeft er heel erg ingehakt, bij mij, bij ons maar ook bij de Barneveldse samenleving. Ik had erg het gevoel dat we als maatschappij gefaald hadden, want we hebben dit met elkaar niet kunnen voorkomen. Het heeft mij zeer geraakt. Nog steeds is dit zo verdrietig en toch steken we elke keer weer een kaars aan. Een licht in de duisternis, want er moet toch hoop zijn. En om dat te ontdekken, wat een ziel van een mens achterlaat, is heel bijzonder, ook die van Romy. Elk mens heeft iets te vertellen en vertelt iets.”

Door Freek Wolff