De Tweede Pastorie staat nu in de steigers, maar is normaal altijd de blikvanger aan de Catharinastraat.
De Tweede Pastorie staat nu in de steigers, maar is normaal altijd de blikvanger aan de Catharinastraat. Moniek Kas (Moosart4u) / Paul Nolens
PREMIUM

Bij ons in de binnenstad: De Tweede Pastorie

Historie Bij ons in de binnenstad

NIJKERK Wat is het verhaal achter de deuren van een pand dat nu nog in de binnenstad staat? Wie durft er omhoog te kijken naar de gevels van de stad Nijkerk om te fantaseren hoe bloeiend de gemeenschap vroeger al was? Welke bedrijven ontstonden er achter Niekarkse deuren? In de serie 'Bij ons in de binnenstad' duikt Maranke Pater in de Nijkerkse archieven om de geschiedenis boven water te halen. Het eerste artikel gaat over 'De Tweede Pastorie' aan de Catharinastraat. 

In 1452 kocht Aelbert van Dockem 'Tot behoeft de Susteren, wonende binnen der Vesten, een huijs en hostede op die graffte'. Het huis, dat aan de vroegere Beekstraat 1 (nu de Catharinastraat) werd gebouwd, zou later bekend staan als 'De Tweede Pastorie' omdat hier ruim dertig dominees hebben gewoond waarvan de bekendste Gerardus Kuypers was. 

Het huis was onderdeel van het 'St Catharynen Clooster'. De ongehuwde vrouwen en weduwen leefden hier een min of meer religieus leven. Als voornaamste taak hadden de vrouwen om voor de zieken en de wezen te zorgen. Ze hadden hiervoor de beschikking over een eigen ziekenhuis. Aangrenzend aan het zusterhuis zat het woonhuis van de pater, maar aannemelijk is dat er geen monniken in Nijkerk hebben gewoond. Wie in de Grote Kerk of Catharinakerk omhoog kijkt langs de wanden kan links het 'nonnenluikje' zien. Er werd beweerd dat dit luikje gebruikt werd door de nonnen uit het oude St Catharinaklooster om de diensten in de kerk te volgen, maar deze bewering kan moeilijk gestaafd worden aangezien het dan erg dringen moet zijn geweest voor de zusters.

Toch heeft het luikje nog steeds deze naam behouden. In 1515 woonden er tien begijnen in het klooster, wat in 1593 terugliep tot vier begijnen, de dames Mary Carsen, Aeltje Brants en Barbara Everts.  In 1515 deden de vrouwen al afstand van hun persoonlijke bezittingen waardoor het vermogen van het klooster groeide. Het klooster had veel gronden in de polder Arkemheen maar ook op andere plekken. De dames hadden ook de beschikking over een grote kloostertuin. Ze bouwden een schuur in de tuin die de Breede Beek voor een groot deel overkluisterde, iets wat niet goed viel bij de buurt. In 1558 werd een proces aangespannen tegen de begijnen omdat de bewoners van de Langestraat niet wilden dat de kloosterlingen een huisje zouden bouwen boven de beek. Nu is er nog steeds een kakhuisje te zien dat boven de beek is gebouwd. Op het moment dat het kloostercomplex verkocht werd, werd er gesproken over het woonhuis van de bagijnen, het patershuis, een ziekenhuis, een grote schuur, een flinke lap grond met een bierbrouwerij en een schoenmakerij. In 1611 werd de laatste non, Barbara Everts begraven in het koor van de Grote Kerk. 

WEESHUIS Toen de hervorming haar intrede deed in Nijkerk kwam er ook een einde aan het bestaan van het Begijnencomplex. Op 2 september 1637 wordt het St Catharinaklooster gekocht door het bestuur van het weeshuis voor een bedrag van 6200 gulden. Een jaar later wordt het huis officieel overgedragen aan het weeshuis. De regenten van het weeshuis waren notabelen, rijke burgers die een flinke vinger in de pap te roeren hadden in de Nijkerkse samenleving. Zo vormden Jonker Nicolaes van Delen, dominee Albertus Nyenhuys, Wouter van Hennekeler, Rycket van Twiller, Jacob van Tielen en Johan van Rensselaer het eerste bestuur van het weeshuis. In die tijd heerste de pest en ook in Nijkerk waren enkele wezen die onderdak nodig hadden. Tientallen bemiddelde Nijkerkers legden geld bij. In de koopovereenkomst legde de stichter het volgende vast: 'Hij heeft bedongen dat het weeshuys sal geregeert worden door ses wesevaers, die de lasten desselfs sullen verdeylen...'

