Afbeelding
Gerrit Suijk

Bij ons in de binnenstad: Venestraat 16

Historie Bij ons in de binnenstad

NIJKERK Wat is het verhaal achter de deuren van een pand dat nu nog in de binnenstad staat? Wie durft er te kijken langs de gevels van de stad Nijkerk om te fantaseren hoe bloeiend de gemeenschap vroeger al was? Welke bedrijven ontstonden er achter Niekarkse deuren? In de serie 'Bij ons in de binnenstad' duikt journaliste Maranke Pater in de Nijkerkse archieven om de geschiedenis boven water te halen. Deze week: Venestraat 16.

De Venestraat 16 is bij veel Nijkerkers bekend als het museum van de stad. Aan de voet van de witte toren stond het huis in een straat die onderdeel was van een belangrijke pelgrimsroute in de Late Middeleeuwen van Zwolle naar Amersfoort. Het huis was van 1436 tot 1593 dan ook een gasthuis, waar vermoeide reizigers konden aankloppen voor een maaltijd of een bed en waar zieken werden verpleegd door de nonnetjes van de orde van de Begijnen. Ook de armen van de stad konden er terecht. Het vermoeden bestaat dat het gasthuis al in 1401 werd opgericht door te opereren vanuit één of twee kleine huisjes.

SINT ANTONIUS Het pand werd deels verwoest door de stadsbrand van 1540 en kreeg in 1569 de naam Sint Antonius hospitaal. Sint Antonius was een katholieke heilige die van 251 tot 356 na Christus leefde. Hij was een beschermheilige tegen melaatsheid, de pest en andere besmettelijke ziekten. Er werd zelfs een ziekte vernoemd naar de heilige: het Sint Antoniusvuur, wat nu bekend staat als ergotisme of de kriebelziekte, die men kreeg na het eten van met moederkoorn (Claviceps purpurea) beschimmelde rogge. De ziekte werd naar deze heilige vernoemd omdat hij bescherming tegen deze ziekte zou bieden. In het museum zijn nog steeds veel attributen te zien die met de pelgrimstijd te maken hebben, zoals stukjes van een pelgrimshoorn uit 1400. 

TABAK Het gasthuis verloor haar functie aan het einde van de zestiende eeuw. De Reformatie zorgde ervoor dat veel katholieke instituten hun gebouwen verloren. De Venestraat 16 werd een Latijnse School en de Nederduitse Amptschool. Beide hebben van 1593 tot 1786 bestaan. De Latijnse School valt het best te vergelijken met de huidige middelbare school; wie hier naar school ging, kon daarna verder studeren aan de universiteit of in een seminarie toetreden. De ambtsjonkers, de bestuurders van de stad, gebruikten het gebouw regelmatig om te kunnen vergaderen. Het gebouw heeft iets weg van een tabakspakhuis en net als in veel andere plekken van Nijkerk werd ook hier tabak gedroogd op zolder. De knopenfabriek heeft het gebouw ook gebruikt voor opslag van de vele knopen halverwege de 20e eeuw. In 1948 en 1949 werd de Venestraat 16 zelfs gebruikt als werkplek om knopen te maken, maar al snel vond de bedrijfsleiding een plek voor een grotere fabriek aan de Oude Barneveldseweg. Nog tot 1960 werd het gebouw gebruikt als opslagplaats. De twee zolders van het pand deden gelijktijdig dienst als plek waar tabak werd gedroogd.

Het was in die tijd dat mevrouw Cozijnsen, moeder van Jan Cozijnsen, de huidige voorzitter van Stichting Oud Nijkerk, opperde om het gebouw te verkopen om er een museum in te kunnen laten vestigen. Toch duurde het nog tot 2013 voordat met behulp van financiering door provincie Gelderland en Regio FoodValley de stichting Oud Nijkerk het nieuwe pand aan kon kopen.

advertentie