
Klaar voor het nieuwe sportseizoen? Uw knie nog niet
22 augustus 2026 om 14:51 ZakelijkAMERSFOORT De sportvelden lopen weer vol. De schoenen komen uit de kast en in de kleedkamer gaat het gesprek al snel over de eerste wedstrijd. Na een paar rustige weken is de motivatie groot. Het lichaam denkt daar soms anders over.
door: Martijn, orthopedisch chirurg OrthoCare Clinics
Aan het begin van een seizoen zien we niet alleen meer spier- en peesklachten. We zien ook meer acute knieblessures: gescheurde kruisbanden, meniscusscheuren, een knieschijf die uit de kom schiet, bandletsel van knie en enkel. Dat is geen toeval. Conditie komt sneller terug dan coördinatie. Sprinten, kappen, draaien en landen vragen dat spieren op het juiste moment aanspannen — een kwestie van milliseconden. Die timing raakt u kwijt in weken van rechtdoor hardlopen of fietsen, en hij verslechtert verder naarmate een training vordert. Niet voor niets ontstaan de meeste kruisbandletsels zónder tegenstander: bij een landing, een draai, een verkeerde afzet.
Daarom is onderscheid belangrijk. Spierpijn die na een paar dagen zakt, hoort bij de opbouw. Een pees die geleidelijk gevoeliger wordt, vraagt om aanpassing van de training. Maar een aantal signalen hoort in geen van beide categorieën:
– een hoorbare of voelbare knak, met een knie die binnen enkele uren dik wordt;
– het gevoel door de knie te zakken, of een knie die niet te vertrouwen is;
– een knie die op slot schiet of niet meer volledig te strekken is;
– niet kunnen doorlopen of steunen na een verdraaiing.
Bij deze klachten is afwachten niet verstandig. Een knie die binnen enkele uren fors zwelt, bevat vaak bloed, en dat wijst op letsel van een band, meniscus of kraakbeen. Een knie die op slot staat door een ingeklemde meniscusscheur is zelfs tijdkritisch: vroeg herstellen kan de meniscus behouden, later rest vaak alleen nog verwijderen. En een knie die telkens doorzakt, beschadigt bij iedere keer opnieuw meniscus en kraakbeen.
Dat betekent niet dat elke pijnlijke knie een scan of een operatie nodig heeft. Integendeel. Bij veertigplussers ontstaat na een kleine verdraaiing regelmatig een scheur in een meniscus die al minder soepel was; daarvoor is oefentherapie in de regel even effectief als een kijkoperatie. Ook een gescheurde voorste kruisband betekent niet automatisch opereren — dat hangt af van de stabiliteit en van wat u weer wilt kunnen doen. De vraag is dus niet alleen wat er kapot is, maar wat u ermee wilt.
Voorkomen kan grotendeels. Bouw op, maar bouw ook de juiste dingen op: sprintjes, kap- en draaibewegingen en landingen horen thuis in de trainingen vóór de eerste wedstrijd, niet erin. Kracht in hamstrings en bilspieren en oefeningen op stabiliteit doen meer dan rekken alleen. Gestructureerde neuromusculaire warming-upprogramma’s, bekend uit voetbal en handbal, verlagen het aantal ernstige knieblessures aanzienlijk — in onderzoek grofweg een halvering.
Dat is een resultaat waar geen operatie tegenop kan.
Is er twijfel, dan is de huisarts of fysiotherapeut een goede eerste stap. Maar bij een knak, een snel gezwollen knie, slotklachten of instabiliteit is beoordeling door een orthopedisch chirurg meteen op zijn plaats — bij voorkeur in overleg, zodat we weten wat er precies gebeurd is en wat al is geprobeerd.
Begin dus niet waar u voor de zomer bent geëindigd. En doet uw knie iets anders dan pijn, wacht er dan niet mee.
Dit artikel wordt u aangeboden door Orthocare Clinics


