Tekst gaat verder onder de foto

In het weeshuis werden met regelmaat vergaderingen gehouden door de regenten in wat zij 'de Weeskamer' noemden. Kinderen die in aanmerking voor plaatsing kwamen moesten van ouders zijn die uit het Ampt Nijkerk kwamen en een binding hebben met de gereformeerde kerk. Kinderen die een besmettelijke ziekte hadden als de pokken of melaatsheid werden niet toegelaten. Alle bezittingen die hun ouders hadden vervielen automatisch aan het weeshuis.  Saillant detail is wel dat op het moment van de koopovereenkomst Nijkerk rond de 2500 inwoners had. Er werd over 700 pestdoden gesproken door Arend van Slichtenhorst. Maar in andere publicaties wordt Nijkerk met dit hoge aantal niet genoemd. Uiteindelijk werd de eerste wees pas op 30 juli 1639 aangenomen. Hiervoor werden wezen ondergebracht in gastgezinnen. Henrick Jans, zoon van Jan Gosens was maar 3,5 jaar oud toen hij in het weeshuis onder de hoede van de weesvaders werd geplaatst. Renger Gerrits volgde een paar maanden later. Zij prijken ook samen op de gevel van het nieuwe Burgerweeshuis aan het Vetkamp, al lijkt het bij één van de figuren dat het een meisje is. 

Eén van de bewoners was dominee Kuypers, bekend door de Nijkerkse BeroeringenHet gebouw dankt haar naam aan de tijd na de reformatie, toen er nog een katholieke pastoor en een protestantse dominee in Nijkerk woonden. De katholieke pastoor had haar intrek genomen in de Wheem, het oudste huis in Nijkerk en in de Tweede Pastorie woonde de gereformeerde dominee. Eén van de bewoners was dominee Kuypers, bekend door de Nijkerkse Beroeringen. Tijdens een kerkdienst in november 1749 begon een vrouw hardop te roepen en jammerend God te aanbidden. In de daaropvolgende diensten die geleid werden door Kuypers gebeurde het regelmatig dat aanwezigen met hun lichaam begonnen te schudden. De predikanten waren meer dan tevreden over de opwekkingsbeweging omdat dit leidde tot een grotere toeloop naar de kerk. Door de Nijkerkse Beroeringen vonden er ook opwekkingen plaats in andere plaatsen. Nog steeds zijn er in het huis herinneringen te zien aan de tijd dat het pand een huis van een dominee was. Uit een gat dat nu nog in de muur zit stak een hoorn waar mensen zich mondeling konden melden voor een bezoek aan de dominee, die zich in zijn werkkamer verschanste. 

Met enige zekerheid is vast te stellen dat de oud-schout Gosen van Corler in het pand heeft gewoond en dat in het gebouw ook een tijdelijke cel was in de kelder waar misdadigers werden opgesloten. De familie Schueler was één van de eerste leken die het pand kocht en hier een woonhuis van maakte. 

Tegenwoordig is de Tweede Pastorie in het bezit van de familie Vreugdenhill die meerdere panden in Nijkerk bezit. Momenteel wordt de Tweede Pastorie met regelmaat gebruikt door een kerkgenootschap en hiermee is de cirkel weer rond.

Door Maranke Pater

Stad Nijkerk start binnenkort met Stad Nijkerk Premium, een online platform waar unieke verhalen voor abonnees worden aangeboden, naast ons dagelijkse nieuws dat gratis te lezen is. De komende dagen publiceren we dergelijke extra verhalen gratis op onze vernieuwde website als 'voorproefje'.
advertentie